Een professionele glimlach

Guusje ter Horst was één van de eerste bestuurders die het belang van leefbaarheid inzagen: de straat moet schoon zijn en regels moeten worden nageleefd. Maar haar hang naar orde en zakelijkheid maakt het werken soms moeilijk voor de burgemeester van Nijmegen.

Guusje ter Horst, burgemeester van Nijmegen, leidt een links college. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold nijmegen guusje ter horst foto rien zilvold Zilvold, Rien

Daar staat ze, in de Romeinse zegekar die het plein oprijdt voor museum Het Valkhof in Nijmegen. Quasi-nonchalant leunt ze tegen de zijkant van de wagen, met in haar rug, de beide armen gespreid, eregast premier Balkenende. Als speciale attractie voor de onthulling van een Godenpijler. Haar glimlach verdwijnt niet, zelfs niet als de koetsier besluit om de paarden nog een keer rond de zuil te laten rijden. Ze lijkt er zowaar enig plezier in te hebben.

Maar hiervoor is Guusje ter Horst (53) geen burgemeester geworden. De pragmatische politica, zakelijk en ongeduldig van aard, houdt niet van ceremonieel. Lintjes doorknippen, het bezoeken van recepties, het voorzitten van de gemeenteraad; het hoort erbij maar dat is het dan ook.

Haar overstap van wethouder in Amsterdam naar burgemeester van Nijmegen wekte destijds dan ook verbazing in haar vriendenkring, zegt prof. dr. Johan Hoogstraten, promotor van Ter Horst en goed bevriend met haar. 'Het wethouderschap in Amsterdam is een topbaan met veel spanning. Guusje functioneert goed onder druk. Sterk, rustig en goed formulerend. Ik associeer het burgemeesterschap met rust en ik denk niet dat het haar meegevallen is. Het was echt afkicken.'

Inmiddels leidt ze al vier jaar een links college, het enige linkse college van een grote stad in Nederland. PvdA (haar partij), GroenLinks en SP. Vier jaar geleden bleven veel grote steden paars, Rotterdam werd zelfs echt rechts, maar Nijmegen werd links. Ze is ook één van de weinige vrouwelijke burgemeesters van een grote stad (159.000 inwoners).

Ter Horst erkent dat ze lang heeft moeten wennen. Ze is als burgemeester meer met processen bezig en minder met inhoud dan ze had verwacht en heeft zich onvoldoende gerealiseerd dat de rol van de burgemeester vooral een functionaris is, vergelijkbaar met de koningin. Maar spijt, nee dat heeft ze niet. Het burgemeesterschap is goed geweest voor haar persoonlijke ontwikkeling.

De politieke carrière van Ter Horst begint pas als ze de dertig ruimschoots gepasseerd is. Eerst werkt ze vijftien jaar als psycholoog en universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociale Tandheelkunde van het ACTA, een samenwerkingsverband van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. Ter Horst maakt daar naam als kritisch onderzoeker, onder meer naar de gebitsgezondheid van drugsverslaafden en de rechten en plichten van ziekenfondsverzekerden. Ze had carrière kunnen maken op de universiteit, zegt prof. Hoogstraten. 'Het scheelde maar een haartje of ze was hoogleraar geworden.'

Het werd de politiek, dankzij haar proefschrift dat inzichtelijk maakte hoe men ziekenfondspatiënten kon stimuleren naar de tandarts te gaan. Ter Horst kreeg een dermate ongeïnteresseerde reactie van de Ziekenfondsraad dat ze besefte dat ze iets pas kon veranderen als ze zich ermee zou bemoeien. In 1984 sloot ze zich aan bij de Partij van de Arbeid.

Ter Horst had geen gemakkelijke jeugd. Haar ouders scheidden toen ze vijf was en haar moeder voedde Guusje, haar broer en een zus alleen op. Thuis werd er niet veel over politiek gesproken maar Ter Horst leerde al snel wat onrechtvaardigheid was. Ze zag hoe moeilijk gescheiden vrouwen het hebben en merkte dat haar moeder met hard werken weinig geld verdiende terwijl voor anderen het omgekeerde gold.

Toch wordt haar politieke bewustzijn niet zo aangewakkerd dat ze op het Tweede Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag het voortouw neemt bij discussies. 'Het was de tijd van Vietnam, de democratisering van het onderwijs. We discussieerden daar wel over maar waren ook erg serieus met school bezig. En met de jongens natuurlijk', zegt oud-politica Andrée van Es, haar voormalig klasgenote. Ook later, als beroepspoliticus, zal Ter Horst zich niet als een ideoloog manifesteren. Ze voelt zich 'niet thuis' in ideologische discussies en beschouwt zichzelf meer als een pragmaticus.

Zo leert Amsterdam haar kennen. In 1986 maakt ze haar opwachting in een fractie waar de geest van de jaren zeventig nog rondwaart. Ter Horst valt op door haar gedegen, analytische achtergrond met 'doorbrekende ideeën' te combineren, zegt oud-raadslid en -wethouder Walter Etty (PvdA). 'Ze wilde niet gedogen en had duidelijke opvattingen over het gebruik van de publieke ruimte. Zij vond het bijvoorbeeld belangrijk dat de straten goed geveegd werden. In de jaren tachtig werd dat niet als politiek gezien', aldus Etty die spreekt over 'een consumentenbond-achtige' aanpak.

Ter Horst vindt dat de overheid burgers, zoals verkeersovertreders, verslaafden en vandalen, mag aanspreken op ongewenst gedrag. 'Het einde van de permissive society is in zicht', schrijft ze in 1990 in een opiniestuk in de Volkskrant. Als één van de eerste politici zet ze de leefbaarheid van een stad hoog op de agenda. Later, als wethouder, zorgt ze er inderdaad voor dat de binnenstad schoner wordt en dwingt ze onder meer de zorginstellingen tot een zakelijke aanpak.

Maar als verantwoordelijk wethouder wordt ze ook geconfronteerd met frauderende ambtenaren en een ontspoord Gemeentevervoerbedrijf. Miljoenenverliezen, een zwak management en een hoog ziekteverzuim zorgen ervoor dat het bedrijf halverwege de jaren negentig 'out of control' is. In tegenstelling tot haar voorgangers grijpt Ter Horst wel in, maar dit gebeurt te laat, volgens de onderzoekscommissie-Van der Zwan. Haar positie als wethouder is in het geding, maar ze overleeft. Mede omdat ze populair is in de PvdA.

De affaire past niet bij het imago van Ter Horst. Kordaat, vasthoudend, doelgericht; het zijn de termen die gebruikt worden om haar te typeren. 'De uitdrukking 'beter morgen als morgen beter is', is aan haar niet besteed', zegt voormalig VVD-raadslid Ferry Houterman uit Amsterdam. Johan Hoogstraten constateert een 'behoorlijke controlebehoefte' en veel temperament. 'Er zit veel pit in. Ze vindt bijvoorbeeld mensen nogal snel dom. Die drift moet ze onderdrukken.'

Ter Horst zet sinds ze burgemeester is vaker een professionele glimlach op maar zal zich altijd blijven ergeren aan mensen die om de hete brei heen draaien of verzanden in ambtelijk taalgebruik. Ze heeft een hekel aan 'geneuzel en gezeur', laat ze de inwoners van Nijmegen via de gemeentelijke website weten. 'Er moet gewerkt worden.' De periode van twee jaar als voorzitter van de Universiteitsraad van de UvA ervaart ze in dat opzicht als 'een verschrikking', vertelt ze zelf.

'Ze kán eenvoudig niet vaag zijn, wat je andere politici nog wel eens kunt verwijten', zegt Hoogstraten. 'Ze is een vrouw die zegt wat ze doet en doet wat ze zegt', oordeelt Wim Jansen, voorzitter van het comité dat de Vierdaagse in Nijmegen organiseert. 'Ze is wars van kapsones. Iemand die zichzelf beter voordoet dan hij is, heeft het verknoeid. Zelf kan ze goed tegen kritiek. Je kan gerust tegen haar zeggen dat je iets niet pikt.' Maar het blijft voor Ter Horst moeilijk om openlijk op een ingenomen standpunt terug te komen, zegt wethouder Paul Depla (PvdA). 'Ze komt uit een generatie die dat als een nederlaag ziet.'

Het gaat volgens Depla ook om een botsing van bestuursstijlen. In het 'zuidelijke' Nijmegen zijn er meer wegen die naar Rome leiden dan in de 'calvinistische' Randstad. 'Maar ze is inmiddels meegaander geworden. Ze moest echt 'ont-Amsterdamsen'. Net zoals dat wij geleerd hebben van haar Amsterdamse directheid.'

Het tempo van Ter Horst is in Nijmegen minder hoog. Eén van de eerste adviezen die een wethouder haar gaf, is dat ze niet direct met de deur in huis moet vallen, maar beter eerst over koetjes en kalfjes kan praten. Ter Horst zegt ervan geleerd te hebben en 'minder draufgangerig' te zijn. De 'vechthouding' van Amsterdam heeft plaats gemaakt voor een 'meer analyserende' blik, constateert ook Andrée van Es.

Ter Horst etaleert een grote hang naar regels en ordening. Regels zijn in haar optiek nodig om de zwakkeren in de samenleving te beschermen en ze kan persoonlijk slecht tegen chaos. Ze is het type dat zich ergert als mensen in de bus willen stappen voordat andere passagiers zijn uitgestapt. Voor Nijmegen gaat haar hang naar regels soms te ver. Een besluit om overnachten op straat door daklozen harder aan te pakken, wordt teruggedraaid door de gemeenteraad en de rechter oordeelt dat in Nijmegen wat al te snel gebiedsverboden worden opgelegd.

In 2004 zorgt Ter Horst voor opschudding door in de nieuwjaarsrede nepotisme aan de kaak te stellen. In de wereld van rekkelijken en preciezen behoort zij tot de preciezen. Een vergunning voor een sinterklaasfeest weigeren als deze te laat wordt aangevraagd, komt kinderachtig over, maar niet in de belevingswereld van Ter Horst. Regels moet je handhaven, zo niet dan afschaffen. Veel discussies in het college van B en W gaan over handhaving, zegt wethouder Depla. 'Maar in Nijmegen zijn er behalve zwart en wit ook grijstinten. Regels zijn goed, maar worden soms ook gebruikt om te stoppen met denken.'

Het burgemeesterschap maakt eenzaam, ervaart Ter Horst. Daar kan ze goed tegen, zegt vriendin Andrée van Es. Ze ziet een parallel met de 'vechtjeugd' van Ter Horst waar het belang van zelfstandigheid werd benadrukt. 'Ze is niet afhankelijk van schouderklopjes, ze heeft een grote innerlijke kracht.'

Ter Horst is er zelf ook niet de persoon naar om op te gaan in een groep. Ze wil te allen tijde boven de partijen staan en acht zich autonoom. Maar in Nijmegen krijgt ze al snel de kritiek te horen dat ze te vlug vertrekt na afloop van raadsvergaderingen, recepties en andere officiële bijeenkomsten. Sinds ze door de gemeenteraad hierop is aangesproken blijft ze soms wat langer, maar ze zal dit soort activiteiten altijd als werk blijven zien. 'In Nijmegen, het meest noordelijke deel van Bourgondië, wordt van een burgemeester meer warmte verwacht', zegt Theo Camps, voorzitter van de Vierdaagsefeesten. Een stadsbestuur staat in zijn ogen ten dienste van de gemeenschap en niet andersom. 'Je kunt én boven de partijen staan én informele contacten onderhouden.' Ook fractievoorzitter Peter-Paul Leferink op Reinink (VVD) vindt dat Ter Horst wat meer empathie mag tonen. 'Ze is een prima bestuurder voor de BV Nijmegen maar ze heeft niet zoveel met de bevolking.'

Het beeld van de afstandelijke burgemeester contrasteert met de privé-persoon, die 'buitengewoon trouw' (Hoogstraten) en 'open en ongeremd' (Van Es) is, maar ook met de wijze waarop ze contact lijkt te zoeken met de Nijmegenaren. Die heeft ze nodig in haar streven de stad schoner, veiliger en leefbaarder te maken. Eén van de eerste dingen die ze na haar aantreden doet, is haar emailadres openbaar maken. Door elk jaar naar een ander stadsdeel te verhuizen, wil ze weten wat er in de stad leeft leeft. Ingrijpend, maar het werkt, vindt ze. 'Een marketinginstrument', oordeelt Leferink op Reinink.

Wel is er alom waardering voor de manier waarop ze de stad promoot. Vooral door de festiviteiten van 'Nijmegen 2000' zet ze de stad boven de rivieren op de kaart. Zelf vindt ze dat Nijmegenaren chauvinistischer mogen zijn over hun stad. Dat ze volgend jaar weg gaat, was bij haar benoeming bekend. De vertrouwenscommissie heeft bij haar aanstelling expliciet moeten bedingen dat ze de termijn van zes jaar volmaakt. Ter Horst gelooft niet in de 'meerwaarde van een burgemeester die zichzelf herhaalt', wel in een 'frisse wind'.