Philips wil stabiel en voorspelbaar zijn

Elektronicaconcern Philips wil met expansie van zijn medische divisie minder grillig worden. Maar de prijs om producenten van medische apparatuur over te nemen, ligt doorgaans hoog. 'We gaan niet te veel betalen.'

Wat iedereen al wist heeft Gerard Kleisterlee vanmorgen nog maar eens hardop gezegd: Philips bereidt overnames voor op medisch gebied. Want in de gezondheidszorg ligt de toekomst van het elektronicaconcern, dat minder afhankelijk wil worden van markten met sterk schommelende resultaten (chips), scherpe prijsconcurrentie (consumentenelektronica) en segmenten die niet meer groeien (gloeilampen).

In plaats daarvan mikt het concern op stabiele, voorspelbare markten met hoge groeicijfers. Bij de lichtdivisie is dat bijvoorbeeld de markt voor led-lampen, waar Philips vorig jaar voor 788 miljoen euro het Amerikaanse Lumileds kocht, een grote speler op dit terrein. Ook op het gebied van huishoudelijke apparaten boekt Philips hoge marges op onder andere scheerapparaten (Philishave), koffiezetters (Senseo) en thuistaps (Perfect Draft).

En Philips heeft bij de huishoudelijke-apparatendivisie, die vorig jaar toch al het meest winstgevende onderdeel van het concern was, hoge verwachtingen van een nieuw marktsegment: medische apparaten voor thuisgebruik (die Philips onder huishoudelijke apparaten schaart omdat ze voor de consumenten bestemd zijn).

Dit is één van de markten waarop Kleisterlee vanmorgen bij de presentatie van de jaarcijfers aankondigde overnames wil doen. Daarnaast zoekt hij uitbreiding bij de medische divisie zelf, 'vorig jaar onze snelstgroeiende divisie', aldus Kleisterlee. Dat Philips niet alleen mikt op producten, bleek vorige week, toen de overname van Lifeline werd aangekondigd. Dit Amerikaanse bedrijf, waar Philips 620 miljoen euro voor betaalt, levert niet alleen alarmeringssystemen voor in huis, maar, belangrijker, ook alle diensten daar omheen.

Het is overigens niet Philips' eerste stap op het terrein van de medische dienstverlening: met de overname van Medquist voor 1,3 miljard euro in 2003 begaf Philips zich al op het terrein van de medische transcriptiediensten. Alleen kon Philips toen niet weten dat die overname tot grote problemen zouden leiden toen bleek dat Medquist sjoemelde met facturen. Dat kostte Philips tot nu toe 729 miljoen euro.

Analisten verwachten dat Philips vooral uit is op overnames op het gebied van medische automatisering, een markt die circa anderhalf keer zo groot is als die van medische aparatuur en die bovendien sneller groeit. Philips' belangrijkste concurrenten op medisch gebied, Siemens en General Electric, hebben op dit terrein de afgelopen jaren een sterke positie verworven. Philips heeft hiermee een begin gemaakt met de overname van Stentor, in juli vorig jaar. Dit Amerikaanse bedrijf maakt opslagsystemen voor medische beelden, zoals röntgenfoto's en MRI-scans.

Aan geld voor overnames heeft Philips in elk geval geen gebrek. Het concern is nagenoeg schuldenvrij en heeft nog voor 11,2 miljard euro aan minderheidsbelangen op de balans staan die op de nominatie staan voor verkoop. Verder kan Philips circa 6 à 7 miljard euro lenen.

De afgelopen vijf jaar heeft Philips voor circa 12 miljard euro belangen verkocht en voor 10 miljard overnames gedaan, waarvan de helft op medisch gebied. Het nadeel van overnames van producenten van medische systemen, is dat die relatief duur zijn. Siemens, en vooral General Electric hebben immers ook voldoende kapitaal voorhanden om overnames te doen. Zo spendeerde GE's medische divisie 12,8 miljard dollar aan overnames sinds 1999. 'Maar ik verzeker u dat we in geen geval te veel zullen betalen', aldus Kleisterlee.

    • Jochen van Barschot