Op zoek naar humor in de moslimwereld - de film

De film “Looking for Comedy in the Muslim World', over de zoektocht naar moslimhumor van de Amerikaanse komiek Albert Brooks, draait vanaf dit weekend in Amerikaanse bioscopen. Eerder dit jaar ging de film al in première in Dubai, Verenigde Arabische Emiraten. Dave Kehr was erbij en sprak met Brooks over de film

PA: Brooks was stem Nemo's vader (r) scene uit de film Finding Nemo

Pas terug uit het Midden-Oosten, waar zijn nieuwe film Looking for Comedy in the Muslim World (“Op zoek naar humor in de moslimwereld') begin dit jaar zijn wereldpremière beleefde op het tweede jaarlijkse Dubai Internationale Filmfestival, klinkt Albert Brooks uitgeput, opgetogen en opgelucht.

“Dit was nog nooit eerder gebeurd“, zegt de komiek uit Los Angeles. “Er is geen enkele andere Amerikaanse filmer die iets lichtvoetigs heeft gemaakt over alles wat na 9/11 is gebeurd. De reacties waren niet te voorspellen. Het publiek zou kunnen opstaan en weglopen, ze zouden me uit kunnen jouwen, ik wist het niet. Ik heb geen enkele ervaring op dit terrein. Er werd tegen me gezegd: we denken dat het wel goed zit, maar ook: mensen hier in Dubai draaien er niet omheen. Als je de plank mis slaat, sla je meteen ook op je duim: je weet meteen waar je aan toe bent.“

Albert Brooks' poging om enige vorm van humor te ontlenen aan de politieke situatie na 9/11 was niet echt de eerste. Er was bijvoorbeeld al een gretige, zij het ideologisch wat rammelende poging van de scheppers van de animatieserie South Park, Trey Parker en Matt Stone: Team America: World Police. Maar Brooks' film is de eerste post-9/11-komedie die als een brede satire opgevat kan worden, met een meer humanistische, intermenselijke aanpak - met alle risico's van dien.

Looking for Comedy in the Muslim World is geworteld in het stevige, onbuigzame gevoel voor realiteit dat Albert Brooks heeft gecultiveerd sinds zijn eerste grote speelfilm, Real Life uit 1979. Als radicale stilist onder de komediefilmers heeft Brooks een afkeer van harde grappen, punch lines en nadrukkelijke montages. Hij kiest voor langer lopende scènes en brede opnamekaders, een techniek waarin het inherente absurdisme van een situatie vanzelf naar voren komt. En voor Brooks is niets zo absurd als een narcistische professional wiens hermetische wereldbeeld botst met de wereld zelf.

In Real Life speelde Brooks een personage genaamd “Albert Brooks', een komiek wiens carrière in een verontrustend stille fase is beland. In een poging de zaak weer op de rails te krijgen, haalt hij een middenklassegezin in een buitenwijk van Phoenix over om hun leven te laten filmen. Dat gaat zijn alledaagse gangetje, en het eindigt ermee dat hij hun huis in de fik steekt, in een poging de entertainment value van hun dagelijkse sleur wat te verhogen.

Zijn personage in Looking for Comedy kan gezien worden als een vervolg op die eerdere “Albert': zijn carrière zit weer in een dal, als hij uitgenodigd wordt door een gepensioneerde Amerikaanse senator Fred Thompson (die zichzelf speelt) om een belangrijke overheidsopdracht uit te voeren. Komiek Albert moet naar India en Pakistan reizen om onderzoek te doen en een rapport van 500 pagina's te produceren over de vraag wat er eventueel op de lachspieren zou kunnen werken van de mensen op dat continent. Geld valt er niet te verdienen met deze opdracht, maakt de senator aan Albert duidelijk, maar eer valt er zeker mee te behalen.

DUBAI PREMIÈRE

Op de première in Dubai vertelde Albert Brooks: “We kregen vlak voor de vertoning te horen dat sjeik Abdullah bin Zaid al-Nahayan, de minister van informatie en voorlichting van de verenigde Arabische Emiraten, uit Abu Dhabi zou komen vliegen om de film te zien. En mensen zeiden: weet je wel wat dit betekent? Die man gaat nooit ergens naar toe! Okee, all right, goed - toen was ik dus nog bezorgder. Ik dacht, o mijn God - als de sjeik wegloopt, dan lopen ze natuurlijk allemaal met hem mee de bioscoop uit. Ik vroeg of er een cd van Exodus klaarlag, voor het geval dat - dan konden we die muziek draaien als iedereen wegliep. Maar ze begrepen niet waar ik het over had.“

De meeste mensen die de fictionele Albert in de film tegenkomt begrijpen ook niet waar die het over heeft. Hij is vastbesloten om de 500 pagina's te vullen voor het onderzoek dat hij uitvoert, waarbij hij wordt geholpen door twee beambten van het State Department (John Caroll Lynch en Jon Tenney) en een grootogige jonge Indiase (Sheetal Seth), die Albert als vertaalster in dienst had genomen. Hij verzamelt gegevens door een stand-up comedy show op te zetten (niemand lacht), een bezoek te brengen aan het lokale bureau van het internationale Arabische moslim-tvstation Al Jazeera (waar hem gevraagd wordt auditie te doen voor de soap Die verdomde jood) en door over de grens met Pakistan te glippen, waar hij een groep ondergedoken zogenaamde komieken ontmoet (zij lachen, maar ja, ze roken dan ook iets anders dan tabak met fruitsmaak in hun waterpijp).

Voordat de filmvertoning in Dubai begon, gaf Albert Brooks een inleiding op het podium. “Ik heb gezegd dat ik het festival belangrijk vind“, zegt hij later, “en dat is ook zo - ik weet niet waar elders in het Midden-Oosten ik uitgenodigd zou zijn om deze film op dit moment te mogen vertonen. En ik zei: “Ik moet eerlijk zijn tegen jullie. Veel van mijn vrienden vroegen me: “Waarom ga je dit doen? Ben je niet bang?' En ik keek hen aan en zei: “Maar ik ben niet bang!' Dat vonden ze leuk.“

DISTRIBUTIEPROBLEMEN

Albert Brooks was dan misschien niet bang, maar Sony Pictures, de maatschappij die de film aanvankelijk zou distribueren, trok zich terug nadat de komiek weigerde de titel van zijn film te veranderen in reactie op de wereldwijde woede in moslimkringen na een bericht in Newsweek, inmiddels ingetrokken, dat Amerikaanse ondervragers in Guantamo Bay, Cuba, een koran door de wc zouden hebben gespoeld. Steve Bing, een van de producenten, heeft volgens Brooks de film onder kunnen brengen bij Warner Independent Pictures. Sinds gisteren draait de film in bioscopen in de Verenigde Staten.

“De film prikt eigenlijk ons eigen gebrek aan cultureel begrip door. Hij komt op een moment dat dat erg gevoelig ligt, en juist daarom precies op tijd“, zegt de president van Warner Independent, Mark Gill, in een e-mail.

“Er was een studiobaas die tegen me zei: dit levert je een fatwa op“, zegt Albert Brooks, “Maar ja, je moet ergens beginnen. Ik wist niet wat ik moest verwachten. Als ik drie of vier vriendelijke lachjes had gehad en niemand liep weg [in Dubai], dan zou ik de film al als een succes willen beschouwen.“

Op de website van Al Jazeera, Aljazeera.net, was een Reuters-verslag te lezen waarin stond dat Looking for Comedy met gemengde reacties was ontvangen door het publiek in Dubai. Geciteerd werd Zeinab (18) uit de Verenigde Arabische Emiraten, die zei: “Het was anders dan de films die we gewoonlijk uit Amerika zien. Het is goed anderen verschillende culturen te tonen.“

Brooks zelf nam enthousiastere reacties waar: “Er is een scène waarin ik naar Washington geroepen word, en ze daar uitleggen dat Pakistan helemaal moslim is. Ik zeg dan: “Maar ik dacht dat India vooral hindoe was.' Iemand aan tafel zegt “Er zijn bijna 150 miljoen moslims in India alleen al' en Fred Thompson zegt: “Is dat genoeg voor je?' De zaal werd wild! Ik dacht, ik heb de test gehaald, het is in orde! De sjeik moest lachen, wees naar het scherm en zei iets in het Arabisch tegen de man naast hem. En niemand liep weg!“

Een deel van de Arabische pers heeft volgens Brooks vraagtekens gezet bij zijn beslissing om de film niet in een Arabisch land te laten spelen, maar in India en Pakistan. “Ik zei: “Nou, als jij me toestemming kunt bezorgen om te filmen in Saoedi Arabië, laat het me weten.' Want toen ik daar achteraan belde, kwam er niets van. Binnen vijf minuten zeiden ze: “Ben je gek geworden?' Ze laten daar geen jood binnen, en al helemaal geen filmer. Dat gaat gewoon niet. Toen ik de film aan het schrijven was kwam het me goed uit om over een conflict te schrijven tussen twee landen, die wantrouwend tegenover elkaar staan. Het idee was direct: ik ga op een vredesmissie, maar ik begin bijna Wereldoorlog III.“

Azhar Usman, een moslim standup comedian die de show Allah Made Me Funny in Canada en de VS organiseert, vindt dat Albert Brooks wel “een punt' heeft. Humor (Arabisch of anderzins) is in de moslimwereld soms moeilijk te vinden. “Vandaag de dag bestaan er geen stand up comedians“, zegt hij. Maar in de jaren '70 waren ze er volgens hem wel. Hun stijl doet denken aan de humor in de komische tv-serie Seinfeld, zegt Usman: “Veel humor over familie, over de verschillen tussen man en vrouw, steken onder water naar politici - grappen over het dagelijkse leven. De indruk dat een moslim-publiek echt niet weet wat stand up comedians zijn of wat improvisatie is, klopt helemaal niet.“

De meeste Indiase acteurs in de film komen uit India, met uitzondering van Sheetal Seth, die Brooks' vertaalster speelt. Zij is een eerste generatie Indiaas-Amerikaans actrice, die al in onafhankelijke films speelde als ABCD en American Chai. Ze komt nog regelmatig in India.

“Ik word nerveus als ik hoor dat mensen een film of zoiets over India gaan maken, omdat het meestal zo zonder verstand van zaken gedaan wordt, zo dom“, zegt Seth. “Maar toen ik Albert ontmoette, had ik meteen door hoe goed hij was in het omzeilen van stereotiepen. Hij heeft werkelijk de moeite genomen om eerlijk en authentiek te zijn, om de dingen goed weer te geven.“

Veel van die zoektocht naar het authentieke gaat ten koste van Brooks en zijn landgenoten, die als onwetende personages worden neergezet, maar de film is ook een oprechte zoektocht naar “de ander'.

Hoewel de achterliggende gedachte voor Looking for Comedy in the Muslim World serieus is, houdt Albert Brooks geen plek op zijn jasje vrij voor een Nobelprijs voor de Vrede: “Zou ik ooit een film kunnen maken waarmee je, uiteindelijk, Israël en de Palestijnen aan de vredesonderhandelingstafel brengt?“, zegt hij. “Ik weet het niet. Mijn beste idee kwam in een kort filmpje dat ik voor het tv-programma Saturday Night Live maakte. Daarin suggereerde ik dat ze Israël het beste naar Georgia konden verplaatsen. Wat belangrijker is, is dat je dit soort zaken op een ander niveau kunt brengen, in een veilige zone waar je er grappen over maken kan. Dat het iets wordt waar je grappen over kunt maken zoals over andere zaken, zoals politiek of joden of slecht eten of wat dan ook. Als dat gebeurt, dan is dat echt een gezond teken. En dat is al iets.“ Copyright The New York Times 2006 De trailer van de film is te zien via www.nrc.nl of http://wip.warnerbros.com/lookingforcomedy/LFC_content.html

    • Dave Kehr