Webcongres: Wie geen biologisch vlees eet mag niet klagen over de bio-industrie

Geen biologisch vlees eten? dan ook niet zeuren over dierenmishandeling. Een kleine meerderheid van het webcongres (www.nrc.nl/webcongres) denkt daar zo over.

In Nederland worden miljoenen dieren gehouden voor de productie van vlees, eieren en melk. Het zijn varkens, kippen, koeien, eenden, konijnen, kalkoenen. Ruim 95 procent daarvan leeft in de bio-industrie en komt nooit buiten. In schuren en krappe hokken moeten zij tegen zo laag mogelijke kosten produceren: een leven vol stress, pijn en verveling. Maar dieren zijn levende wezens met gevoel, die je niet als “dingen' mag en kunt behandelen, vindt de Dierenbescherming. Met tal van andere organisaties zoals Milieudefensie, stichting Wakker Dier, Varkens in nood en Animalfreedom, vindt de Dierenbescherming dat een einde moet komen aan de intensieve veehouderij. Die zou moeten plaats maken voor een diervriendelijke en duurzame veehouderij. De dieren in de biologische veehouderij zijn ruim gehuisvest en krijgen voer uit de biologische landbouw. Biologische producten zijn wel vaak duurder dan producten uit de bio-industrie. Dat verklaart mede waarom biologische producten nog niet alom verkrijgbaar zijn.

De stelling van het webcongres gaat uit van de gemakkelijke verkrijgbaarheid van biologisch vlees, terwijl dat door een aantal van de deelnemers - met name degenen die buiten de stedelijke gebieden wonen - wordt bestreden. Jan Willem van Waning uit Den Haag schrijft dan ook: “Het maken van afspraken met boeren voor het aanbieden van afzetgaranties verdient ook politieke steun.“ “,Er is een goed alternatief'', vindt ook Mieke de Wit uit Rotterdam, “dat misschien een beetje omfietsen vergt en een stuk duurder is, maar die prijs kan weer worden gecompenseerd door minder vaak vlees te eten.“

Piet Vernooy uit Amsterdam meent dat de consument te veel uit is op lekker, mooi en veel vlees. “Vlees eten kost, afhankelijk van de kwaliteit en bereidingswijze, vaak meer energie dan wat het aan energie (voedingsstoffen) oplevert.“ Volgens hem moet de mens streven naar een licht verteerbaar, energierijk menu van vruchten, groenten, noten en zaden.

“Gebruik de Europese landbouwsubsidies nou eens voor het bevorderen van het eten ven biologisch vlees“, stelt Claas Borgers uit Meer voor. Hanneke den Boef uit Zwolle schrijft met de bio-industrie in de maag te zitten, maar koopt toch geen biologisch vlees. “Waarom niet? Het prijsverschil. Misschien forse overheidssubsidie om biologisch voedsel te stimuleren?“ Jean Blankert uit Baarn vindt het onjuist om alleen op prijs te letten. “Goedkoop vlees dat niet volgens biologische normen wordt geproduceerd kan op lange termijn ziektekosten generen.“

“Mensen die tegen de praktijken van de bio-industrie zijn, moeten stemmen met hun portemonnee en biologisch vlees kopen“, stelt Roel Hogervorst uit Gouda resoluut. Hij onderschrijft derhalve de stelling, evenals Erwin Arkenbout te Sint Maarten: “Het is niet anders bij verkiezingen voor het parlement of de gemeenteraad: wie niet van zijn stemrecht gebruikmaakt, verliest het recht om te klagen.“

Maar de groep tegenstanders van de stelling is bijna even groot als de groep voorstanders. “Een vleeseter die om welke reden dan ook (bijvoorbeeld een budgettaire reden) niet in staat is om biologisch vlees te kopen, kan zowel kritiek hebben op de bio-industrie als op dierenmishandeling en mag, nee moet die kritiek ook (kunnen) uiten“, vindt Herman Plagge uit Hintham. Mozes Horneman uit Capelle aan den IJssel illustreert die bijdrage: hij zou “dolgraag' allerlei misstanden aanpakken, maar heeft daar het geld niet voor. “Ik zou ook wel biologisch vlees willen kopen, maar daar moet je tegenwoordig vermogend voor zijn.“ Mag hij dan niet de bio-industrie aan de kaak stellen?

“Ieder persoon heeft op ieder moment recht tot het leveren van kritiek“, vindt ook Martijn Meerhoff uit Amsterdam, “ook als zijn/haar eigen handelen daarbij niet volledig consistent is. Kritiek is daarbij altijd de eerste, relatief makkelijke, maar tevens noodzakelijke stap.“ “Als zeuren helpt om supermarkten ertoe te bewegen meer biologisch vlees in de schappen te leggen, kan ik het alleen maar toejuichen“, schrijft Adriana Verpalen uit Amsterdam. “Overigens kan de overheid beter voor biologische producten het lagere BTW-tarief hanteren. Dan maak je deze producten bereikbaar voor een veel groter publiek.“

De bio-industrie en de landbouwindustrie voorzien miljoenen mensen dagelijks van behoorlijk voedsel, stelt Willem van Hoorn uit Oegstgeest, die schreef “geen mening' te hebben. “Het diervriendelijk herzien van de bio-industrie betekent niets minder dan een nieuwe economische revolutie. Eerder zal een koe een haas vangen dan dat West-Europa bereid is zijn vlees- en landbouwproducten op ecologisch verantwoorde wijze te produceren.“ “Geen-mening'-stemmer Han van der Put heeft, als meer deelnemers deze week, bezwaar tegen de formulering van de stelling: “Een discussie over maatschappelijk belangrijke kwesties moet niet gevoerd worden in emotionele en verbaal enigszins agressieve termen als “zeuren over'. Daarom beantwoord ik dit keer de gestelde vraag niet.“