Nu ook Kamer verdeeld over verdere toekomst EU

Coalitiepartij CDA is tegen de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie. Dit standpunt vormt een sfeerverandering rond het onderwerp-Europa.

Coalitiepartners VVD en D66 hebben geen goed woord over voor de aankondiging van het CDA, dat deze partij in de Tweede Kamer tegen de ratificatie van het toetredingsverdrag van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie zal stemmen. 'Omdat het CDA op geen enkel punt zijn zin heeft gekregen bij het traineren van de onderhandelingen met Turkije, richten ze vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen hier hun pijlen maar op', zegt de VVD'er Van Baalen.

Ook de Europa-woordvoerder van D66, Van der Laan, ziet een staaltje van 'opportunisme': 'Premier Balkenende en minister Bot, beiden CDA, zijn vóór, maar het CDA in de Kamer tegen. De kiezer heeft er recht op te weten, waar het CDA staat.'

Enthousiast over de opstelling van zijn partijgenoten is daarentegen CDA-europarlementariër Camiel Eurlings, die de CDA-fractie in de Tweede Kamer vorig jaar had opgeroepen, te bewerkstelligen dat het wetsontwerp tot ratificatie pas door de regering zou worden ingediend nadat in april de Europese Commissie een nieuw rapport heeft gepubliceerd over de mate waarin Roemenië voldoet aan de zogenaamde Kopenhagen-criteria voor toetreding. De CDA-fractie had daarvoor destijds in de Kamer echter geen meerderheid weten te vinden - Eurlings zelf in het Europarlement trouwens ook niet, zelfs niet binnen zijn eigen christendemocratische fractie, de EVP.

Dat de Tweede Kamer op 1 februari zal instemmen met de toetreding van Roemenië en Bulgarije lijdt inmiddels weinig twijfel. PvdA, VVD en D66 zijn in ieder geval vóór en met de vermoedelijke steun van GroenLinks en nog andere partijen komt de wet tot ratificatie aan een enkelvoudige meerderheid, die voldoende is.

Wel markeert de verdeeldheid die het CDA thans heeft aangekondigd een zekere sfeerverandering rond het onderwerp Europa: in 2004 stemden nog beide Kamers der Staten-Generaal unaniem vóór de toetreding van tien landen tot de EU, hoewel ook toen bij veel fracties twijfels leefden. In 2004 was het vooral de VVD die dwarslag. Om de critici de wind uit de zeilen te nemen regelde de Nederlandse regering, in de persoon van staatssecretaris Atzo Nicolaï, de instelling van zogeheten vrijwaringscriteria, die inhielden dat de toetreding een dode letter zou blijven op de onderwerpen waar de toetredende landen niet aan de criteria voldeden.

Zulke vrijwaringen zijn in het voorliggende verdrag over Roemenië en Bulgarije niet voorzien. Heel onhandig is ook dat een stem tegen Roemenië ook een stem tegen Bulgarije is, omdat ze in één verdrag staan. Er is nu zelfs in het verdrag iets voorzien wat een 'super safeguard' wordt genoemd: als straks blijkt dat de Roemenen niet genoeg hun best hebben gedaan - met name corruptie en gebreken in de rechtsstaat geven alom tot zorg aanleiding - kan de Europese Commissie de toetreding van Roemenië een jaar uitstellen: van 1 januari 2007 tot 1 januari 2008. Maar dit is niet voldoende om te verhinderen dat Roemenië in Nederland een echte politieke kwestie wordt.

    • Raymond van den Boogaard