Politiek worstelt al jaren met lastige jongeren

Jongeren zonder werk, zonder opleiding, zonder perspectief - lang niet altijd crimineel, soms alleen maar lastig. Politici zoeken wegen om hun structuur te bieden.

Met enige regelmaat keerden ze terug in het debat, de “kampementen van Lubbers'. In 1993 stelde toenmalig premier Lubbers voor om kampementen in te richten om jonge delinquenten “rust, discipline en regelmaat' bij te brengen.

Hedy d'Ancona (PvdA), minister van Welzijn in hetzelfde kabinet, reageerde furieus: “Het is flauwekul. Laten we ophouden met die kretologie en geld uittrekken om jongeren die buiten de boot gevallen zijn op een goede manier op het rechte spoor te krijgen.“ Ze sprak van “concentratiekampen'.

Anno 2006 is er bij de PvdA veel veranderd. De partij sprak deze week steun uit voor het voorstel van Hans de Boer van de Taskforce Jeugdwerkloosheid om Lubbers' kampementen in ere te herstellen. Niet voor criminele, maar voor werkloze jongeren. Jet Bussemaker vroeg het kabinet “zo snel mogelijk“ met het idee van De Boer aan de slag te gaan.

Lubbers' voorstel had destijds niet direct te maken met werkloosheid, die strijd was eerder gestreden toen minister De Koning (CDA) kwam met het Jeugdwerkgarantieplan. Alle werkloze jongeren onder 23 kregen een baan of scholing aangeboden, tegen een beloning op uitkeringsniveau.

Toen de de werkgelegenheid was aangetrokken, kwamen ideeën op voor sociale dienstplicht als instrument van vorming. Toenmalig CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman pleitte voor een sociale dienstplicht waarbij jongens en meisjes enkele maanden in bijvoorbeeld de zorg moesten werken. Partijgenoot en premier Ruud Lubbers was tegen. De sociale dienstplicht van Brinkman stierf een zachte dood.

Tien jaar later stelde Pim Fortuyn in zijn boek, De puinhopen van acht jaar Paars voor zowel een sociale als een militaire dienstplicht in te voeren. Jongeren zouden mogen kiezen tussen één jaar sociale dienstplicht of twee jaar militaire dienstplicht. Fortuyn: “Dit alles ter voorbereiding op een volwaardige positie in de Nederlandse samenleving.“

Fortuyn schreef dat vooral “voor de jongeren die moeite hebben met de integratie in de Nederlandse samenleving, cultuur en economie“ het goed zou zijn intensief met Nederlandse jongeren om te gaan. Zijn idee riep felle reacties op. Toenmalig VVD-leider Hans Dijkstal noemde Fortuyn “een waanzinnige' vanwege het plan. Fortuyn pleitte in hetzelfde boek ook al voor herinvoering van de Lubbers kampementen.

Een paar jaar geleden werd in de strijd tegen criminele jongeren de Glenn Mills methode populair. Al in 1999 waaide deze zeer strenge heropvoedingsmethode over uit de VS. Later werd de school bekend vanwege de keiharde werkwijze en de opvallend goede resultaten.

In 2004 werd de nieuwe Wet werk en bijstand van kracht. Gemeenten kregen de verantwoordelijkheid voor de betaling van bijstandsuitkeringen én voor het aan het werk helpen van de uitkeringsgerechtigden. Daar kregen ze een vrij besteedbaar budget voor.

Op gemeentelijk niveau kwamen allerlei nieuwe projecten op gang om, vooral jonge, werklozen aan het werk te helpen. Zo krijgen in Amsterdam jongeren van onder de zevenentwintig jaar zonder werk geen uitkering meer, maar cursussen, scholing en stages. In andere gemeenten zijn loketten geopend om werkloze jongeren te helpen aan een baan of opleiding.

Een klein jaar nadat Lubbers over zijn kampementen begon, werd in Veenhuizen met een experiment gestart. Omdat jeugdige criminelen zelf mochten kiezen of ze daar wilden worden geplaatst, kampten de kampementen met leegstand. In 1997 maakte toenmalig minister van Justitie Winnie Sorgdrager (D66) er een eind aan, wegens gebrek aan resultaat.

    • Inger Kuin