Berliner: een pracht-Haydn

Voor het eerst waren de Berliner Philharmoniker te horen in de ZaterdagMatinee, waar ze onder de inspirerende leiding van chef-dirigent Sir Simon Rattle een indrukwekkende proeve van bekwaamheid aflegden. Meteen al tijdens de in kleine bezetting uitgevoerde Symfonie nr. 86 van Haydn, fascineerde de kristalheldere sonoriteit van het orkest, dat een unieke klank produceert die tegelijkertijd open, gepolijst en kernachtig is. Als een mannelijke Alice in Wonderland voerde Rattle de musici mee door het avontuurlijke idioom van Haydn, die onuitputtelijk was in het ontdekken van nieuwe mogelijkheden binnen de klassieke vormentaal. Zo klonk er onvervalste musiceervreugde tijdens het openingsdeel, en drama in het Largo. Het Menuet deed denken aan een gestileerde goochelvoorstelling, gevolgd door vuurwerk in de Finale. Soms ging de spirituele fijnzinnigheid van Rattle's uitgekristalliseerde fraseringen een beetje ten koste van Haydns muziek, die het beste gedijt bij ongeposeerde directheid.

Concerten: Berliner Philharmoniker o.l.v. Sir Simon Rattle. Gehoord: 21, 22/1 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 23/1 20 uur (opname 21/1) Sir Simon Rattle, zaterdag na de Matinee (Foto Bram Budel) Dirigent Simon Rattle verlaat de zaal tijdens het applaus na afloop van de 'zaterdag matinee' in het concertgebouw. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

'Has anyone seen our principal harp?' vroeg Rattle voor aanvang van Schönbergs Variationen für Orchester, een atonaal stuk dat in 1926/1928 in opdracht van de Berliner Philharmoniker werd gecomponeerd. Maar de eerste harpiste bleef zoek, zodat de tweede harpiste de eerste partij voor rekening nam in Rattle's spectaculaire uitvoering van de complexe Variationen. Later werd duidelijk dat de vermiste harpiste, die in het briljant gestroomlijnde tumult van Schönbergs variatiewerk niet werd gemist, zich had ingesteld op een avondconcert.

Er volgde een onweerstaanbare lezing van Ravels Ma mère l'oye, waarvan de kleurrijke, licht geparfumeerde exotiek Rattle op het lijf geschreven bleek te zijn. Want veel meer nog dan een meester in vormen, is Rattle een meester in het schilderen van betoverende klanken.

Juist met die uitgesproken neiging tot uitgesponnen fraseringen, fijnzinnige dynamische nuances, een subtiel ademend rubato en een enorme rijkdom aan klankkleuren, deed Rattle de avond daarop de bijna jarige Mozart tekort in de Grote Solisten-serie van het Concertgebouw.

De ontwapenende muziek van Mozart is te puur en te volmaakt, om elegante opsmuk en gemaniëreerde verfraaiingen te kunnen verdragen. Bovendien is Mozarts Gran Partita voor 13 blazers en een contrabas, een serenade die het beste tot zijn recht komt zonder dirigent. Want alleen dan draagt elke speler optimaal zijn individuele karakter uit, waarmee Mozarts expressieve partita verandert in een mini-opera. Onder Rattle, die er ook in zijn genuanceerde intepretatie van de Praagse symfonie maar niet in slaagde één te worden met de spontane puls van Mozarts genialiteit, klonk de Gran Partita gladgestreken als een 19de eeuws 'tableaux vivant'. De ware held van dit Mozart-programma was dan ook meesterpianist Alfred Brendel, die eenvoud sublimeerde tot goddelijke transparantie in zijn intelligente interpretatie van Mozarts Pianoconcert nr. 27 in Bes.

Concerten: Berliner Philharmoniker o.l.v. Sir Simon Rattle. Gehoord: 21, 22/1 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 23/1 20 uur (opname 21/1)