Over mensen oordelen we anders dan over stereotype mensen

Als mensen elkaar beoordelen, doen ze dat over het algemeen in termen van warmte (in sociaal opzicht goed/slecht) en competentie (goed/slecht in termen van waartoe iemand in staat is). De meeste oordelen over mensen zijn te rangschikken langs deze twee dimensies, die ook wel worden samengevat als “goed voor anderen' (other-profitability), en “goed voor zelf' (self-profitability).

Onderzoekers hebben vaak verbanden tussen deze twee dimensies gevonden: als iemand een persoon aardig vindt, vindt hij diegene vaak ook slim. Bij oordelen over groepen mensen keert het verband vaak om: stereotypen over groepen mensen zijn vaak positief op de ene en negatief op de andere dimensie. Huisvrouwen zijn lief en dom, feministen zijn vijandig en competent, in individualistische culturen bereiken mensen veel, maar zijn ze niet aardig voor elkaar. In collectivistische culturen zijn mensen aardig voor elkaar maar bereiken ze niet veel. Psychologen hadden dit verschil tussen individu en groep weleens terloops geconstateerd, maar niet expliciet beschreven.

Psychologen van de universiteiten van Boulder, Melbourne en Louvain-la-Neuve hebben voor het eerst onderzoek gedaan naar dit merkwaardige verschil tussen het beoordelen van groepen en individuen. Ze hebben aangetoond dat het niet aan het verschil tussen groep en individu ligt dat het verband omkeert, maar aan de vergelijkingscontext (Journal of Personality and Social Psychology, jan).

In een reeks experimenten lieten de onderzoekers hun proefpersonen steeds kaartjes met gedragingen lezen. Die hoorden bij twee groepen mensen “de groenen' en “de blauwen'). De ene groep had voornamelijk knappe dingen gedaan (bijvoorbeeld tijdens de studie in een literair tijdschrift gepubliceerd), de andere groep vooral domme (afgesloten worden door het elektriciteitsbedrijf wegens een onbetaalde rekening). De proefpersonen bleken de domme groep aardiger te vinden dan de slimme groep. In tegenstelling tot wat de onderzoekers hadden verwacht, bleek hetzelfde effect ook op te treden bij twee losse personen. Ook dan werd de slimheid (resp. domheid) van een persoon gecompenseerd met negatieve (resp. positieve) oordelen op de sociale dimensie. Het compensatie-effect bleek wel te verdwijnen als een deel van de proefpersonen alleen de slimme en een ander deel alleen de domme groep of persoon moest beoordelen. Het effect werd kennelijk opgeroepen door het vergelijken. Als het gaat om stereotypen is er meestal sprake van vergelijkingen tussen groepen, dus daarom werd het effect waarschijnlijk altijd bij groepen gevonden. Als de proefpersonen werd verteld dat zij zelf deel uitmaakten van een van de groepen, werd de neiging om positieve eigenschappen te compenseren overigens al minder. Ellen de Bruin

    • Ellen de Bruin