Gedragscode

Nederlands spreken is gewenst. Burgers van een land kunnen niet zonder gemeenschappelijke taal. Maar een nationale 'gedragscode' om Nederlands te spreken 'in het openbaar', zoals minister Verdonk heeft voorgesteld, is in strijd met liberale beginselen.

Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) deed zaterdag dit ondoordachte voorstel in een interview met het Journaal. Uiteindelijk is iedereen vrij om te spreken wat hij wil, of dat nu Nederlands, Fries, Twents, Duits, Engels of Turks is. Sommigen kunnen niet anders. Dat doet er niet aan af dat de meeste werkgevers en overheidsdiensten Nederlands als voertaal gebruiken en dat ook van werknemers en van het merendeel van de klanten kunnen verlangen.

Maar de uitzonderingen zijn te belangrijk om over het hoofd te zien. Vandaar dat vrijwel nergens ter wereld een wet bestaat die iedereen verplicht tot het spreken van de landstaal in het openbaar. Een nationale gedragscode die niet tot het Nederlands verplicht maar er een fatsoenszaak van maakt, lost het probleem niet op. Het zou betekenen dat niet alleen immigranten die weigeren de taal te leren, maar ook Duitsers of Indiërs die hier tijdelijk werken, verwijten krijgen. Openbare hoorcolleges in het Engels aan de universiteit en Engels op kantoren van multinationals zouden in strijd met de code zijn. De voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, B. Wientjes, maakt zich terecht zorgen over het vestigingsklimaat in Nederland. Een xenofoob Nederland zal snel verarmen.

Verdonk maakte haar opmerkingen naar aanleiding van de bedenkelijke burgerschapscode die het Rotterdamse gemeentebestuur heeft vastgesteld, de zogenoemde 'Rotterdam-code'. Bedenkelijk, omdat het gemeentebestuur deze regels opstelde terwijl de deelnemers aan de boeiende en soms heftige Rotterdamse integratiedebatten over de islam andere regels hadden voorgesteld. Dat Rotterdammers volgens de code van het gemeentebestuur 'het Nederlands als gemeenschappelijk taal gebruiken' is een open deur. Maar een bestuur van 's werelds grootste havenstad kan dat Nederlands onmogelijk voorschrijven voor 'op het werk', zelfs niet voor alle scholen.

Toch hebben Rotterdammers die alleen vreemde talen in hun wijk horen, reden tot klagen. Buitenlanders die in Nederland willen blijven, mogen weliswaar op straat of met hun vrienden hun eigen taal gebruiken, maar moeten zo snel mogelijk Nederlands leren om meer aansluiting te vinden met hun nieuwe samenleving. Helaas is de Nederlandse regering daar pas laat achter gekomen, zodat er nog een grote achterstand is in taalcursussen. Een talenknobbel is niet af te dwingen. Slecht Nederlands is niet altijd verwijtbaar.

Minder pretentieus dan de eenzijdig afgekondigde Rotterdam-code klinken de tien op grond van een peiling onder burgers vastgestelde stadsregels van Gouda. Tussen aanbevelingen als 'ruim je afval op' en 'wat je stuk maakt, moet je zelf betalen' staat 'spreek Nederlands, dan begrijpen we elkaar'. Dergelijke codes hebben slechts een beperkte lokale functie en moeten vooral niet landelijk worden. Minister Verdonk kan beter de achterstand in taalcursussen wegwerken voor gretig wachtende immigranten.