Het beeld

Dat ik zaterdag niet een keer heb gelachen om Koppensnellers, dat zegt niet zo veel. Ook toen hij nog bij de VARA zat vond ik Jack Spijkerman zelden leuk, en dan lijk je tot een minderheid te behoren. De spot van Jack en zijn cabaretiers richt zich voornamelijk op mensen die afwijken van de grootste gemene deler, vooral wanneer die ook nog eens hoog te paard zitten: Harry Mulisch, Pierre Kartner, Job Cohen.

Talpa, Koppensnellers, 21 januari, 20.00u. Talpa

Ook de tweede aflevering van zijn programma voor Talpa vertoonde grote gelijkenis met Kopspijkers bij de VARA. Het spel met spijkers die in een blok moeten worden geslagen is vervangen door een kop van jut, de meeste imitatoren zijn meeverhuisd en er zijn enige nieuwe elementen toegevoegd. Op papier zijn die niet onaardig, maar ze komen nog nauwelijks uit de verf. Mike Boddé levert instrumentaal commentaar op het nieuws; een loftrompet onder water is een ingewikkelde reactie op een berichtje over een dijkgraaf die een standbeeld voor zichzelf wilde oprichten. Frank Lammers speelt Archie Bunker in De mensen thuis, een sketch over modern racisme, die zo smakeloos is - Alex Klaasen als roze Hofstadgroephomo - dat ik nog steeds naar de dubbele bodem zoek. Een vast onderwerp met Viggo Waas en Peter Heerschop als Soldaat van Oranje in avondkleding samen op een fiets kan nog iets worden, maar dan moet je toch met een beter idee komen dan een oudere darts-speler met buik (Jack Wouterse) die verslagen wordt door een snotneus met een piercing door zijn lip. Een vraaggesprek van de presentator met cabaretiers verkleed als een burgemeester van Amsterdam die de boel bij elkaar wil houden, pornodiva Kim Holland en een smurf, daar valt geen eer meer aan te behalen.

Jack Spijkerman moet het niet van de recensies hebben maar van de kijkcijfers. Die waren bij aflevering twee teruggelopen van 1,2 miljoen naar 866.000, veel minder dan die van de gelijktijdig uitgezonden concurrenten Herman Finkers (1,1 miljoen bij de VARA op Nederland 3) en Idols (1,6 miljoen, RTL4). Laten we zeggen dat er nog ruimte is voor groei, kwalitatief en kwantitatief.

Een dag later zat een echte Amsterdamse wethouder, Achmed Aboutaleb (PvdA), zich in Netwerk (KRO) beheerst te ergeren aan de gretigheid van veel journalisten om bij de aanpak van jonge Marokkanen zijn Rotterdamse ex-collega Marco Pastors (Leefbaar Rotterdam) als succesvol voorbeeld te noemen. Aboutaleb wenste dat media hun huiswerk beter zouden doen en voorspelde dat er met de gemeenteraadsverkiezingen op komst nog veel meer op die trommel geslagen zou gaan worden.

Intussen kwamen de beschuldigingen van xenofobie in Nederland gisteren uit onverwachte hoek: werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes beklaagde zich in Buitenhof (NPS/VARA/VPRO) over de behandeling van allochtonen én expats en de in Parijs wonende schrijver Adriaan van Dis vergeleek in Woestijnruiters (VARA) de uitsluiting van 'mensen met een bruine huid' in Frankrijk en Nederland. De conclusie was dat de Fransen het probleem harder ontkenden en dat er daar nog minder televisiepresentatoren zijn met een buitenlandse achtergrond. Maar in principe maakt Van Dis zich al sinds zijn Indische jeugd druk over de Nederlandse houding ten aanzien van 'de ander'.

    • Hans Beerekamp