Nijswiller - Sibbe

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Zuid-Limburg

Rustig stijgt het pad tussen de kale akkers de Kruisberg op. Soms wordt het aan weerszijden door houtwallen gechaperonneerd. Schudt het die af, dan is er een parelend uitzicht. Over de hellingen en glooiingen van het mergelland ligt bevroren rijp, wat de gras- en andere halmen er dik en donzig uit laat zien.

“Het is hier heerlijk voor het dwalend oog“, doet man bloemrijk. Hij staat in zijn recht.

Alles glanst in het zwaarwegende zonlicht van de late morgen: de over het land uitgespreide akkerruiten, de ertegenin geplooide vlakken weideland, de bladerloze bomen, eenzaam of naast elkaar langs de wegjes. Het bevrozen snoepcellofaantje in de berm is bezet met briljantjes.

Een rode ballon met een mandje eronder schuift langs de horizon, over de spitse kruinen van een rijtje bladerloze populieren. Die populieren staan precies goed naast elkaar, dat wil zeggen onregelmatig verdeeld op de enig denkbare manier.

De Kruisberg is meer een kruispunt. Een antieke steen met een zwart gecalligrafeerde schedel cum knoken herdenkt er Arnold Bouillon. Hij gaf, zo staat gebeiteld, op 30 november 1869 “wie ein Dieb in der Nacht' de geest. En er is, onder een eenzame eik, een smeedijzeren kruis opgericht met een triestig Christusfiguurtje eraan. Die kruizen op kruisingen zijn strijk en zet hier. Geen ontmoeting van paden of er staat er weer één, meestal iets boven ooghoogte. Vaak zijn ze versierd met plastic bloemetjes, soms verwarmd met waxinelichten of noveenkaarsen (met Padre Pio of Moeder Theresa op het omhulsel).

We stiefelen verder over de klonten van de gevriesdroogde veldweg, voorbij verkleumde boomgaarden met priktakken en een akker met rode graankorrels op de ijsrichels in de voren.

Nu draait het pad een bietenakker in. Het loof hangt slap, de geur is weezoet. Inmiddels is de grond tot slik gesmolten.

In de Wittemse devotiewinkel staat het vol Mariabeelden. Hoge taille, lief gezichtje en onder die sluike rokken een vermoeden van zeer lange danseressenbenen.

We worden de Gulperberg opgeleid en staren, opnieuw verbluft, het dal in, waar witte dorpen worden omgeven door lappen grond in allerhande geel.

Berg af. Gulpen in, Gulpen uit.

Weer zo'n reeks holle, heuvelende veldwegen, nu met een oranje zon ernaast, buitelend over de rand.

Ik zie drie stel wandelaars, wijd verspreid. Per twee buigen ze zich over een kaart - drie keer twee buighoofden, drie keer twee buigruggen. Drie wandelduetten op een rijtje, in die karakteristieke wat-denk-jij-houding. Het lijkt wel een performance. 15 km. Kaarten 11 t/m 14 uit: Krijtlandpad. Uitg. Wandelplatform LAW, Amersfoort 2001. Tel. taxi 043 6012221.

    • Joyce Roodnat