Keltische sieraden

Bronzen sieraden vonden archeologen van de Vrije Universiteit in wat een Keltisch vrouwengraf uit de 3e eeuw voor Christus moet zijn geweest. Het graf zelf was bij het ploegen verstoord. De sieraden lagen bij verbrande botresten en kwamen boven bij een kleine opgraving bij Koningsbosch in Midden-Limburg.

Bronzen sieraden vonden archeologen van de Vrije Universiteit in wat een Keltisch vrouwengraf uit de 3e eeuw voor Christus moet zijn geweest. Het graf zelf was bij het ploegen verstoord. De sieraden lagen bij verbrande botresten en kwamen boven bij een kleine opgraving bij Koningsbosch in Midden-Limburg. De vondsten liggen vanaf 31 mei op de tentoonstelling Het Geheim der Kelten in het Limburgs Museum in Venlo. (Theo Toebosch)

De grafgiften bestaan uit een gordelhaak (op het stilleven linksvoor), twee armbanden of beenringen, twee aaneengehechte kleine ringen, een mantelspeld en enkele ondefinieerbare fragmenten. De meeste sieraden behoren volgens hoogleraar Nico Roymans stilistisch gezien tot de zogenaamde Keltische La Tène-cultuur, afkomstig uit het gebied tussen de Moezel en Bohemen. Onduidelijk is of de sieraden via handel, geschenkuitwisseling of migratie hier zijn gekomen.

De gordelhaak met gestileerde dierenkop (linksboven) heeft een eigen stijl, net als enkele andere eerder in Midden-Limburg gevonden bronzen voorwerpen. Roymans denkt daarom dat ze in een lokaal bronsatelier zijn gemaakt. De vondsten liggen vanaf 31 mei op de tentoonstelling Het Geheim der Kelten in het Limburgs Museum in Venlo. (Theo Toebosch)