Plannetje

Prima plannetje van minister Verdonk om het Nederlands verplicht te stellen op de Nederlandse straten. Al jaren erger ik me dood als ik door de straten van Sneek, Winschoten, Meppel, Vaals, Bergen op Zoom en Goes loop. Wat kallen die mensen toch?

Kallen is Bargoens voor wartaal uitslaan, het komt ook voor in het Limburgse dialect. Dat mag dus straks ook niet meer: Bargoens praten. Bargoens is het steeds veranderende vaktaaltje van dieven, zwervers, hoeren, pooiers en aanverwant volk. Schitterend taaltje vaak, waarvan sommige woorden, al of niet verbasterd, later in het officiële Nederlands opduiken.

'De goozer had een fok op ze penooze.' (De man had een bril op zijn neus.)

'Die wijven moeten altijd wat hebben te klissebissen.'

'Kapsonesmadam.'

'Maak me niet ibbel.'

'Je kan me de bout hachelen.'

Ik ontleen de voorbeelden aan Boeventaal & Gabbertaal, twee Bargoense woordenboekjes uit de eerste helft van de vorige eeuw, die in 1999 opnieuw werden uitgegeven. In zijn inleiding laat Ewoud Sanders de modernste varianten van het Bargoens zien. Als criminelen nu in grote ellende zitten, zeggen ze dat ze 'een beetje verkouden' zijn, als ze elkaar willen ontmoeten heet het 'theedrinken'.

Wordt straks ook allemaal verboden door minister Verdonk. De Nederlandse taal moet een stilstaande vijver worden, waaruit elke exotische vis met strakke hand wordt verwijderd.

Het zal het leven in Nederland veel eenduidiger en overzichtelijker maken. Prettig toch? Ook om een andere reden ben ik niet tegen dergelijke voorstellen. Hoe strenger Verdonk onze taal wil afknijpen, hoe meer bloed Wilders in zijn wensdromen door onze grachten ziet stromen en hoe heftiger de Submissions van Ayaan Hirsi Ali zullen uitvallen, des te prangender wordt de vraag voor de Nederlandse kiezer: waar wil ik bijhoren?

Ik voorzie nog meer tweespalt bij de VVD. Zou Hirsi Ali haar films nog wel in het Engels mogen maken van Verdonk? Er dreigt bovendien een waterscheiding rond de persoon van Hans Wiegel, die van het anti-liberale neo-obscurantisme in zijn partij niets moet hebben.

Ook in het CDA zijn twijfel en terugtrekkende bewegingen te bespeuren. Gistermiddag zag ik in de Rode Hoed in Amsterdam minister Donner van Justitie, hij was daar te gast in een serie door de Volkskrant georganiseerde debatten.

De interviewers vroegen hem wat hij van het taalplannetje van Verdonk vond. Donner is de grootmeester van de beleefde, ingehouden ironie. Hij kan met veel tact de dodelijkste antwoorden geven. 'Ik zie niet hoe ik dat zou moeten handhaven bij justitie en politie', zei hij met een bijna onzichtbaar glimlachje.

Exit Rita. Over dat taalplannetje vernemen we nooit meer iets.

Donner hield het publiek ook nog voor dat Nederland met de islam zal moeten leren leven. 'Wij zijn geen natie meer van christelijke dominantie.'

Donner en Wiegel, ze hebben misschien meer gemeen dan we ooit hebben beseft. De stijl van de ouderwetse regent, de blik van de realistische bestuurder. Ik zie ze nog wel eens samen 'theedrinken'.

    • Frits Abrahams