Waken over Vaticaan met hellebaard en pepperspray

De Zwitserse garde, het legertje dat de paus bewaakt, is morgen 500 jaar oud. Het kleinste leger ter wereld heeft vooral sinds de dood van paus Johannes Paulus II geen last meer van gebrek aan belangstelling.

A Swiss guard stands on attention during Pope Benedict XVI'S Epiphany mass at St.Peter's Basilica at the Vatican 06 January 2006. "The Holy Father has greeted with relief the news of the release of the Italian hostages, he thanks God for the happy outcome of this painful affair and he joins in the joy of the families who will soon be able to hold their loved ones in their arms," Vatican spokesman Joaquin Navarro-Valls said in a statement. AFP PHOTO / ALBERTO PIZZOLI Een lid van de Zwitserse garde salueert tijdens een door paus Benedictus XVI opgedragen mis. Alleen katholieke Zwitsers komen voor de garde in aanmerking. Foto AFP AFP

Vice-korporaal Zahner (25) is trots. Hij is één van de 110 gardisten die morgen het 500-jarig jubileum van de Zwitserse garde in functie mag meemaken. “Ik kom uit een zeer katholiek Zwitsers gezin. Met vader en moeder keek ik altijd naar de tv als de paus met Pasen en Kerstmis op het Sint-Pietersplein verscheen. Toen al had ik meer aandacht voor die kleurig geklede Zwitserse gardisten dan voor de rest van de ceremonie.“

De feestelijkheden rondom het jubileum van het kleinste, maar misschien wel beroemdste leger ter wereld gaan een aantal maanden duren. Na het galadiner van vanavond is er morgen een speciale mis in de Sixtijnse kapel. Op 7 april begint een groep ex-gardisten met een mars van Zwitserland naar Rome. Ze volgen de route die hun eerste voorgangers liepen, nadat paus Julius II hen had uitverkoren om hem te verdedigen.

Op 22 januari 1506 kwamen die eerste Zwitsers aan in Rome en sindsdien beschermen ze de paus. Ze zijn vooral bekend door hun hellebaarden, glimmende helmen en opvallende oranje, blauw, rood gestreepte pakken. Uniformen die naar men aannam waren ontworpen door Michelangelo, maar deze mythe is dit jaar door de garde zelf ontkracht in een voor de gelegenheid gepubliceerd jubileumboek.

De taken van de gardist zijn eenvoudig. Hij staat op wacht bij de poorten van Vaticaanstad, is alert tijdens de missen en audiënties van de paus en begeleidt de ontvangst van vertegenwoordigers van buitenlandse naties door de kerkvorst. Misschien wel wegens deze eenvoudige taken en ook wegens de secularisering kampte de garde in de jaren tachtig en negentig met een tekort aan rekruten. Pas sinds het jubileum van 2000 en vooral sinds de dood Johannes Paulus II is dit probleem opgelost, zegt vice-korporaal Zahner: “De vele televisie-uitzendingen rond het overlijden van de paus zijn goede publiciteit voor ons geweest.“

Er zijn nu weer voldoende geïnteresseerde rooms-katholieke, Zwitserse, ongehuwde jongemannen, kerels tussen de 19 en 30 jaar, van minimaal 1,74 meter, die naar Rome willen komen om de paus als het moet met hun leven te verdedigen. “Ik doe het uit geloofsovertuiging, omdat ik het als een grote eer beschouw de paus te dienen“, zegt Zahner. “Maar ook om Italiaans te leren en om Rome te leren kennen.“

Op zijn zestiende vroeg hij informatie aan over de Zwitserse garde. Enkele jaren later werd hij aangenomen op de rekrutenschool. Hij leerde er exerceren, op de juiste manier groeten en het hanteren van de zware hellebaard. Maar ook schieten, zelfverdediging, Italiaans en het gebruik van pepperspray stonden op het programma. Op zijn 21ste kwam hij naar Rome. Net als elke rekruut tekende hij eerst voor minimaal twee jaar. Vervolgens heeft hij bijgetekend. Uiteindelijk kan hij straks korporaal worden - gewoonlijk gebeurt dat na vijf tot zeven jaar. Als korporaal mag hij een (katholieke) vrouw zoeken, trouwen en als er plaats is met zijn gezin zijn intrek nemen in een groter appartement in de nauwe kazerne achter de Sint Annapoort.

Over de Zwitserse garde en wat er achter die poort gebeurt doen vele mythes de ronde, zeker nadat Het Bernini mysterie van Dan Brown een groot kassucces werd. In deze detective in historische setting scheuren gardisten in burger door Rome op zoek naar de man die het Vaticaan wil opblazen. Ze worden gepresenteerd als supergetrainde gevechtsmachines, maar de werkelijkheid is dat ze zo gauw er op het Sint-Pietersplein problemen ontstaan de hulp van de Italiaanse carabinieri inroepen.

De laatste serieuze gevechtshandelingen speelden zich op het kazerneterrein zelf af. Op 4 mei 1998 schoot vice-korporaal Cédric Tornay commandant Alois Estermann en diens vrouw dood om vervolgens het pistool op zichzelf te richten. Het was een groot schandaal dat nog immer niet is opgehelderd. Het Vaticaan stelt dat Tornay gestrest en geestelijk labiel was en dat hij uit rancune handelde, omdat de strenge Estermann hem een onderscheiding weigerde. De moeder van de soldaat bestrijdt deze versie en beweert dat haar zoon het slachtoffer was van een complot.

Veel grotere verliezen leden de gardisten op 6 mei 1527 tijdens il Sacco di Roma toen een leger van keizer Karel V Rome onder de voet liep, plunderde en in brand stak. 147 gardisten vonden toen de dood. Slechts 42 soldaten slaagden er met paus Clemens VII in via de gang over de muur tussen het Vaticaan en de Engelenburcht een veilig heenkomen te vinden in de vesting aan de oever van de Tiber.

Elk jaar op 6 mei wordt deze bloedige dag herdacht door de gardisten. Dan ook worden dan de nieuwe soldaten beëdigd. Dit jaar zullen de feestelijkheden rondom het jubileum op 6 mei hun hoogtepunt beleven. De uit Zwitserland vertrokken soldaten komen aan, er worden kransen gelegd en er is feest in de Engelenburcht, dat zal worden afgesloten met een groot vuurwerk. Voor wie er dan nog niet genoeg van heeft, zijn er de typisch Zwitserse souvenirs met jubileumopdruk: zakmessen, horloges, en een speciaal geslagen gouden herdenkingsmunt.

    • Bas Mesters