Mijneega onder de papaluup

Marjolijn van Weerdenburg bracht de stoornis SLI in kaart. Praten tegen de directeur alsof hij je buurjongetje is. Jacqueline Kuijpers

Orthopedagoge Marjolijn van Weerdenburg: Voor kinderen met de taal- en spraakstoornis SLI is de wereld onbegrijpelijk. En de wereld begrijpt hen niet. Foto Jonathan Vos Portret Van Marjolein Van weerdenburg. Promovendi van de Radboud universiteit in Nijmegen. Door Jonathan Vos Vos, Jonathan

Voor kinderen met het taalprobleem SLI, Specific Language Impairment, is de wereld onbegrijpelijk. En de wereld begrijpt hen niet. Dit is gechargeerd, maar kinderen met ernstige SLI hebben dermate grote problemen met communiceren dat normaal functioneren onmogelijk is, terwijl hun non-verbale intelligentie gemiddeld is, of bovengemiddeld.

Naar schatting drie tot zes procent van alle kinderen heeft deze stoornis. Orthopedagoge Marjolijn van Weerdenburg heeft nu voor het eerst in Nederland de kinderen met SLI in de basisschoolleeftijd gedetailleerd in kaart gebracht. Op 13 januari promoveerde zij aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op haar onderzoek “Language and literacy development in children with Specific Language Impairment'.

Kinderen met SLI hebben moeite met de regels van taal, vertelt Van Weerdenburg in haar werkkamer. Sommigen begrijpen wel wat er tegen hen gezegd wordt, maar kunnen geen antwoord formuleren. Ze verbasteren woorden, maken Mijneega van Nijmegen en papaluup van paraplu. Of ze kunnen geen goede zinnen maken, omdat ze de regels van de grammatica niet snappen.“

Van Weerdenburg pakt er ter verduidelijking wat testresultaten bij. Zoals dit meisje van zes dat als omschrijving van het woord “bed' zegt: “Het is, het is, soms spelen, blaadjes die op zijn'“

Of het meisje de woorden niet kan vinden om uit te leggen wat ze bedoelt, of dat ze het woord “bed' niet kent, kan weer met een andere test beantwoord worden. Want kinderen met SLI hebben een kleine woordenschat. Van Weerdenburg: Een kind met een normale taalontwikkeling leert een woord als “meubilair' vanzelf, doordat het de ene keer hoort dat de stoel er bij hoort, en de andere keer de tafel. Dat soort verbanden kunnen kinderen met SLI niet goed leggen.“

Ook zijn er kinderen die niet begrijpen wat hun gesprekspartner wil. Omdat ze de klanken niet goed kunnen onderscheiden, of omdat ze de taal te letterlijk nemen. Van Weerdenburg: Als ze gevraagd wordt “was het moeilijk uit je bed te komen?' antwoorden ze: “Nee, je doet gewoon één been uit het bed en dan het andere en dan sta je op.' Anderen hebben moeite met de sociale conventies van taal. Die praten tegen de schooldirecteur alsof het hun buurjongetje is.“

De oorzaak van SLI is niet bekend. Het is een nog niet aantoonbare neurologische afwijking“, vertelt Van Weerdenburg, met de nadruk op “nog'. Ik verwacht dat we binnen tien, twintig jaar veel meer zullen weten.“ Dat zal het vaststellen van SLI vergemakkelijken. Nu gebeurt dat nog door een proces van uitsluiting: er zijn geen gehoorproblemen, er zijn geen ernstige fysieke en emotionele problemen, etcetera.

Kinderen met SLI gaan overwegend naar het speciaal onderwijs. In Nederland zijn er zo'n dertig speciale scholen voor kinderen met ernstige taal- en spraakmoeilijkheden. Volgens Van Weerdenburg is dit ook de enige juiste plek voor kinderen met (ernstige) SLI. Deze taalstoornis heeft een enorme invloed op de hele schoolcarrière van een kind“, legt ze uit. Kinderen met SLI hebben zeer specifieke begeleiding nodig. Er zijn wel kinderen die het met ambulante hulp op een reguliere basisschool redden, maar het gros zou daar volledig ondersneeuwen.“

Toch heeft het er om gespannen toen medio jaren negentig het speciaal onderwijs geherstructureerd werd. Van Weerdenburg: Toen liepen deze scholen gevaar, omdat er wel criteria waren voor het indiceren van deze kinderen, maar een echte classificatie van SLI op wetenschappelijke gronden ontbrak.“ Dat was de concrete aanleiding voor het onderzoek van Van Weerdenburg, in opdracht van de Vereniging ter Bevordering van het Onderwijs aan Kinderen met Ernstige Spraak en/of Taalmoeilijkheden (VeBOSS, inmiddels opgegaan in Siméa). Momenteel loopt er nog onderzoek naar kleuters en naar tweetalige kinderen met SLI.

Van Weerdenburg onderzocht bijna driehonderd kinderen op drie meetmomenten. In totaal kreeg ieder kind 21 verschillende testen voorgelegd om zijn taalbeheersing nauwkeurig in beeld te kunnen brengen en nog eens zes testen voor de leesvaardigheid. Een integrale (en voor het onderwijs werkbare) test bestaat nog niet. Wel heeft Van Weerdenburg de 21 testen teruggebracht tot vier: één per taaldomein.

Want wat Van Weerdenburg vond was dat SLI niet één brij is van dingen die fout gaan, maar dat er vier verschillende domeinen zijn waarop de kinderen in meer of mindere mate vastlopen. Die vier domeinen zijn: woordenschat, grammatica en verbaal sequentieel geheugen, auditieve conceptualisatie (klanken kunnen onderscheiden) en spraakproductie.

Op basis van haar onderzoeksresultaten onderscheidt Van Weerdenburg vier verschijningsvormen van SLI, waarin de balans tussen de vier taaldomeinen varieert. Zo is er een groep kinderen die op alle vier de domeinen ongeveer gelijk scoort, maar er is ook een groep die op het auditieve aspect en op woordenschat aanzienlijk lager scoort dan op grammatica en spraakproductie.

Van Weerdenburg: Dit inzicht biedt mogelijkheden voor de behandeling. Als je precies weet met welke taalgebieden een kind het meest moeite heeft en wat er relatief goed gaat, dan kun je daar je behandeling op richten. Dan kun je de gebieden waarin een kind goed is, inzetten om de gebieden waar hij of zij het slechtst in is, te trainen.“