Britse banvloek over grijze eekhoorn

De grijze eekhoorn krijgt het moeilijk in Groot-Brittannië. Minister van Biodiversiteit Jim Knight zei eind vorige week dat gif, vallen en anticonceptie het aantal grijze eekhoorns de komende jaren moeten terugdringen. Uitroeien zal niet lukken en is ook niet de bedoeling, zei de minister, want de grijze eekhoorn geeft veel stadsmensen het gevoel in contact met het buitenleven te staan.

Er leven tussen de 2 en 3 miljoen grijze eekhoorns in Groot-Brittannië, maar het zijn exoten. Ze zijn halverwege de negentiende eeuw een aantal keren uit de Verenigde Staten ingevoerd. Sindsdien hebben ze de autochtone rode eekhoorn teruggedrongen. Daarvan leven er nu nog ruim 150.000, op eilanden, zoals Wight en Brownsea en in naaldbossen in het noordoosten, vaak natuurreservaten van de National Trust.

De grijze eekhoorn is groter, sterker, gaat efficiënter om met zijn voedsel en kan drager zijn van een virus waar hij niet ziek van wordt, maar waar de rode eekhoorn aan sterft. De grijze eekhoorn is doorgaans veel tammer dan de rode. Hij eet al snel uit de hand en vertoont zich in stadsparken en -tuinen. In de Verenigde Staten is de populatie grijze eekhoorns rond het Witte Huis wereldberoemd.

De Britten willen de grijze eekhoorn terugdringen wegens de knaagschade die de dieren veroorzaken aan bomen en landbouw. Ze verwachten verzet van dierenbeschermers. In Britse overheidsrapporten wordt gerefereerd aan succesvol verzet in Italië. Daar werd de grijze eekhoorn in 1948 geïntroduceerd, in een park bij Turijn. De dieren breidden hun areaal uit met 17 vierkante kilometer per jaar. De Italiaanse rechter veroordeelde in 1999 twee medewerkers van een faunabeheersorganisatie tot 20 dagen hechtenis en een boete, wegens het uitvoeren van een uitroeiingsproject.