De zeven geboden van de stad Rotterdam

Rotterdam introduceert een burgerschapscode. Minister Verdonk is enthousiast.

De Rotterdam Code begint met een korte beschouwing. Volgens deze inleiding is een stedelijke samenleving pas 'echt een samenleving' als 'de burgers die er wonen (...) een aantal fundamentele waarden en normen delen en elkaar op basis van die waarden en normen respecteren'. Omdat de diversiteit 'aan mensen, kleuren, opvattingen, meningen, waarden en normen' in Rotterdam leidt 'tot spanningen en botsingen', heeft het stadsbestuur zeven normen op schrift gesteld. Elke norm is onderverdeeld in subnormen, 34 in totaal.

1. Wij Rotterdammers nemen verantwoordelijkheid voor onze stad en voor elkaar en discrimineren elkaar niet.

Doordat autochtonen en allochtonen zich 'vrijwel uitsluitend bewegen in eigen kring (ze gaan naar de eigen slager, de eigen groentewinkel en de eigen school)', ontstaan over en weer vooroordelen en, uiteindelijk, discriminatie. Om die te voorkomen 'nemen wij actief deel aan de samenleving - door te werken, een opleiding te volgen of vrijwilligerswerk te doen'. Dit doen wij ook 'buiten onze eigen etnische of religieuze kring'. Verder 'discrimineren wij niet'.

2. Wij Rotterdammers gebruiken Nederlands als onze gemeenschappelijke taal.

Het komt te vaak voor 'dat de één niet begrijpt wat de ander bedoelt', wat 'leidt tot onbehagen, vervreemding, angst en tenslotte tot verwijdering'. Daarom 'spreken we in het openbaar Nederlands - op school, op het werk, op straat en in het buurthuis'. Ook 'voeden wij onze kinderen grotendeels in het Nederlands op, zodat zij volop kansen hebben in onze samenleving'.

3. Wij Rotterdammers accepteren geen radicalisering en extremisme.

Vooral 'het tegengaan van radicalisering van jongeren is op dit moment een van de grote uitdagingen', dus 'spreken wij mensen die dit gedrag vertonen, of dreigen te vertonen, daarop aan, ook in eigen kring'. Eventueel 'waarschuwen we de politie'.

4. Wij Rotterdammers voeden onze kinderen op tot volwaardige burgers.

Ouders 'moeten hun kinderen de instrumenten geven om goed om te kunnen gaan met de vrijheid van het individu en de eigen verantwoordelijkheid'. Hier hoort bij dat 'ouders hun kinderen steunen bij het (leren) maken van hun eigen keuzes - ook ten aanzien van geloof, levensbeschouwing en seksualiteit', 'jongens en meisjes gelijkwaardig opvoeden' en 'het recht op vrije partnerkeuze respecteren.'

5. Wij Rotterdammers behandelen vrouwen gelijk aan mannen en met respect.

Om te voorkomen dat vrouwen 'seksuele vrijheid wordt ontzegd' en 'de ontplooiingsmogelijkheden van meisjes worden beperkt' doordat zij niet met jongens om mogen gaan, 'tolereren wij geen (...) belediging van en geweld tegen meisjes en vrouwen die er niet voor kiezen maagd te zijn of seks te hebben voor het huwelijk'. Ook hebben vrouwen 'het recht om zonder belemmeringen, door hun partners en anderen, deel te nemen aan het openbare leven'.

6. Wij Rotterdammers behandelen homoseksuelen gelijk aan heteroseksuelen en met respect.

'Ook in onze tijd wordt de gelijkwaardige positie van homoseksuelen niet door alle Rotterdammers gezien als vanzelfsprekend. (...) Op straat krijgen homo's te maken met intolerantie en agressie, op scholen worden homoseksuele leerkrachten en leerlingen geïntimideerd en bedreigd.' Dit gaan wij tegen door 'homoseksuelen niet te discrimineren en dit te leren aan onze kinderen'. Immers, 'wij respecteren homoseksuelen, ook als onze eigen kinderen homoseksueel zijn'.

7. Wij behandelen (anders-)gelovigen en niet-gelovigen gelijk en met respect.

'Verschillende groepen, waaronder moslims en niet-moslims, zijn in toenemende mate tegenover elkaar komen te staan. (...)' Toch heeft 'iedereen recht op zijn eigen geloof of levensovertuiging'.