Nederland, word weer open, tolerant en internationaal

Drie ontwikkelingen bedreigen de positie van Nederland, vindt Bernard Wientjes. De houding tegenover Europa, politiek provincialisme, en de haperende integratie.

Ondernemerschap en welvaart floreren alleen in een open, internationaal georiënteerde, tolerante en vooruitstrevende samenleving. Nederland bijvoorbeeld. Eeuwenlang een grote handelsnatie, thuishaven van mondiale concerns en ondernemers van groot tot klein die je overal tegenkomt. Maar klopt dit beeld nog wel?

Wij ondernemers voelen een draaiende wind. Ons land keert zijn rug naar Europa; het 'nee' tegen de Grondwet spreekt boekdelen. PvdA-leider Bos vraagt zich af of Nederland wel wereldwijd opererende ondernemingen binnen zijn grenzen moet hebben, net nu staatssecretaris Wijn van Financiën het verloren terrein in ons vestigingsklimaat aan het terugwinnen is.

De kramp die angst voor terroristisch fundamentalisme veroorzaakt in de integratie van allochtonen is een andere zorg voor ondernemers, zo blijkt uit een onderzoek van VNO-NCW. Tolerantie is soms ver te zoeken. Het sociale klimaat, de quality of life, is een niet te onderschatten overweging voor bedrijven om zich te vestigen.

We moeten voorkomen dat we vervallen in doemdenken. Want terwijl wij met onszelf bezig zijn, draait de wereld razendsnel door. India en China nestelen zich in de kopgroep van de mondiale kenniseconomie. Daar bruist ondernemerschap, tienduizenden hoog opgeleide, gemotiveerde afgestudeerden verlaten de universiteiten. De VS blijven door hun sterke aanpassingsvermogen (wat Europa mist) volop meedoen.

Nederland heeft in het verleden altijd meegedaan in de economische mondialisering, maar dreigt nu de aansluiting te missen. Drie punten zijn hierbij essentieel: de houding tegenover Europa, het dreigende politieke provincialisme, en de haperende integratie.

Europa

Europa heeft ons vrede en welvaart gebracht. Daarom moeten we een open houding blijven aannemen: niet in de schulp kruipen, maar ook niet elke kritiek op Europa elitair wegwuiven. Het functioneren van de Europese politiek moet wél anders, om de negatieve gevoelens over Europa om te buigen.

De Nederlandse bevolking is niet tegen Europese samenwerking, maar geeft - net als ondernemers - een onvoldoende aan de politieke uitvoering en de geleverde prestaties. De kritiek heeft alles te maken met Brusselse regelzucht (fijnstof, vogelrichtlijn, werktijden).

Waar Europa wél zou moeten presteren, laat het dat na (veiligheid, migratie, vrije energiemarkt). Richtlijnen zorgen niet voor een Europees speelveld, omdat lidstaten ze op eigen houtje mogen invullen (CO2-emissiehandel). De grote lidstaten nemen het Stabiliteitspact niet serieus - daar gaat mijn pensioen, hoor je mensen denken.

Nederland moet aan een sterk Europa werken, zonder protectionisme en nationalistische sentimenten. Nu de nettobetalingspositie is geregeld, kan het kabinet met constructieve voorstellen proberen ons geschonden imago op te poetsen. Ook voor de Europese overheid moet gelden: minder, selectiever, maar ook beter optreden. Dat is de lijn waarlangs we het Europadebat moeten hervatten, om zo nationaal vertrouwen in Brussel te herstellen.

Minder en selectiever, dat betekent bevoegdheden van de Unie beperken tot grensoverschrijdende problemen. Helder vastleggen wat Brussel gemeenschappelijk moet regelen, bijvoorbeeld interne markt, monetair beleid, buitenlands beleid en asiel- en migratiebeleid. Pensioenen, gezondheidsstelsel, sociale zekerheid, sociaal beleid en onderwijs zijn voorbeelden van nationaal beleid. Hier ligt het initiatief bij de lidstaten, en uitdrukkelijk niet bij de Europese Commissie. Nationale overheden kunnen de onderwerpen bovendien overlaten aan private partijen.

Beter, door Europese regelgeving niet nog eens van Haagse extra's te voorzien, zoals bij Europese normen voor fijnstof. Die 'nationale koppen' leiden immers tot nadelige verschillen binnen Europa. Het is óf Europees óf nationaal, niet beide.

Beter, door voorgenomen Europese regelgeving verplicht te beoordelen op gevolgen voor de concurrentiekracht. Met als extra afweging óf en in welke mate overheidsregels überhaupt noodzakelijk zijn.

Beter, door besluitvorming in Brussel niet over te laten aan ministeriële vakraden van gelijkgestemden, zoals de Milieuraad. Dan krijg je Europese regels die individuele vakministers 'thuis' nooit voor elkaar krijgen en maar één deelbelang dienen. Net als in de lidstaten moet één centrale ministerraad, de 'Competitiveness Council', alles afwegen en besluiten. Een Nederlandse superminister van Europese Zaken, waaraan vakministers moeten rapporteren, vertegenwoordigt ons daarin.

Internationale economie?

PvdA-voorman Bos liet mij in een debat weten dat zijn partij af wil van het 'internationale-hoofdkantoordenken' en kiest voor het plaatsgebonden midden- en kleinbedrijf. Dat is regelrecht provincialisme: visieloos, verkeerd en gevaarlijk - een keuze voor toekomstige armoede. We moeten juist trots zijn op die internationale hoofdkantoren en multinationals in Nederland. Het herbergen van internationale hoofdkwartieren en besliscentra is (los van directe en indirecte werkgelegenheid en onderzoeksactiviteiten) een manifestatie van internationale gerichtheid en een open samenleving.

Onze benadering van zakenmensen van buiten Europa is ook provinciaals. Buitenlandse zakenlieden bij een visumaanvraag behandelen als potentiële illegalen en geen onderscheid willen maken, kan niet en hoort niet bij een open, vooruitstrevend land. Ban het provincialisme uit!

Integratie

Tot slot het integratiedebat. Hoewel een ruime meerderheid van de allochtonen gewoon als ieder ander aan de samenleving deelneemt, aan de slag is en dus niet (meer) tot de 'zwakke groepen' behoort, maken ondernemers zich grote zorgen, zo blijkt uit een recente enquête, over de verscherping van cultuurverschillen en daarmee samenhangende sociale spanningen. Het beeld over integratie van allochtonen is ongunstig, de wederzijdse acceptatie beperkt. Hun achterstand op de arbeidsmarkt groeit, zoals vorige week nog eens duidelijk werd in een rapport van het SCP. Het politiek-maatschappelijke debat rond migratie, integratie en islam verhardt. Dat past niet in onze tolerante traditie.

Jeugdwerkloosheid (met een onevenredig hoog aantal allochtonen) en onderwijs zijn onder mijn leden de grootste 'sociale kwesties' van deze tijd, onmiddellijk gevolgd door intolerantie, spanningen tussen allochtonen en autochtonen en gebrekkige integratie. Ondernemers beseffen dat een intolerante houding tegenover nieuwkomers blijvend schade berokkent aan onze internationaal georiënteerde economie.

Voor sociale integratie is samen-werken het beste medicijn. Integratie door participatie. Er mag onder jongeren geen verloren generatie ontstaan. Een uitdaging voor betrokkenen zelf en voor het bedrijfsleven. De kansen daarop stijgen als tegelijkertijd het opleidingsniveau stijgt.

Wat gaan ondernemers doen?

Werkgevers zullen zich nadrukkelijk inspannen voor leer- en stageplekken. VNO-NCW wil vraag (bedrijven) en aanbod (scholen) per regio met elkaar in evenwicht brengen. Haagse blauwdrukken werken hier niet.

Een nieuw plan van VNO-NCW en andere in de Task Force Jeugdwerkloosheid om in CAO's af te spreken drop-outs via een combinatie van leren en werken (tweejarig contract op CAO-voorwaarden) binnenboord te krijgen en houden moet dit jaar vorm krijgen. Ook hier een regionale aanpak.

Discriminatie in aannamebeleid wijs ik af. Sollicitanten verwijderen uit de stapel omdat zij een opvallende achternaam hebben, kan niet. We moeten kijken naar opleiding en ervaring, naar competenties. Ik roep werkgevers op hiernaar te handelen.

Selectie op basis van competenties vereist wel dat aspirant werknemers daar zelf in investeren. De deur van werkgevers gaat niet zo maar open. Wie de plicht tot werken en competenties opbouwen verzuimt, riskeert zijn uitkering. Elke Nederlander moet zijn eigen toekomst maken met alle kansen die worden geboden. Onze verzorgingsstaat is geen luilekkerland meer. We moeten in 2006 weer de weg op naar een tolerant, open en internationaal Nederland, als essentiële voorwaarde voor een florerend bedrijfsleven en welvaart.

Bernard Wientjes is voorzitter ondernemingsorganisatie VNO-NCW.