Black Lips

Boven de Black Lips hangt de doem van jonggestorven rockhelden. Deze garagerockende snotjochies uit Atlanta meenden de wind flink in de zeilen te hebben, tot gitarist Ben Eberbaugh op 22-jarige leeftijd bij een auto-ongeluk het leven liet.

Nog tragischer: het noodlot sloeg toe twee dagen voor hun debuutalbum uitkwam. Maar de groep ging niet bij de pakken neerzitten en laat op het zeldzaam coherente Let It Bloom, hun derde cd, horen tot wat voor wilde muziek goed gerichte overlevingszin kan leiden.

Primitief is nog een understatement voor de manier waarop deze mannen hun instrumenten afranselen, maar in dit genre is dat alleen maar een pré. Punk, psychedelica en een hoeveelheid hormonen waar een roedel jonge honden nog niet tegenop kan, leiden tot een paar handenvol songs die druipen van vuige fuzz, rauwe vervorming en jeugdige overmoed.

De band heeft een bijkans geniale hand van songschrijven ontwikkeld, waardoor zulke jachtige, punky nummers je steeds weer bij de keel grijpen.

Toch permitteert men zich een paar afwijkingen op dat stramien, die erg aardig uitpakken. Zoals het druggy, quasi-oosterse Hippie, Hippie, Hooray en Dirty Hands, waarin overdramatische, Spectoriaanse meidenpop wordt benaderd met rammelende, jongensachtige bravoure.

Black Lips: Let It Bloom (In The Red, distr. Konkurrent)

    • Jacob Haagsma