Pokeraar verdient meer

Het traditionele toernooi in Hastings van 1981/82 was nog een stuk sterker dan tegenwoordig, maar lang niet meer zo sterk als in de gloriejaren, anders had ik er niet aan mee mogen doen. De entourage straalde ook beslist geen glorie uit. Op piepkleine hotelkamertjes moesten we muntjes in een kastje steken om een elektrisch straalkacheltje aan te zetten dat tegen de barre wintertemperaturen niet was opgewassen. Meestal zaten we beneden in de hotelhuiskamer, waar het warmer was.

Ik heb droevige herinneringen aan dat toernooi, niet alleen omdat ik erg slecht speelde, maar ook doordat ik daar het bericht kreeg dat in Nederland de internationale meester Johan Barendregt was gestorven, met wie ik goed bevriend was. Toch was er ook een grappig moment.

In die hotelhuiskamer keken we naar een dartstoernooi op de televisie. Er werd verteld wat die pijltjesgooiers verdienden en toen raakte grootmeester Laszlo Szabo in grote opwinding. Hij stond geagiteerd uit zijn stoel op en riep: “Wat doen wij hier eigenlijk nog, we moeten pijltjes gaan gooien.“ De darters verdienden toen nog lang niet zo veel als nu, maar toch genoeg om een voormalig kandidaat voor het schaakwereldkampioenschap tot jaloezie te brengen.

Als hij schaken beoordeelt op de inkomsten die het oplevert, kan een gemiddelde beroepsschaker altijd wel jaloers zijn. In de grootmeestergroep C van het Corustoernooi speelt Pieter Hopman, die van beroep pokeraar is. Op een van de muren van de schaakhallen was een kranteninterview geplakt waarin hij vertelde dat hij vier uur per dag pokert, altijd op het internet, en gemiddeld per dag tussen de 800 en 1.000 euro wint.

Binnenkort gaat hij met zijn vriendin een wereldreis van een jaar maken. Ja, dat kan er wel af, dacht ik jaloers. Er is geen schaker in Nederland, nu of in het verleden, die Hopmans inkomsten ook maar benadert. Had ik mijn leven niet aan het verkeerde spel gewijd, net als Szabo? Ik denk het toch niet, want hoe aardig poker ook is, het is lang niet zo'n rijk spel als schaken.

De Duitse grootmeester Matthias Wahls, die vorig jaar van schaken naar poker overstapte, erkende dat ook grif. Poker heeft echter iets dat schaken niet heeft: amateurs met een zwak karakter en een groot ego die hun niveau sterk overschatten en door de professionals leeggeschud kunnen worden. Op den duur lijkt me dat leegschudden geestdodend.

Omdat er op de sportpagina's al veel geschreven is over de hoofdgroep van het Corustoernooi blijf ik hier nog even bij groep C, op zichzelf ook een goed toernooi met acht grootmeesters, waarin een schaakamateur als Hopman een uitzondering is.

Yge Visser, een van de profs, belde zijn vriend Gert Ligterink voor het toernooi op met de verheugende mededeling dat zijn problemen als witspeler waren opgelost. Hij had het Van Duijn-gambiet ontdekt, genoemd naar de politicus en schrijver Roel van Duijn, die het al regelmatig speelde in de jaren 50 van de vorige eeuw.

Yge Visser - Ahmed Adly (Egypte), Corus C 4de ronde

1. e4 c5 2. a3 e6 3. b4 cxb4 4. axb4 Lxb4 Roel was altijd blij als zijn tegenstanders het gambiet op deze manier aannamen. Hij ging dan verder met 5. c3 en 6. d4 5. Lb2 Pf6 6. e5 Pd5 7. c4 Pe7 8. Pa3 Pbc6 9. Pc2 Deze paardmanoevre, aanbevolen door de Rus Bezgodov, bevalt me niet. 9...La5 10. Pf3 Ik denk dat eerst 10. Dg4 meer aanvalskansen geeft. 11. h4 Dit kan op de lange termijn nuttig zijn voor de aanval, maar voorlopig zijn er andere zaken aan de orde. 11...d6 12. exd6 Dxd6 Als wit nu kalm verder speelt heeft hij niet veel voor zijn pion, en daarom neemt hij krasse maatregelen. 13. Txa5 Pxa5 14. Da1 Valt a5 en g7 aan, dus zwart heeft geen keus. 14...Pb3 15. Da2 Pc5 16. d4 Da6 17. Da3 Pa4 18. Lc1 Pc6 Zwart had problemen door de ongelukkige positie van zijn dame en zijn paard. Dit is een mooie oplossing. Hij offert een stuk om de aanval over te nemen. 19. c5 b5 20. cxb6 Da5+ 21. Ld2 Dxb6 22. Dxa4 Db1+ 23. Ke2 Ld7 Materieel staat het nu ongeveer gelijk, maar wits stukken werken niet goed en zijn koning is in gevaar. 24. Pfe1 Tfd8 25. Da3 Tab8 26. Dc1 Da2 27. Th3 Tb1 28. Da3 Wit had 28. Ta3 moeten doen, waarna de uitslag van de partij nog onduidelijk zou zijn. Nu echter kan zwart een mooie combinatie uitvoeren.

------ --- ------ -------- ------ ------- -- -----

28...Pxd4+ Een beslissende klap. De rest is vrijwel geforceerd. 29. Pxd4 Lb5+ 30. Pxb5 Txd2+ 31. Ke3 Txe1+ 32. Kf3 Txf2+ 33. Kg3 Dxa3+ Wit gaf op.

Hans Ree

    • Hans Ree