Pak die lage rente, het kan nog

De rente is laag, pensioenen zijn duur en de vergrijzing is in aantocht. Hoe kunnen de overheid, de burgers én de pensioenwereld daarvan profiteren? Advies uit Londen. “Alles aflossen“.

Minister van Financiën Gerrit Zalm kan zijn abonnement op de Financial Times in één keer, en met rente, terugverdienen. Afgelopen maandag publiceerde de zalmroze Britse zakenkrant een ingezonden brief van de Nederlandse econoom Willem Buiter met een advies aan de Britse regering. Ook Nederland kan er zijn voordeel mee doen.

Buiter is een bekende Nederlander in Britse monetaire kringen. Hij doceert aan de London School of Economics en zat een aantal jaren in de Monetary Policy Committee van de Britse centrale bank, die de rente vaststelt. En hij is een bekende in Den Haag: voorzitter van de nieuwe Raad van Economische Adviseurs die de Tweede Kamer moet bijstaan.

Buiter adviseert de Britse overheid de ongewoon lage reële rente (rente gecorrigeerd voor inflatie) in zijn voordeel te gebruiken. “Deze abnormaal lage rentestanden zijn geen bron van vreugde, behalve voor diegenen die tegen deze tarieven geld kunnen lenen.“ Zijn advies: zoveel mogelijk staatsschuld aflossen met de opbrengst van nieuwe effecten met lange looptijd. Dertig jaar. Vijftig jaar. De rente van de effecten moet gekoppeld zijn aan de prijsindex, zodat beleggers gecompenseerd worden voor ooit oplopende inflatie. Aan die koppeling ontlenen deze effecten hun naam: index-leningen.

Niet alleen de Britse rente is laag, de Nederlandse ook. Twintig jaar lenen kan tegen 3,7 procent, trek daar de inflatie vanaf en de reële rente is twee procent.

En wat zien de banken? Consumenten storten zich op langlopende woninghypotheken met vaste rente, constateerde De Nederlandsche Bank eind vorig jaar. De omzet van hypotheken van 5 tot 10 jaar verdubbelde, die van meer dan 10 jaar verviervoudigde.

En wat te denken van de kooplust van professionele financiers die bedrijven als VNU van de beurs willen halen. Zij zijn zo actief omdat ze nu nog goedkoop geld kunnen lenen voor hun overnames.

Wat consumenten en gisse financiers kunnen, kan de overheid natuurlijk ook. Buiter koppelt met zijn voorstel de financiën van de staat aan de financiën van de burgers. De overheid is nu goedkoop uit, doordat zij geld kan lenen tegen rentetarieven die decennia niet voorkwamen. Maar diezelfde rente is een plaag voor de pensioenen van de burgers. Zij worden duurder in het zicht van de onvermijdelijke vergrijzing, die vooral de zorgkosten gaat opstuwen.

In Nederland zijn de pensioenpremies tussen 2001 en 2005 bijvoorbeeld verdubbeld tot meer dan 20 miljard euro per jaar. Eerst om de schade van de beurskrach op te vangen, vervolgens om de schade van de dalende rente op te vangen.

De rentedaling viel, toevallig, samen met een ingrijpende wijziging van de manier waarop accountants en toezichthouders naar pensioenen kijken. Zij waren al jaren van mening dat beleggingen van pensioengelden het beste tegen marktwaarde in de boeken moesten worden gezet. Nu willen zij dat ook de pensioenverplichtingen tegen marktwaarde in de boeken komen.

Bij het berekenen van de marktwaarde is de rente de belangrijkste variabele. En die daalde, zodat pensioen steeds duurder werd. Bij een lage rente is het moeilijker om het vermogen te laten renderen. En de omvang van toezeggingen valt groter uit bij een lagere marktrente.

De burger staat voor een onplezierige keuze: blijvend hoge pensioenpremies, een lager pensioen of langer werken... U mag kiezen.

Drie keer: nee?

Buiters advies biedt een uitweg. In het slechtste geval brengt zijn voorstel geen verandering in de rente. De nieuwe effecten vinden gretig aftrek, bij pensioenfondsen bijvoorbeeld. De pensioenwereld klaagt al enige tijd over een schromelijk gebrek aan zulke beleggingsmogelijkheden. Doordat de markt voor die effecten klein is, terwijl de pensioenverplichtingen immens zijn, zijn zij bovendien bang gemangeld te worden tussen speculanten en financiële handelaren.

“Hedge funds (speculatieve beleggingsfondsen; red.) hebben al posities ingenomen voor het geval ABP zich zou willen indekken tegen de dalende rente“, verzuchtte topbelegger Roderick Munsters van ABP (191 miljard euro beleggingen) afgelopen week.

Bij een vloedgolf van effecten met een langlopende rente kan de pensioenwereld simpel en snel een koppeling maken tussen (een deel van) hun beleggingen en hun pensioenverplichtingen.

In het beste geval kan de markt de toevloed niet aan. Gevolg: de rente stijgt. Dat is wel slecht nieuws voor de beleggingen, maar goed nieuws voor de verplichtingen van pensioenfondsen. Financieel directeur Dick Sluimers van ABP vertelde afgelopen week dat een stijging van de rente met 0,3 procentpunt hetzelfde gunstige effect heeft op de financiële positie van het fonds als een jaarrendement van acht procent.

Resteert één punt: het kabinet en Zalm houden niet van index-leningen.

    • Menno Tamminga