Opvoeden of opsluiten - het rondtobben met de drop-outs

Een zachte aanpak of een harde aanpak. In Rotterdam krijgen jonge drop-outs een kans in een opvoedingsproject. In Amsterdam-Slotervaart is het geduld met de ergste groep op. Het recept? Langdurig opsluiten.

19-01-2006, ROTTERDAM. REBOUND CENTRE. FOTO BAS CZERWINSKI Onder leiding van werkmeesters maken allochtone jongeren kennis met verschillende technische beroepen. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Rotterdam 21 jan. - Plamuren vindt Albertico (18) het leukst. Hij wil verder in het plamuren, zegt hij. Hij zit onderuitgezakt in het kantinegedeelte van het Reboundcentre in de Rotterdamse deelgemeente Delfshaven. Een grijze gebreide muts op zijn hoofd, de kraag van zijn zwartleren jas omhoog.

In een grote loods worden drop-outs tussen de 16 en 23 jaar via een korte, praktische opleiding aan een baan geholpen. Of ze kunnen naar een reguliere opleiding. Althans, dat is de opzet.

Albertico (zijn bijnaam) is op de Antillen geboren en kwam op zijn dertiende naar Nederland. Hij moet even nadenken over de vraag op welke scholen hij heeft gezeten. Het zijn er behoorlijk wat. In elk geval kon hij de opleiding vmbo metaalbewerking niet afmaken omdat hij drie maanden vast zat. Hij werd opgepakt toen hij stond te dealen op straat. Toen hij vrij kwam begon hij aan de opleiding fietsreparatie, maar werd weggestuurd bij zijn stage. Hij weigerde fietsen op te tillen. “Dat vind ik gewoon niet leuk. Ik zei, “daar ben ik niet voor'.“

Youssef (22) deed sinds zijn zeventiende tot kort geleden niets. Niets? “Nou, ik sliep uit en hing rond op straat. Beetje blowen, uitgaan, chillen, je kent het wel.“ Hij kocht en verkocht af en toe een scooter of een fiets om aan geld te komen, zegt hij. Hij heeft geen diploma's.

Allochtone jongeren, bleek deze week uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau komen moeilijk aan een baan. De werkloosheid is hoog. Verwachten Albertico en Youssef snel werk te vinden na de opleiding? Albertico haalt zijn schouders op. “Als er geen werk is, is er een uitkering.“ Youssef maakt zich geen zorgen over de toekomst. “Ik wil een eigen bedrijf.“ Zijn vader was automonteur en had een eigen garage, maar zit nu in de WAO. Youssef wil geen garage. “Dan krijg je zwarte handen. Kan je de vrouwtjes niet meer normaal aanraken. Haha.“ Hij zou bij zijn broer in de pizzeria kunnen werken, maar Youssef wil iets voor zichzelf. Hij ziet wel iets in een groothandel. “Snoepjes verkopen levert niets op. Je moet gróót denken.“

Albertico en Youssef zitten in het impact-traject. In kleine groepjes krijgen jongens (en een paar meisjes) lessen als sociale vaardigheden en sport. In een aangrenzende grote hal maken ze kennis met vakken als houtbewerking, scheepstimmerbouw, lassen, schilderen en heftruck rijden. De jongeren van het impact-traject hebben geen of weinig diploma's. Soms hebben ze een strafblad.

“We voeden ze op“, zegt Otto Schildknegt, directeur van het Reboundcentre in Delfshaven en van soortgelijke centra in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en in Amsterdam-Noord.

[Vervolg OPVOEDEN: pagina 3]

OPVOEDEN

'Repressie is het antwoord op machteloosheid'

[vervolg van pagina 1]

Hij zegt dat niet tegen de jongeren. In zijn lange loopbaan in het jeugd- en jongerenwerk heeft hij geleerd dat je met jongeren die je als volwassenen behandelt, het meest kan bereiken.

En ze moeten bijna allemaal nog een hoop leren. Om dagelijks op tijd op te staan. Dat ze zich niet met een pantykousje op hun hoofd bij een werkgever melden. En dat, als een werkmeester in de hal ze een opdracht geeft, ze die uitvoeren en niet zeggen: “Doe het lekker zelf man, jíj wordt ervoor betaald.'

Schildknegt vindt het idee van Hans de Boer om jongeren een harde training te geven in militaire opvoedingskampen niet heel realistisch. “Dat is misschien iets voor de harde kern. Tegen die jongens kun je zeggen: Kies maar, zitten of dit. Maar toch niet tegen die duizenden, nee tienduizenden jongeren. Repressie is het antwoord op machteloosheid. Wat schiet je ermee op? Krijgen ze na dat trainingskamp een baan? Als ze klaar zijn gaan ze terug naar hun oude buurt en oude vrienden en dan is het zo weer mis. Je moet ze niet uit hun omgeving halen, maar helpen hun leven beter te organiseren. Door te zorgen dat ze een baan kunnen vinden en houden, bijvoorbeeld.“

De jongens in het Reboundcentre komen omdat ze het zelf willen. Als ze te vaak lopen kloten, of ze verzuimen te veel, dan zeggen trajectbegeleiders: “Daar is de deur.' Schildknegt: “Dan helpen we liever een ander.“ De jongens die hier komen, moeten de motivatie hebben om toch nog wat van hun leven te maken. En dan helpen we ze daar graag bij.“ Die aanpak heeft succes. Na een jaar gaat 41 procent terug naar school, 36 procent gaat werken.

In een oude gaskoepel in Rotterdam-Zuid springt trajectbegeleider/sportinstructeur Aad Aldus rond met bokshandschoenen, een groepje jongens om zich heen. Aad bokst het hardst. De oude gaskoepel hoort ook bij het Reboundcentre, hier worden de sportlessen gegeven. “Een conditie van nul komma nul“, zegt Aldus later over zijn jongens. “De meesten zijn gewend om he-le-maal niets te doen, na vijf minuten boksen zijn ze uitgeput.“

Meteen na de sportles, als de jongens uitrusten en wat drinken, belt Aad Aldus de jongens die niet zijn gekomen. “Ziek?“ roept hij door de telefoon, “dat moet je melden, man. Zie ik je dan morgen weer?“ Hij is druk met de jongens. Naast de lessen regelt hij van alles voor ze. “Ze hebben veel problemen. Schulden om te beginnen. Ze kopen een telefoon op afbetaling en denken gewoon niet aan de rekening die later komt. En als die rekening komt, gooien ze die gewoon weg.“ Hij trekt een ik-begrijp-er-ook-niets-van gezicht. “Materiële zaken zijn belangrijk voor die jongens. Om te showen hé. Kijk maar naar alle gouden kettingen die je hier ziet. Het zijn net pauwen. Al hebben ze niets te eten, ze kopen wel schoenen van 200 euro.“

De jongens van het impact-traject halen deelcertificaten waarmee ze op een verder reguliere opleiding kunnen. Naast de impactgroep biedt het Reboundcentre ook een mbo-opleiding beveiliging. Die opleiding slaat enorm aan, maar is alleen toegankelijk voor jongeren zonder strafblad. Er is een toenemende behoefte aan beveiligers, dus de kans op een baan is behoorlijk. Bovendien, zegt Aad Aldus, hebben beveiligers status. Vanwege het uniform. En je hebt als beveiliger in uniform wat te zeggen over anderen. Vooral Turkse jongens vinden dat heel belangrijk.“

Serdar Yildiz (18) en Jerrel van Duyne (20) willen bij de douane of de marechaussee werken. Ze vinden de studie prima, vooral omdat ze alleen de vakken krijgen die ze nodig hebben voor het diploma - “geen engels bijvoorbeeld“, zegt Yildiz - en ze na acht maanden klaar kunnen zijn.

Ze hebben geen idee of het voor allochtone jongeren lastiger zal zijn om werk te krijgen dan voor autochtone jongens, zoals blijkt uit het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ze hebben nog nooit gesolliciteerd. Ze verwachten dat het wel gaat lukken.

“Het gaat erom hoe je je presenteert“, zegt Jerrel, gouden ketting, in elk oor een grote vierkante nepdiamant, piercing in de onderlip. “Als ik ga solliciteren gaan de oorbellen en piercing uit en de ketting af. En mijn pet ook.“

Serdar: “En hou je mond dan ook dicht zodat ze die gouden tanden niet zien.“