Wonen in een winkelcentrum

Met anti-kraak kom je op de gekste plekken terecht. Cas van Kleef (17) spreekt met twee jongens die wonen in een voormalig winkelcentrum

Kassa met bestek

Van buiten kun je niet vermoeden dat mensen deze ex-woonmall bewonen, en als je eenmaal binnen bent is het makkelijk te verdwalen in het futuristische complex met glazen muren en een wirwar van trappen en roltrappen. Achter me hoor ik stemmen. Ik kijk om me heen, maar alles is schemerdonker en het weinige licht spiegelt overal in de glazen muren. Ik lijk wel in een scène van een gruwelijke horrorfilm te zijn beland.

Drie dikke, besnorde mannen met stropdassen komen met een zaklampje op me afgelopen. “Hallo. HALLO! Wij zijn gesloten!“ Ik schuifel wat naar achteren en roep dat ik de mensen zoek die hier wonen. “Hmm. Wonen? Aan de andere kant van het gebouw moet je wezen.“ Ik maak me snel uit de voeten.

Tijmen (23) woont in het voormalig directeurskantoor en Rowald (22) woont in een kamer die dienstdeed als kantine van de woonmall. Hier wonen is misschien luguber, maar het heeft ook zo zijn voordelen. Tijmen: “In deze woonmall zaten meer dan zestien woonwinkels en veel spullen waren achtergelaten. Kasten, bedden, borden en bestek heb ik allemaal uit de winkels gehaald en in mijn kamer gezet. Ik heb zelfs een designkapstok waar het prijskaartje nog aan hing, ik zou er eigenlijk 109 euro voor moeten neertellen. Als ik iets nodig heb, bijvoorbeeld een verlengsnoer, dan kijk ik altijd eerst even in een van de winkels. Grote kans dat ik slaag.“

Ze wilden al langer samen iets bewonen, en eerst dachten ze eraan om iets in de buurt te gaan kraken. Toen hoorde ze via-via dat dit pand anti-kraak was en nu zitten ze hier al meer dan een jaar. Het principe van anti-kraak is vrij simpel. Een gebouw staat leeg, en de eigenaar wil niet dat het gekraakt wordt. Wat doe je dan? Je zet er een paar studenten in die staan te springen om een kamer. Rowald: “We betalen zo'n 150 euro per maand aan huur, wat voor anti-kraakbegrippen nog best duur is. Vrienden van mij wonen ook anti-kraak en die betalen maar 50 euro per maand. Het is eigenlijk pure winst voor de anti-kraak organisatie, omdat we toch eigenlijk alleen maar op het gebouw passen totdat de eigenaar er iets nieuws mee wil doen. Dan moeten we binnen twee weken wegwezen.“

Ze douchen in een van de vele openbare toiletten die het gebouw rijk is. Rowald: “Niet ín de toiletten natuurlijk, maar er staat een douchecabine op een verhoging naast de pisbakken. Nou ja. Douche. Er komt warm water uit, laten we het daarop houden. Ik kook in een van de winkels, daar staan kookunits waar winkelmedewerkers vroeger koffie zetten en hun broodtrommel neerlegden. Hartstikke handig. Zo heb ik voor elke dag van de week een ander fornuis, en een andere wc.“

“Onze vrienden vinden het sowieso heel cool dat we hier wonen“, vertelt Tijmen. “Zo'n pand met allemaal grote lege ruimtes heeft natuurlijk iets avontuurlijks over zich. Dit gebouw is echt dé perfecte plek om feesten te geven. Zomers zitten we dan ook vaak op het dak, daar barbecuen we, of we zetten er een opblaaszwembad neer. In de winter houden we er sneeuwballengevechten. En als het donker is spelen we binnen ook vaak sniper, een zelfbedacht spel waarbij één iemand de anderen moet vinden, en iedereen vrij mag rondsluipen.“ Als ik een potje meedoe merk ik weer dat zo'n verlaten winkelcentrum behoorlijk eng kan zijn.

Het is doodstil en pikkedonker, af en toe hoor ik wat geritsel. Ik hoop mensen, maar ik gok ratten. Ik draai mijn hoofd langzaam alle kanten op, en verbeeld me van alles te zien in de bespiegeling van de ramen. Ik krijg visioenen van zombie-achtige meisjes die met bijlen van alle kanten op me af komen sluipen. Ik ben duidelijk niet voor dit soort spelletjes gemaakt. Opeens voel ik een hand in mijn nek en schreeuw het uit van angst. Het is natuurlijk Tijmen die me gevonden heeft. Hartstikke leuk hoor wonen in een winkelcentrum, maar wat ben ik blij als ik vannacht weer gewoon in mijn veilige bedje in Zaandam kan kruipen.

    • Cas van Kleef