Alledaagse, wel poëtische songteksten

De Arctic Monkeys hebben in Alex Turner misschien wel de beste tekstschrijver die na Jarvis Cocker van Pulp is opgestaan. De dichter John Cooper Clarke is sinds zijn schooltijd zijn grote held.

De Arctic Monkeys met rechts Alex Turner: ,,Volgens de punkdichter John Cooper Clarke zijn we op de pool apen die nergens aan kunnen slingeren.' Foto Lex van Rossen AMSTERDAM, 6-12-2005. ARCTIC MONKEYS FOTO LEX VAN ROSSEN Rossen, Lex van

De enorme koffers zijn waarschijnlijk nog door hun moeders ingepakt. Aan de vier verlegen jongens die zich voor interviews in de bar van hun Amsterdamse hotel melden, valt nauwelijks af te zien dat hier de nieuwe sensatie van de Engelse rockmuziek aan tafel is geschoven. Een salade met zalm, iets heel anders dan de eggs and chips die ze thuis in Sheffield gewend zijn, wordt na een voorzichtig hapje discreet weggeschoven. Zanger/gitarist Alex Turner en gitarist Jamie Cook praten niet, ze fluisteren.

Hoe anders was dat een paar weken eerder, toen de Arctic Monkeys hun Nederlandse podiumdebuut maakten in het bovenzaaltje van Paradiso. Vier jongens van gemiddeld nog geen twintig jaar jong brachten in veertig minuten de meest explosieve rockshow sinds de gloriedagen van The Libertines, met songs om te zoenen en een zanger die zich op het podium ontpopte als een brutale gangmaker. Drummer Matt Helders en bassist Andy Nicholson deden wat ze doen moesten: kolen gooien in het vuur van een voortrazende locomotief.

Dat de Arctic Monkeys goede liedjes maakten, wisten we al bijna een jaar aan de hand van de demo's en live-opnamen die door vrienden van de band op internet waren gepost. Zelfs toen er nog geen plaat van ze uit was, troffen ze in Engeland zalen vol fans die al hun nummers konden meezingen. De single I bet you look good on the dancefloor kwam op 1 binnen in de Engelse hitparade, een unicum voor een tot dan toe onbekende indierockgroep. En nu is er debuutalbum Whatever People Say I Am, That's What I'm Not waarop alle beloftes worden waargemaakt.

'We hebben geluk gehad', fluistert Alex Turner. 'In Sheffield heb je weinig andere perspectieven dan fabriekswerk. Mijn beste schoolvriend werkt al een paar jaar in de staalfabriek. Niks mis mee, maar zelf had ik andere plannen. De meest voor de hand liggende manier om zelf muziek te gaan maken was gitaarspelen en een band beginnen. Ik hield van hiphop, funk en rock. Ik denk dat onze muziek daarom anders klinkt dan de meeste andere rockmuziek. Dat hoekige, kriebelige ritme in veel van onze songs heeft meer met Funkadelic te maken dan met Oasis. Je kunt erop dansen.'

Alex Turner is misschien wel de beste tekstschrijver die na Jarvis Cocker van Pulp is opgestaan. Zijn teksten zijn observaties uit het echte leven, bijvoorbeeld uit de tijd dat hij als barman werkte en hij de sterke verhalen van muzikanten uit andere bands moest aanhoren. 'Fake tales of San Francisco schreef ik nadat ik de een of andere charlatan had horen opscheppen over de avonturen die hij in New Orleans en San Francisco had beleefd. Terwijl zijn treurige rockband gewoon uit een dorp buiten Sheffield kwam en ze de oefenruimte waarschijnlijk nog nooit hadden verlaten. Ik hou van tekstschrijvers als Mike Skinner van The Streets, die geen flauwekul verkoopt maar die in zijn eigen woorden beschrijft wat hem is overkomen.'

De Arctic Monkeys-cd laat zich losjes karakteriseren als de kroniek van een nacht stappen. Openingsnummer The view from the afternoon beschrijft de voorpret, I bet you look good on the dancefloor verhaalt over mislukte versierpogingen, bij Dancing shoes is de avond in volle gang en in Riot van worden de dronken feestvierders afgevoerd in het politiebusje. Een conceptewerk á la The Who's Quadrophenia heeft Alex Turner niet willen schrijven, want hij vindt dat een song van drie minuten op zichzelf moet kunnen staan. Wel streeft hij naar poëtische diepgang, onder invloed van de punkdichter John Cooper Clarke die hij bewondert.

Clarke was vooral bekend in de periode 1977-'79; hoe leerde de in 1986 geboren Turner zijn werk kennen? 'Ik zag hem in het voorprogramma van een concert van The Fall en ik was meteen diep onder de indruk van zijn scherpe tong en de manier waarop hij een gedicht als Psycle sluts tot een indringend muziekstuk wist te maken, waarin de woorden als ritme-instrumenten fungeerden. Mijn leraar Engels wees me op het feit dat er waarschijnlijk wel iets van John Cooper Clarke in onze schoolbibliotheek te vinden was. Aan de hand van een cd en een boek heb ik zijn werk bestudeerd. Daar is ongetwijfeld iets van te merken in mijn teksten.

'Toen ik Clarke ontmoette, vond ik hem een scherpzinnig mens; zo iemand waar je niet omheen kunt als hij met zijn hooibergkapsel de kamer binnenkomt. Arctic Monkeys vond hij een grappige naam. Hij merkte er meteen bij op dat er geen bomen zijn op de Noordpool. 'Jullie zijn apen die nergens aan kunnen slingeren', was het eerste dat hij zei.'

Van The Beatles werd aanvankelijk ook gezegd dat een groep met zo'n gekke naam nooit beroemd zou kunnen worden. Er school geen handig marketingplan achter de bekendheid die de Arctic Monkeys binnen korte tijd via internet vergaarden, zegt Jamie Cook. 'We wilden dat zo veel mogelijk mensen onze muziek hoorden, dus gaven we zelfgebrande cd's met oerversies van onze nummers weg aan vrienden en bij optredens. Die nummers kwamen op internet terecht en voor we het wisten begon iedereen dat te downloaden en uit te wisselen. Zelf zijn we helemaal niet van die helden achter de computer; tot voor kort wist ik niet eens hoe ik aan een forum over onze eigen band kon deelnemen. Nu gebleken is dat gratis verspreiding van mp3's helemaal geen negatief effect heeft gehad op onze plaatverkoop - integendeel zelfs - komen ook gevestigde artiesten en grote platenmaatschappijen er achter dat internet een interessant medium is om muziek onder de aandacht te brengen. Wij geloven niet in de hype rondom onze band. We zijn vrienden die samen muziek maken. Los van al die drukte hebben we alweer genoeg goede nummers voor ons volgende album.'

Arctic Monkeys: Whatever People Say I Am, That's What I'm Not (Domino/distr. Munich). Concert: 27/2 Melkweg, Amsterdam (uitverkocht).