'Nobelprijswinnaar verraadt eigen werk'

De Egyptische Nobelprijswinnaar Naguib Mahfouz (94) heeft zijn uitgever Dar al Shorouq opgedragen toestemming te vragen aan de hoogste autoriteit van de sunnitische islam, het Al-Azhar instituut in Kairo, voor het publiceren van zijn roman Kinderen van Gabalawi in Egypte. Bovendien wil Mahfouz het voorwoord laten schrijven door een lid van de fundamentalistische Moslimbroederschap. Deze stap heeft in Egyptische literaire en intellectuele kringen voor grote commotie gezorgd.

Het Al-Azhar instituut in Kairo kreeg in 2004 de bevoegdheid terug om 'onislamitische' boeken te verbieden en in beslag te nemen, een bevoegdheid waarvan het sindsdien intensief gebruik maakt. De moslimbroederschap is de grootste oppositiepartij in Egypte, en voert eveneens regelmatig actie tegen 'onislamitische' publicaties.

'Dit creëert een gevaarlijk precedent', zei Mahfouz' vriend Yusef al-Qaid, zelf ook schrijver, tegen persbureau AFP. 'Het geeft Al-Azhar de macht te censureren, wat tegen de principes van Egyptische intellectuelen ingaat.' Een andere schrijver, Mohammad al-Boussaty, stelt: '[Mahfouz] heeft zijn eigen mening en moet die overbrengen aan het publiek zonder inmenging van buitenaf.' 'Door deze houding aan te nemen heeft Mahfouz zijn werk verraden,' aldus romanschrijver Ezzat al-Qamhawi. 'Hij geeft Al-Azhar een volstrekt illegitieme autoriteit door ze het recht van veto te geven over literaire productie.'

Kinderen van Gabalawi werd voor het eerst gepubliceerd als feuilleton in de Egyptische krant Al-Ahram, in 1959, en onmiddellijk veroordeeld door Al-Azhar als blasfemisch. De roman speelt in een fictieve steeg in Kairo, en toont het harde leven in de buitenwijken. Maar de religieuze en politieke symboliek in het boek - waarin elk van de hoofdpersonen een religieuze figuur voorstelt - maakte het tot Mahfouz' meest controversiële werk. Al-Azhar sprak er in de fatwa (islamitisch decreet) uit 1959 een verbod over uit. De roman is sindsdien uitsluitend in het buitenland gepubliceerd, en nooit in boekvorm in Egypte verschenen.

De fatwa van Al-Azhar leidde ertoe dat 35 jaar later, in 1994, een fanaticus Mahfouz met een mes in de nek stak. De aanvaller bleek een sympathisant van de fundamentalistische al-Gama'a al-Islam. Voordat hij ter dood werd veroordeeld bekende hij dat hij Mahfouz' roman nooit had gelezen, maar zich had laten leiden door de fatwa. Mahfouz herstelde van de aanval maar zijn gezondheid bleef zwak. De schrijver, inmiddels 94 jaar oud, woont nu afgeschermd inKairo onder strenge politiebewaking.

Mahfouz zelf lichtte zijn recente stap toe in een interview met de Egyptische krant Asharq Al-Awsat van 6 januari. 'Tijdens het bewind van Abdul Nasser heb ik in samenspraak met de autoriteiten besloten de roman buiten Egypte te publiceren. Hij zei dat ik ook hier zou kunnen publiceren, maar dat ik dan eerst de toestemming van Al-Azhar zou moeten zoeken. Ik respecteer deze afspraak en zal me er voor de rest van mijn leven aan houden.' De schrijver, die in de jaren vijftig korte tijd aan het hoofd stond van het departement voor filmcensuur, is niet principieel tegen censuur, vertelde hij in hetzelfde interview. 'Censuur is noodzakelijk omdat kunst een breed publiek bereikt. Het vereist een leidraad en restrictie. Dit is niet schadelijk maar beschermt zowel producenten als kunstenaars () tegen aanvallen en mogelijke verliezen.'