Wat is de voertaal?

In Brussel eet Joep Habets Belgisch, spreekt Frans en betaalt in het Nederlands

Of Nederlanders hier echt welkom zijn valt te betwijfelen. De ontvangst is er nooit erg hartelijk. Misschien maakt de reputatie van de zuinige Hollanders ons tot niet graag geziene gasten. Misschien is het omdat ik uit solidariteit met de Vlaamse tak van mijn familie ook in Brussel Nederlands de voertaal wil laten zijn. Dat kost moeite want de kelners gaan stug in het Frans door, hoewel bij het afrekenen blijkt dat ze in het Nederlands wel degelijk kunnen tellen. Soms komt het niet eens zover, want als bijvoorbeeld de glazen met rode in plaats van witte wijn gevuld dreigen te raken, schakel ik uit vineus zelfbehoud toch maar over op het Frans.

Of we er nu welkom zijn of niet, Aux Armes de Bruxelles blijft een aantrekkelijk adres in de Brusselse Beenhouwersstraat, waar de toeristenrestaurants schouder aan schouder staan. Aux Armes de Bruxelles steekt er ver bovenuit, als het om authenticiteit en kwaliteit gaat. De kaart is een hommage aan de Belgische keuken, met louter traditionele bereidingen. Je hoeft hier niet te vrezen voor een vissoep “op mijn eigen wijze' of een vernieuwende interpretatie van de tomaat met garnalen. En als er vis op tafel komt dan wordt er een mollige moot vis geserveerd, geen armetierig filetje. Waar ter wereld heb je trouwens keuze uit twee soorten frites, dikke of dunne, en twee soorten grijze garnalen, machinaal of handgepelde? Nee, hier geen culinaire flauwekul. Behalve misschien het aperitief van het huis, dat een mal blauw drankje blijkt te zijn, met een zomerse smaak die geenszins bij het seizoen past.

Aux Armes de Bruxelles heeft verschillende eetzalen. De brasserie met een vooroorlogs interieur, geboend houtwerk, blinkend chroom beslag en een granitovloer is het aantrekkelijkst, maar wie liever Belgische chic heeft gaat in het restaurantgedeelte zitten. Er is een heuse vestiaire met een mevrouw die op de jassen past.

Met een gerust hart kan ik genieten van enkel specialiteiten van het huis: garnaalkroketten, vervolgens een koninginnehapje met gevogelte en koffieijs toe. Mijn eetpartner begint met de visterrine, daarna rog en tot slot karamelpudding.

De garnaalkroketten, in de vorm van platte eieren, hebben een vloeiende vulling op basis van visbouillon. Ook de peterselie is perfect knisperig gefrituurd. De visterrine blijkt uit twee smaakrijke vismousjes te bestaan, elk bekroond een gelei van vissoep. Stemmen de voorgerechten al tevreden, de hoofdgerechten zijn ware culinaire hoogtepunten. De rog van vorstelijke afmetingen is traditioneel bereid met kappertjes en bruine boter. Mijn rogminnende tafelgenoot verkeert in staat van gelukzaligheid.

Wat een genoegen is het weer om hier een koninginnehapje te eten. Een kippenpasteitje, het Nederlandse equivalent, bestaat doorgaans uit een onvakkundig in de magnetron opgewarmd en daardoor slap bladerdeegbakje, een op stijfsel gelijkende vulling met hier een daar een spoortje kip en een enkele levensmoede champignon. Hoe anders is het bij Aux Armes de Bruxelles, een heerlijk krokant bakje vlak voor het serveren overspoeld met een romige saus met daarin de gefileerde stukken vlees van een halve kip, een grote halve kip bovendien, want een poularde. Daar bovenop nog een schepje van een met eidooier verrijkte saus. De relatief eenvoudige maar aantrekkelijke witte bourgogne, een van de huiswijnen uit de klassieke Franse wijnkelder, past bij alle gerechten.

Na deze triomf van de Belgische keuken, komen we er met de nagerechten wat bekaaid af. Het koffieijs is erg sober gepresenteerd, maar heeft wel een intense koffiesmaak. De elementaire karamelpudding heeft lang op ons staan wachten en is ingedroogd.

De rekening bedraagt quatre-vingt-dix-neuf euro. Hoeveel? “Nékènènékèntiek.“ Aux Armes de Bruxelles, Beenhouwersstraat 13, Brussel Tel. 00 32 25115550 www.auxarmesdebruxelles.be

    • Joep Habets