Onderhandelen, of toch maar een atoombom erop?

Bart Funnekotter probeert de wereld te veroveren, maar zijn gevechtshelikopter wordt met pijl en boog uit de lucht geschoten

ALL IN THE GAME: Een hoofdstad in het computerspel `Civilization IV`. In deze stad zijn zijn zowel de Egyptische piramides als de hangende tuinen van Babylon te vinden. Het bouwen van wereldwonderen bevordert het aanzien van je beschaving

Als er in de nog jonge wereld van de computergames één spel is dat zich een klassieker mag noemen, dan is dat Civilization van ontwerper Sid Meier. In 1991 liet de Amerikaan de eerste versie van dit spel het licht zien. Het was slechts 2,6 MB groot, minder dan twee floppydisks, maar met Civilization was een nieuw computerspelgenre geboren: dat van de strategy. Civilization was een zogenoemde turn based strategy game: de speler voert al zijn handelingen uit, waarna hij op een knop drukt en daarmee zijn beurt beëindigt. De computer rekent vervolgens de zetten van de artificiële tegenstanders door. Dan is de menselijke speler weer aan de beurt.

Het doel van het spel is eenvoudig: zorgen dat de beschaving die jij overheerst de machtigste ter wereld wordt. Dat was zo bij de eerste incarnatie van de game in 1991, en dat is nog steeds zo bij het eind 2005 verschenen Civilization IV, een grafisch en speltechnisch verbeterde versie van deel III uit 2001.

De weg naar mondiale dominantie loopt niet alleen over het met bloed bevlekte pad van de gewapende verovering. Het is zelfs mogelijk om tot wereldleider gekozen te worden na een door de Verenigde Naties uitgeschreven verkiezing.

Dat moment ligt aan het begin van het spel nog in een verre toekomst. Iedere beschaving begint in 4000 voor Christus met een enkele stad, waar slechts een paar hutjes staan. Deze hoofdstad moet vervolgens tot ontwikkeling worden gebracht. In het gebied rondom moeten bijvoorbeeld boerderijen worden gebouwd om de burgers van voedsel te voorzien. Ook is het raadzaam snel een paar met knots bewapende krijgers te creëren; in de wouden rondom je stad lopen nogal wat gevaarlijke beesten rond.

Als de voedselvoorziening en meest basale verdediging op orde is, wordt het tijd om de stad zelf te gaan uitbouwen en verfraaien. Gebouwen die worden neergezet - een proces dat soms vele beurten kan duren, al naar gelang de complexiteit van de structuur - kunnen de stad op diverse manieren verrijken. Een marktplein is goed voor de economie, een theater goed voor het culturele leven en barakken goed om van je ongedisciplineerde krijgers beter bewapende en getrainde militairen te maken. Elke uitbreiding maakt een stad aantrekkelijker, en zorgt ervoor dat de bevolking groeit.

De kennis om deze gebouwen neer te zetten, komt je niet zomaar in de schoot vallen. Een zeer belangrijk onderdeel van Civilization IV is de research tree. De speler moet bepalen waarnaar hij zijn geleerden onderzoek laat doen: pijl en boog, kerncentrales of rock-`n`- roll. De boomstructuur van het onderzoeksmodel openbaart zich al snel. Wie de loot `militairen` wil ontwikkelen kan niet in één keer een met mitrailleur bewapende commando creëren. Eerst moet hij via vele vertakkingen - knotskrijger, ridder, musketier, grenadier, infanterist - dat stadium van ontwikkeling bereiken. Dat kost tijd en geld. En geld is schaars in het spel.

Wie zijn eigen beschaving een beetje op orde heeft, kan op zoek gaan naar de buren. Daarmee kan je handelen, verdragen sluiten, en uiteraard ook vechten. Bij deze gevechten komen soms vreemde situaties voor. Op de wat lagere moeilijkheidsniveaus is het vrij eenvoudig om je technologieboom snel te doorlopen. Zo kan het gebeuren dat jij rond 1890 al met een gevechtshelikopter rondvliegt, terwijl Isabella van Spanje zich nog moet behelpen met piekeniers en boogschutters. De computer rekent bij het treffen tussen diverse eenheden met kansen, en zo komt het heel soms voor dat je Apache vanaf de muren van Madrid met pijl en boog wordt neergehaald. Niet echt realistisch, maar wel goed voor het spel. Anders zou de speler zodra hij het industriële tijdperk betreedt onoverwinnelijk zijn.

De gevechten zijn overigens wel vrij statisch. Zodra de diverse eenheden op elkaar zijn gebotst, wordt de speler toeschouwer en moet hij maar afwachten wat er te zien is als de rook is opgetrokken.

Zoals in het begin al aangestipt is de game ook te winnen zonder wapengekletter. Wie liever onderhandelt dan met atoombommen gooit, kan ook in Civilization terecht. Goed onderhouden vriendschappen verhogen je aanzien, en kunnen nadat de VN zijn opgericht uitmonden in een mondiale stembuszege. Ook is het mogelijk een technologische overwinning te behalen. De beschaving die als eerste een ruimteschip ontwikkelt dat naar Alpha Centauri kan vliegen, gaat met de eer strijken.

Vanwege die veelzijdigheid is Civilization ook na vijftien jaar nog steeds hét spel voor de strategieliefhebber. Voor de tacticus die wat meer geïnteresseerd is in het zelf leiden van veldslagen is het vorig jaar verschenen Rome: Total War wellicht een betere keus.

    • Bart Funnekotter