“Vertalen verrijkt de taal'

Philippe Noble ontving gisteravond in Parijs de Prix des Phares du Nord, een nieuwe prijs voor vertalers naar het Frans.

René Moerland

Een kwart eeuw geleden noemden Franse uitgevers Philippe Noble de enige echt goede vertaler van Nederlandse literatuur in het Frans. Hij was toen net onderscheiden met de Martinus Nijhoffprijs 1981. Sindsdien vertaalde hij onder anderen Multaltuli, Nooteboom, P.F Thomése en Arnon Grunberg. Gisteren ontving hij in Parijs de Prix des Phares du Nord, een nieuwe tweejaarlijkse prijs voor vertalingen in het Frans, toegekend door het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds en het Vlaamse Fonds voor de Letteren. Zo'n tachtig genodigden waren gisteravond in het Institut Néerlandais komen luisteren naar enkele lofredes.

Philippe Noble vertaalt in zijn vrije tijd. Hij werkte eerst op de Parijse universiteit, in de jaren negentig in Amsterdam als directeur van het Maison Descartes, daarna als diplomaat en nu weer op de universiteit in Lille.

U vertaalt niet meer op dezelfde wijze als 25 jaar geleden zegt u. Wat doet u anders?

“Toen ik begin jaren tachtig Du Perron vertaalde, ging ik meer uit van literaire modellen, ik dacht te weten hoe een goede literaire stijl in het Frans er uit zag. Sindsdien heb ik geleerd afstand te doen van mijn literaire voorkeuren. Ik heb geleerd mij aan te passen aan de eigen “stem' van een boek, ook als dat een vertaling oplevert die niet helemaal grammaticaal correct is.“

U verrijkt het Frans met Nederlandse literaire eigenaardigheden?

“Elke goede vertaling heeft elementen in zich die iets nieuws toevoegen aan de taal waarin je vertaalt. Dat is de hele betekenis van het literaire vertalen. Je kweekt vrijheid.

“Cees Nooteboom is bijvoorbeeld heel eigenzinnig in de opbouw van zijn zinnen en gebruikt veel abrupte beelden. Die moet je ook zo abrupt mogelijk vertalen. En een zin die over anderhalve pagina is uitgesmeerd moet je ook in het Frans laten uitlopen. Die stijlmiddelen komen natuurlijk ook in de Franse literatuur wel voor. Nooteboom is een echte Proustiaan, hij heeft een esthetische en intellectuele verwantschap met Proust. En in Mulisch zit iets van André Malraux, door zijn vermenging van politiek, esthetiek en filosofie.“

Ziet u vergelijkbare recente ontwikkelingen in Nederlandse en Franse literatuur?

“Ja, maar de parallel is helaas een beetje negatief. Overal zie je dat de nationale literaire tradities vervagen, zowel intellectueel als esthetisch. Ook de Franse literatuur is amorf geworden, en wordt mede bepaald door wat er elders in Europa gebeurt. En ik zie tegelijk niet een echte Europese literatuur ontstaan.“

Wat maakt een amorfe Nederlandse literatuur toch bijzonder voor Franse lezers?

“Ik denk dat zij geen vastomlijnde verwachtingen van Nederlandse literatuur hebben. Andersom heeft men in Nederland wel bepaalde verwachtingen van de Franse literatuur, die berusten op beelden van vijftig jaar geleden.“

Er is dus niets exotisch aan Nederlandse literatuur?

“Jawel, exotisch is voor Fransen de invloed van de Bijbel en het protestantisme. In Frankrijk is de protestantse minderheid sterk geïsoleerd gebleven.“

Heeft de Nederlandse literatuur een vaste plek in Frankrijk verworven sinds zij in 2003 centraal stond op de boekenbeurs Salon du Livre?

“Dat veroorzaakte een piek, daarna zakt de belangstelling weer een beetje weg. Maar uitgever Bertrand Py van Actes Sud vertelde mij onlangs dat hij nu weer een toegenomen belangstelling voor Nederlandse literatuur ziet. Er is iets gaande. Misschien toch een blijvend effect van 2003.“

    • René Moerland