TNO moet op avontuur

Kennisinstituut TNO krijgt het voor de kiezen. Een fors verlies dwong het tot een ingrijpende reorganisatie. De overheid eist een meer marktgerichte werkwijze. En TNO zelf wil beter samenwerken en meer risico nemen. “ We gaan meer de buitenlandse markt op.“

TNO houdt zich ook bezig met producten voor terrorismebestrijding. Boven een omhulsel waarin een verdacht pakketje tot ontploffing kan worden gebracht, onder een kogelwerend vizier. Rijswijk: 24.11.5 TNO. Beschermring voor koffer met explosieven . foto: NRC Handelsblad, Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Berend Scheffers ziet zichzelf als meer dan alleen een nerdy geofysicus die alles weet over de winning van olie en gas. Hij is graag onder de mensen, kan goed luisteren. En hij weet zijn kennis slim te verkopen. Scheffers kortom is precies het soort manager waar TNO, Nederlands grootste kennisinstituut, in zijn nieuwe gedaante hard naar op zoek is. “Westerse landen zijn bezig een omslag te maken van een industriële naar een kenniseconomie. TNO moet daarin mee“, zegt Scheffers op een laboratorium in Delft. Maar makkelijk gaat het niet. Scheffers: “Ons bedrijf is op z'n kop gezet.“

Het kan niet anders, meent bestuursvoorzitter Hans Huis in 't Veld. De nieuwe economie vraagt nou eenmaal om een ander soort organisatie, met andere managers. Open, samenwerkend, bereid om risico's te nemen. “Om tot innovaties te komen moet je kennis delen“, zegt Huis in 't Veld op het hoofdkantoor in Delft. Voor de duizenden TNO-onderzoekers die gewend waren zich in hun eigen vakgebied in te graven, betekent het een kleine cultuurshock.

Het is niet de enige verandering waarmee TNO te maken kreeg. Het bedrijf maakte in 2003 een verlies van 52 miljoen euro, doordat het een extra storting moest doen in het pensioenfonds. Het was een aanslag op de financiële positie, zegt Huis in 't Veld, die in datzelfde jaar de leiding over TNO kreeg. Samen met de rest van de nieuwe, net aangetreden raad van bestuur kon hij beginnen aan een van de grootste reorganisaties uit de geschiedenis van het bedrijf. De afgelopen twee jaar zijn 450 banen geschrapt. Er werken nu nog zo'n 4.700 mensen.

TNO kreeg ook nog zijn grootste financier, de overheid, over zich heen. Die liet vorig jaar weten dat het kennisinstituut anders moest gaan werken. Meer op de markt gericht. Meer vraaggestuurd. Die uitspraak was gebaseerd op een onderzoek van een speciaal ingestelde commissie onder leiding van voormalig SER-voorzitter Herman Wijffels. Medio 2004 was de commissie tot de conclusie gekomen dat er aan het kennisniveau van TNO weliswaar niks mankeerde, maar dat er te weinig verband was met problemen in de Nederlandse samenleving. Bovendien ontbrak de samenhang tussen de vele vakgebieden - en dat terwijl innovaties vaak op de grenzen tussen de verschillende wetenschappelijke disciplines ontstaan. Minister Van der Hoeven (Wetenschap) nam het advies van de commissie-Wijffels over.

Al die veranderingen hebben volgens geofysicus Scheffers voor veel onrust gezorgd. Dat zegt ook TNO-medewerkster Fietje Vaas, die gespecialiseerd is in innovatie. Dat er iets moest veranderen ziet ze ook wel. “Het doel van het bestuur is ook goed“, zegt ze in een vergaderkamer op de TNO-vestiging in Hoofddorp. “Maar ik twijfel over de gekozen weg.“ Vaas vindt dat het bestuur te veel controle probeert te houden op de organisatie en haar mensen. Terwijl innovatie juist wel vaart bij een platte organisatie waarin mensen de ruimte krijgen. Die ruimte moet er zo snel mogelijk komen, vindt ze.

De rest van de TNO-medewerkers is het met haar eens, bleek uit een vorig jaar uitgevoerd tevredenheidsonderzoek. Huis in 't Veld kent de kritiek. Hij kan die ook wel begrijpen, deels. “Ik geef toe dat we topdown hebben geopereerd. Maar we zaten wel met dat grote verlies uit 2003. We moesten onze performance heel snel verbeteren“, zegt hij. Vandaar dat het bestuur de zaak zo strak in eigen handen heeft gehouden. Huis in 't Veld is er nog steeds van overtuigd dat het de beste manier was. “Het zou in dit geval te lang hebben geduurd als we in onze organisatie met toen nog ruim 5.000 hoogopgeleide professionals, die allemaal een sterke eigen mening hebben, de zaak van beneden af hadden proberen te regelen. Daar was de urgentie te groot voor.“ Zonder succes is het niet geweest, vult Huis in 't Veld aan. In 2005 is de marktomzet met 5 procent gegroeid. Het resultaat was weer positief, 6 miljoen euro.

Intussen is TNO hard bezig zijn nieuwe koers uit te zetten. Zo probeert het de band met het Nederlandse midden- en kleinbedrijf te verstevigen. Speciaal voor de telecomsector is het instituut gestart met een initiatief waarbij MKB'ers een probleem kunnen voorleggen. TNO werkt binnen een week een oplossing uit. Gratis. “Het afgelopen jaar hebben we dat twee keer gedaan, elke keer met drie of vier bedrijven. Per bedrijf houden we hiervoor drie tot vier van onze mensen een hele week vrij.“

Er moet ook meer ruimte komen voor mensen als Sander Vayez Maatman. Hij is vorig jaar een eigen bedrijfje begonnen, InnovationFit. TNO wil dat er elk jaar tien spinoffs starten, zoals vorig jaar. Daarvoor waren het er jaarlijks vijf. Volgens Maatman moet dat kunnen, goede ideeën zijn er genoeg in Nederland. “Alleen, je moet het willen, en durven“, zegt hij. En juist daar is volgens hem gebrek aan. In Nederland heerst nog te veel het idee: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. “Als je iets wil bereiken moet je absoluut van dat idee afstappen. Je gaat op avontuur.“ Maatman heeft zelf 20.000 euro eigen geld in zijn bedrijf geïnvesteerd. Hij beweert dat hij met zijn vinding, die hij heeft overgenomen van een TNO-collega van de telecomafdeling, het marktsucces van innovaties kan voorspellen. Eerst had hij alleen telecombedrijven als klant, nu beginnen ook voedselfabrikanten en banken aan te kloppen.

Verder is TNO begonnen met de opzet van grote innovatiecentra, samen met bedrijven, universiteiten en andere kennisinstellingen. Het eerste centrum, in 2004 opgericht, richt zich op de winning van olie en gas. Naast TNO werken oliemaatschappij Shell en de TU Delft eraan mee. Gezamenlijk zijn ze een vijf jaar durend project van 24 miljoen euro begonnen met als doel de winning uit olie- en gasvelden te verbeteren. Het project staat onder leiding van Berend Scheffers. “Wereldwijd worden olievelden maar voor eenderde leeggepompt“, zegt hij. Wie dat kan verhogen tot, zeg, 50 procent, heeft goud in handen. Inmiddels hebben andere multinationals zoals Saudi Aramco en het Braziliaanse Petrobras belangstelling getoond voor eventuele deelname.

In Eindhoven nam TNO het initiatief tot de oprichting van het Holst Centre, dat intelligente, draadloze toepassingen voor allerlei apparaten zoekt. Partners zijn elektronicabedrijf Philips, chipfabrikant ASML en het Belgische IMEC - dat is het grootste onderzoekscentrum in Europa op het gebied van elektronica.

Zo heeft TNO ook een kantoor geopend in Shanghai, speciaal gericht op de auto-industrie. “We gaan meer de buitenlandse markt op“, zegt Huis in 't Veld. Zijn bedrijf werkt inmiddels samen met onder meer autofabrikant General Motors, voedselproducent Nestlé en ruimtevaartbedrijf BAE Systems. Het zijn met name deze buitenlandse activiteiten die groeien binnen TNO, naast de contracten die met het Nederlandse MKB worden afgesloten. “Dat zijn op het moment onze twee groeigebieden“, zegt Huis in 't Veld.

TNO's organisatie is ook aangepast. Het instituut was de afgelopen decennia ingedeeld in vijftien aparte instituten, zoals Bouw, Technische Menskunde, Arbeid en Voeding. Die jarenlange indeling heeft voor verkokering gezorgd. Het bestuur heeft dat willen doorbreken met een nieuwe indeling in vijf zogenaamde kerngebieden.

Medewerkers worden nu ook anders geselecteerd. Hun T-profiel moet kloppen, legt Huis in 't Veld uit. De vertikale poot van de letter staat voor een traditioneel diepgaande kennis van het eigen vakgebied. Maar de huidige TNO'er moet meer in huis hebben. “Hij moet ook kunnen luisteren, en verbindingen kunnen maken met andere vakgebieden“, aldus de bestuursvoorzitter. Daar staat de horizontale tak van de T voor.

Gelukkig is niet alles veranderd. TNO blijft als vanouds talloze producten keuren op hun deugdelijkheid, veiligheid of hygiëne. Keukenapparatuur, donzen dekbedden, zonneschermen, voedsel, vrachtwagencabines, noem maar op. Huis in 't Veld: “Veiligheid is een rode draad door ons bedrijf.“ TNO is ook eigenaar van het Nederlands Meetinstituut dat meet-, weeg- en kansspelapparatuur certificeert.

Dat TNO zich meer in de kijker probeert te spelen, blijkt wel uit de persmiddag die twee maanden geleden werd georganiseerd in Rijswijk. Over terrorismebestrijding notabene, een gebied dat traditioneel omgeven wordt door geheimzinnigheid. Er werd bijvoorbeeld een nieuw apparaat gedemonstreerd dat iemand scant op verborgen wapens - metaal dan wel plastic - zodat fouilleren overbodig is. Er was een bedrijf dat samen met TNO een soort kunststoffen zwemband had ontwikkeld waarin verdachte pakketjes, bijvoorbeeld op treinstations, veilig tot ontploffing kunnen worden gebracht.

Het kerngebied “defensie en veiligheid' groeit, zegt Huis in 't Veld. “Waarschijnlijk door het toegenomen belang van maatschappelijke veiligheid.“ Ook de informatie- en communicatietechnologie en de industriële techniek groeien. Terwijl een kerngebied als “kwaliteit van leven' volgens hem krimpt. Hieronder vallen instituten op het gebied van onder meer voeding, gezondheid en arbeid.

Huis in 't Veld blijft hameren op het belang van een betere samenwerking. Hij herinnert zich dat hij in de jaren zeventig en tachtig als civiel ingenieur meewerkte aan de bouw van de Deltawerken. Om de funderingen van de peilers goed te kunnen plaatsen was het nodig de grond op dertig meter diepte in kaart te brengen. Maar daarvoor was geen goede apparatuur beschikbaar. Huis in 't Veld kwam toen in contact met enkele akoestici van TNO - hij werkte destijds zelf bij rijkswaterstaat. “Ze hadden een apparaat ontwikkeld om met echoscopie de baarmoeder in beeld te brengen. Datzelfde ding hebben we toen ingezet om het sediment te meten.“ Hij vindt het nog steeds prachtig: kennis uit de medische wetenschap ingezet in de waterbouw.

Ook innovatiedeskundige Fietje Vaas benadrukt het belang van samenwerking. Ze herinnert zich een project bij Philips waarbij haar afdeling, die zich bezighoudt met verhoging van de arbeidsproductiviteit, samenwerkte met de technische afdeling van TNO. “Juist die combinatie heb je nodig“, zegt Vaas die probeert om met anderen een maatschappelijk topinstituut sociale innovatie van de grond te krijgen.

Dat doet ze samen met de sociale partners, twee universiteiten en het Innovatieplatform. Dat instituut richt zich op het belang van het type organisatie en de instelling van de medewerkers op innovatie. Uit vorig jaar gepubliceerd onderzoek van de Erasmus Universiteit in Rotterdam blijkt dat de innovatiekracht van een bedrijf voor 75 procent afhangt van factoren die betrekking hebben op de organisatie (plat, openstaand voor risico's) en kenmerken van de managers (communicatief, technisch onderlegd, ruimte gevend aan de medewerkers). Het hangt voor slechts 25 procent af van het onderzoek dat wordt uitgevoerd. Volgens Vaas zou het wonderen doen: meer samenwerking bij TNO. “Er is zo ontzettend veel technische potentie.“

Scheffers ziet het binnen zijn project - de verbeterde winning van olie- en gasvelden - al wel gebeuren. Er werken aardwetenschappers aan mee, reservoiringenieurs, productietechnologen, system control ingenieurs, managementdeskundigen. “Voor dit project is het nodig dat we modellen uit de verschillende hoeken met elkaar integreren“, zegt hij. Doordat al deze wetenschappers samenwerken ontstaat volgens hem een beter inzicht in de problematiek. De mensen gaan zich ook voor elkaars vakgebied en leefwereld interesseren. Voor Scheffers staat het vast: “Zonder intensievere samenwerking krijg ik geen resultaat.“

    • Marcel aan de Brugh