Chirac onverantwoord

Op de Franse basis voor nucleaire onderzeeërs Ile Longue bij Brest was het makkelijk praten voor president Jacques Chirac. Hij dreigde er eind vorige week voor een hoofdzakelijk militair gehoor met de inzet van kernwapens tegen staten die een terreuraanslag in Frankrijk plegen. Na zijn uitlatingen was de verwarring groot en begon het moeilijke deel van het werk. Want wat had de president precies gezegd en hoe moesten zijn woorden worden geduid? Letterlijk zei Chirac: 'De leiders van staten die tegen ons terroristische middelen zouden gebruiken, en zij die zouden overwegen massavernietigingswapens op de een of andere manier in te zetten, moeten begrijpen dat ze zich blootstellen aan een krachtig en passend antwoord van onze kant. Dit antwoord kan conventioneel zijn, maar het kan ook van een andere aard zijn.'

Dat is verstrekkende retoriek in één volzin.

Frankrijk besteedt dit jaar 8,5 procent van zijn totale defensiebudget van 37 miljard euro aan nucleaire bewapening. Het land heeft naar schatting 350 kernkoppen die vanaf vier atoomonderzeeërs worden gelanceerd of vanuit Mirages of Super-Etendard vliegtuigen worden afgeworpen. De Franse nucleaire doctrine gaat uit van het principe van de afschrikking. Met de (her)intrede van terroristen en het begrip 'boevenstaten' is het aantal af te schrikken potentiële tegenstanders fors toegenomen. Dat geldt niet alleen voor Frankrijk. Onder druk van nieuwe dreigingen zijn of worden overal ter wereld de militaire strategieën aangepast. De VS lopen hiermee voorop. In hun kielzog volgen schoorvoetend de NAVO-partners. Het lijkt erop dat Chirac de Franse militaire leer in zoverre een nieuwe richting opstuurt dat hij nu, anders dan voorheen, het uitgangspunt verlaat nooit als eerste atoomwapens te gebruiken. Als dat inderdaad de bedoeling is, zou sprake zijn van een ongekende koerswijziging.

De inzet van de force de frappe, zoals de atoommacht van Frankrijk wordt genoemd, verdient een doordachtere aanpak dan die van een zwakke president in zijn nadagen. Uiterste terughoudendheid met het dreigement kernwapens in te zetten, behoort het universele uitgangspunt van beschaafde staten te zijn. Het is belangrijk om te achterhalen wat Chirac precies heeft bedoeld, maar het is van groter belang dat het land zich realiseert dat zulke uitlatingen ongewenst zijn en niet bijdragen aan een zinnig debat over de vraag hoe kernmachten verstandig omgaan met terrorisme en met de dreiging van zogeheten boevenstaten. Chirac loopt zo ver voor zijn troepen uit dat hij geïsoleerd raakt en niet alleen EU-en NAVO-partners als Duitsland en Groot-Brittannië schoffeert, maar ook het in dit opzicht niet zachtzinnige Amerika in verlegenheid brengt.

Een preventieve nucleaire aanval, waartoe Frankrijk in staat moet worden geacht en waarmee de president misschien wel dreigde, is het laatste waarop de wereld zit te wachten. Frankrijk is het aan zichzelf en zijn bondgenoten verplicht zich verantwoordelijk te gedragen als lid van de exclusieve club van vijf officiële atoommachten. Volgend jaar moet Parijs daar weer eens in ernst werk van maken, na de presidentsverkiezingen.