“Zo maf als een deur zijn ze, van top tot teen los van god'

Groepen, voornamelijk Marokkaanse jongeren zorgen voor onrust in Amsterdamse stadsdelen. Henk Goettsch, voorzitter van de deelraad van Slotervaart, wil dat de harde kern wordt opgesloten. “Ze zijn volkomen therapieresistent.' Zijn collega van stadsdeel Oud-Zuid wil risicogevallen onder 0- tot 4-jarigen opsporen via de consultatiebureaus.

De stedelijke vernieuwing is in volle gang in het Amsterdamse stadsdeel Slotervaart Foto Maurice Boyer Stadsvernieuwing in Amsterdam Slotervaart Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060119 Boyer, Maurice

Henk Goettsch heeft goud in handen. Hij is stadsdeelvoorzitter van het Amsterdamse Slotervaart: groen, gratis parkeren, een perfecte ligging voor bedrijven, want aan de snelweg. In hoog tempo stampen aannemers nieuwe woningen uit de grond. Dank zij de stadsvernieuwing kun je hier in de mooiste huizen wonen. Gemiddelde werkloosheid, geen hoge criminaliteit. Niets aan de hand.

Of wel? Want het succes van al het harde werk, alle maatschappelijke investeringen, de afgrijselijke hoeveelheid vergaderingen - alles hangt samen met ongeveer honderdvijftig jongens die “niet goed bij hun hoofd zijn“. Honderdvijftig gedragsgestoorde jongens tussen de twaalf en vijftien jaar, veelal van Marokkaanse afkomst, die in groepen door de buurt zwerven. Sommigen komen van buiten Slotervaart. Ze treiteren, stelen en vernielen. Ze vernietigen hun eigen buurt. Blijven zij hun gang gaan, dan wordt het niks met Slotervaart. “We moeten ze uit de roulatie nemen“, zegt Henk Goettsch.

De tuinstad bestaat nu nog uit lange rijen verregende flats met veel schotelantennes en veel groen. Van de rest van Amsterdam gescheiden door het spoor en de snelweg. Er wonen bijna 45.000 mensen, iets minder dan 45 procent is allochtoon. Op het nieuwe stadsdeelkantoor praat Goettsch (PvdA) over de Slotervaart.

Hij is geïrriteerd. Vreselijk geïrriteerd. Vorige week overleed een 17-jarige Marokkaanse jongen op een scooter na een botsing tegen een paal. Boze Marokkaanse jongens, die ten onrechte dachten dat de politie de scooter had achtervolgd, gooiden een paar ruiten in van een politiebureau en staken een auto in brand. Gemeente, politie, buurtvaders en andere jongeren konden rellen voorkomen. Maar niet volgens de pers. Die kwam voor de zoveelste keer schande roepen, want “in Nederland is het glas altijd halfleeg“. Weer was Slotervaart een oorlogszone, het centrum van een culture clash, net als tijdens de massale gevechten van Marokkaanse jongeren met de politie, op 23 april 1998. De problemen met de jongens zijn al erg genoeg, de pers schrijft Goettsch' Slotervaart nog verder de grond in.

U bent boos op de pers, maar die was er niet voor niets.

“Ok, we hadden een onrustige nacht, maar je moet het ook weer niet overdrijven. Er zijn wat ramen ingegooid en twee arrestaties verricht. Dan komt de pers en roept schande. Want het glas is altijd halfleeg in Nederland. Dat ergert de mensen hier in de buurt. En mij ook.

We weten de situatie te sussen, en dan is er nog ergens één die toch een ruitje ingooit. Wat zegt Het Parool? Een rel. Maar één kapot ruitje is geen rel. En bij goed nieuws zie je niemand. Dat verkoopt niet.

In tweederde van het stadsdeel gaat het goed. Kijk naar de statistieken. We hebben een werkloosheid van negen procent, over heel Amsterdam is dat tien procent. In dat deel waar het niet goed gaat hebben we miljoenen geïnvesteerd. We hebben hier zo'n zestienhonderd mensen in taaltrajecten zitten. En dat werkt, want daarna willen de moeders een computercursus, ze willen weten wat hun zoon op internet doet. We zijn al acht jaar bezig met stadsvernieuwing, die moet over een jaar of zes, zeven gaan renderen. Allerlei projecten doen we. En dan vraagt zo'n verslaggever van AT5 de burgemeester: “Wanneer pakt u dat probleem eens aan'! En de mensen hier denken: “Ik woon zeker in een achterbuurt.' Het is schandelijk, er is hier verdomme voor miljoenen geïnvesteerd.“

Maar is er nu wat aan de hand of niet?

“Het is onrustig. Dat is een feit. We hebben de meeste last van de jongerengroepen tot vijftien jaar. Besef goed: bij die jongens bestaat het werkloosheidsprobleem nog helemaal niet. Die jongeren voelen zich niet geaccepteerd, dat weten we al jarenlang. Ze zitten in een identiteitscrisis. In de buurt worden ze als kakkerlakken gezien. Natuurlijk gaan ze zich afzetten. En bij jongeren zijn de verschijnselen altijd harder. Maar een auto in brand steken, dat is niet normaal meer. Wel moeten we onderscheid maken tussen verschillende groepen. Dé Marokkaanse gemeenschap bestaat niet.“

Waar komen die jongens vandaan?

“Het punt is dat in de jaren tachtig een enorme gezinshereniging op gang is gekomen. Al die Marokkaanse mannen haalden hun gezinnen hier naar toe. Maar ze werden in die tijd ook werkloos. Het was crisis in Nederland. De werkgelegenheid nam af. Het werk dat overbleef, dat waren niet de droombanen. Maar ze hadden geen keus omdat ze geen diploma's hadden. Ze werkten via het uitzendbureau dat hen er meteen uitdonderde toen de klus geklaard was.

Dan heb je nog de problemen in de gezinnen. Grote gezinnen vaak, die wonen op zestig vierkante meter met zeven, acht personen. De gezondheidssituatie is vaak ook nog slecht, met veel suikerziekte en overgewicht. De moeders spreken de taal niet. En veel van die probleemgezinnen zitten hier geconcentreerd bij elkaar. Eigenlijk is het een wonder dat alles nog redelijk functioneert. Maar de laatste jaren is de sfeer grimmiger, van beide kanten.“

Wat doen jullie aan die problemen?

“Wat is de normale strategie van ouders? Die proberen hun kinderen bezig te houden. Dus we bouwen overal speelplaatsen en veldjes. Dat werkt voor de meesten. Net als een vaste vriendin - als ze die hebben, is het ook over. Maar weet je, die jongens, die krijgen niet zo gemakkelijk een vriendin. Hoe vaak zie je een Marokkaans stelletje hand in hand lopen? Elkaar in het park eens lekker zoenen, dat kan bij hen niet. Ja, dat zou je kunnen managen, je zou die meisjes kunnen subsidiëren. Alles kan.

Soms is er een actiemaand, dan gaat de politie massaal de straat op. Het gevaar is dat de goede jongens vinden dat er op ze gejaagd wordt. Staan er zes jongens bij twee bekende dieven, gewoon baasjes die ze al jaren kennen. De politie ziet dat en vraagt zich af of die andere zes ook dieven zijn. Voor hen is het onderscheid ook moeilijk. Maar voor die goede jongens is dat natuurlijk hartstikke irritant. Stel je voor dat jij net de Albert Heijn uitloopt en een agent vraagt je hoe het met je gaat. Dan denk je toch ook: sodemieter op?“

En als het zoals vorige week escaleert?

“Bij een rellerige sfeer is het de kunst om de politie niet op te laten treden. We schakelen ons netwerk in. Dat zijn sportbuurtwerkers, buurtvaders, jongerenwerkers, maar ook jongeren die zelf uit die groepen komen. Die zijn in staat om ze te bereiken. Die schakelen het geloof in: “Als je zo doet, ga je niet naar de hemel'. Dat kan ik niet zeggen, ik ben een ongelovige. Je moet ook niet naar dat clubhuis gaan en een oekaze uitvaardigen. “En nu is het afgelopen!' - dat werkt niet. Dat netwerk is onze dijk tegen rellen, en die dijk heeft het gehouden.“

U hebt de onrust dus in de hand?

“Nee. Er is één groep, waar we geen greep op hebben. Daarmee is alles mislukt. Dat zijn de gedragsgestoorde jongens. Van de 80.000 mensen in Nieuw-West zijn er honderd tot honderdvijftig zo maf als een deur. Ze zijn echt niet goed bij hun hoofd, en dat dan in groepsverband. Ze zijn van top tot teen totaal los van god, van de islam. En ze zijn bovendien volkomen therapieresistent. Deze lui vernietigen deze buurt, hun eigen buurt. Normale criminelen kloten niet in hun eigen wijk. Deze jongens komen op onbegrijpelijke manier tot hun daden.“

Wat moet er volgens u met deze groep gebeuren?

“Uit de roulatie nemen. Dat is, denk ik, de enige oplossing. We moeten ze ter beschikking stellen van de regering. Tbs, ja. We moeten zeggen: bewijs zelf maar dat je geschikt bent weer op straat rond te lopen. Voor die tijd mag je niets meer, sta je onder curatele. Niet als straf. Maar omdat we er niet in slagen die bedreiging op een andere manier weg te nemen. De staat móét gewoon bescherming bieden aan zijn burgers. En misschien betekent dat het afnemen van het grondrecht op vrijheid. Ik zou hopen dat politici daar een intelligente, weldoordachte discussie over voeren.“

U bent zelf toch ook politicus?

“Luister, ik zit als stadsdeelvoorzitter in de kelder van de politiek. Het is mijn taak om de straten te vegen en ervoor te zorgen dat de schoolgebouwen niet lekken.“

U kunt dus niets doen?

“Wij zijn de eerste linie. Daar loopt deze groep overheen. De tweede linie is de politie, daar lopen ze ook overheen. De derde linie is de gemeente. Daar lopen ze ook overheen. We jagen er volcontinu achteraan. Maar de strafmaat is laag, dat schrikt niet af. We romen die groep steeds af, maar ze komen weer terug - erg veel mensen komen terug. Het rendement van strafinrichtingen is laag. Zeventig procent komt terug, je kunt zeggen dat de gevangenissen het slecht doen. Of dat die jongens hoe dan ook niet deugen. Het is maar hoe je het bekijkt.

Waarom betrekken jullie die ouders er niet bij, vragen ze me dan. Heel goed, ben ik helemaal voor. Maar bij deze groep werkt dat niet meer. De ouders hebben het al lang van zo'n baasje verloren, die is als 9-jarige al niet meer te houden. Sommige ouders vragen wel of we iets aan hun zoon kunnen doen. Die vragen om ernstige maatregelen. Maar dat zijn er niet veel. Wie gaat vragen of zijn zoon naar de gevangenis mag? Veel ouders schamen zich diep.

Je hebt een restgroep, waarbij niks werkt. Er wordt afgrijselijk veel vergaderd over mensen in dit land, dat wil je niet weten. Maar dit is zo'n zware categorie mensen, dat het instrumentarium van de rechtsstaat niet voldoet. Wat we met hen doen is pappen en nathouden. Maar het helpt niet en het kost veel geld.“

Delen andere bestuurders uw mening?

“Niet iedereen. En wat ik zeg, durven veel mensen niet hardop te zeggen. Ik heb er met Cohen over gesproken en ook hij ziet dat er op dit moment geen oplossing voor deze groep is. En ik durf er een glas melk op te zetten dat ze er in de andere grote steden en op het ministerie van Justitie ook zo over praten.“

Langdurig opsluiten van gedragsgestoorde jongens. Hoe groot is de kans dat zoiets werkelijkheid wordt?

“Ik geloof dat het wel goed komt. De bakens zijn de afgelopen vijf jaar al verzet. Als ik vijftien jaar geleden had gezegd wat ik nu zeg, was ik uitgemaakt voor nazi en was er een hakenkruis op mijn deur geschilderd. Het CDA wil iets aan haatzaaien doen, dat is een begin. Maar goed, uiteindelijk gaat het natuurlijk om andere burgerrechten. Dat ze met een motorvoertuig op de weg mogen rijden. Dat soort dingen, dat ze hun vrijheid kwijtraken.“

Die maatregelen zijn bedoeld voor bewezen terroristen.

“Maar de discussie gaat over burgerrechten. Ik zeg: het recht op rustig leven streep je af tegen het recht van een groep die eigenlijk hopeloos is. Wat doen we dan? Ik heb een vrij praktische geest. Na de rellen in 1998 met Marokkaanse jeugd sprak ik met Kamerleden van de PvdA. Zij waren bezorgd om de burgerrechten van die groepen, ik om de rechten van al die anderen. Dat probleem zit ook bij het CDA, D66 en ook bij de VVD, vrees ik. Die zijn nogal zuiver in de leer als het er op aankomt. Maar dit maakt mijn stadsdeel kapot.“

Slotervaart heeft een prachtige toekomst, zegt u. Ook als die jongeren blijven?

“Nee, het is essentieel dat we dit probleem oplossen. Het is een voorwaarde voor de ontwikkeling van dit stadsdeel. Er móéten instrumenten komen om die straatterreur aan te pakken.

Vroeger was het zo dat als je nergens anders terecht kon, er altijd nog Slotervaart was. Zo zag, zo ziet men dat. De mensen die zich beteren, die met succes jaren tegen de stroom opgeroeid hebben, wil ik vasthouden. Nu vertrekken ze allemaal nog, het is een doorgangshuis.

Het moet anders, we hebben verdomme zo veel geïnvesteerd! Station-Lelylaan is aangepakt. Daar hebben we hekken neergezet, er hangen camera's. Het is nu net zo rustig als Abcoude. Daar in de buurt gaat nu een bedrijf een viersterren hotel neerzetten. Viersterren, mijnheer. Dat is niet niks.

Naast de groep onverbeterlijken zijn er al die mensen die wel willen, maar het moeilijk hebben. Ze voelen die maatschappelijke spanning. Die leidt tot sterke emoties. We moeten hen perspectief gaan bieden, dat is preventief werken. Anders gaat het met hen ook mis. We moeten zeggen: “Fijn dat je er bent. We willen graag gebruik maken van je kwaliteiten.'

Ondanks al deze problemen zijn er die roepen dat we weer nieuwe mensen moeten binnenhalen om straks te kunnen werken in de zorg, als we allemaal oud zijn. Wat is dat voor gelul? We hebben hier genoeg mensen, genoeg potentieel, mensen met kwaliteit. Een aantal jaren geleden hadden we een bijeenkomst met werkgevers over banen en stageplekken voor deze jongeren. Alleen Stork en Fokker hadden interesse. De rest zat daar maar wat te hangen, voor de subsidie of de gezelligheid. Die werkgevers willen niks. Laat ze opdonderen, man. Het is ook hun verantwoordelijkheid.“

U bent acht jaar stadsdeelraadvoorzitter geweest. Over twee maanden stopt u. Waarom?

“Ik vind het mooi geweest. Als je te lang in deze branche werkt, kan je er niet meer uit, de politiek staat in een slecht daglicht. Ik ga weer werken, als organisatieadviseur.“

U vertrekt niet omdat u moedeloos bent?

“Nee hoor, de problemen zijn op te lossen. Ik heb wel last van de manier waarop we in Nederland politiek bedrijven. We hebben verkiezingen, maar niemand mag de baas zijn. Ik heb erg vaak mijn zin gekregen en krijg daarom steeds meer weerstand. Heel veel mensen waren tegen de stadsvernieuwing, die heb ik erdoor gedrukt.“

Bent u op?

“Het is een zware baan. Mijn gezin en ik zijn er behoorlijk van gesleten. De maatschappij is er de afgelopen jaren niet op vooruit gegaan.“