“Ik wil alleen totale overgave'

Team Telfort is dit seizoen de meest succesvolle Nederlandse schaatsploeg. Coach Ingrid Paul (41) heeft dit weekend bij de WK sprint  twee troeven in handen. “Ik hoop dat ze heel blijven.“

Heerenveen, 18-01-2006 Schaatscoach , Ingrid Pauw. Foto: Sake Elzinga Schaatscoach Ingrid paul: "Het zou naïef zijn om te denken dat deze sport clean is." (foto Sake Elzinga)

Ingrid Paul is een vrouw van de wereld. Ze was kernploeglid, is afgestudeerd arts en werkte als schaatscoach achtereenvolgens in Canada, Noorwegen en Nederland. Dit seizoen staat ze langs de baan in een pak van Team Telfort, een bedrijf in mobiele telefonie dat veel minder geld te besteden heeft dan de concurrerende ploegen van TVM en Postcodeloterij. En ook minder te vertellen heeft over de sportieve verrichtingen van haar rijders, vertelt de 41-jarige Paul aan de vooravond van de WK sprint in Heerenveen. “Onze sponsor houdt zich gedeisd en terecht. Ik bemoei me ook niet met telefoontjes verkopen.“

Ondanks - of misschien wel dankzij - een gebrek aan financiële middelen presteert de ploeg van Paul beter dan de andere profteams in het Nederlandse schaatsen. Het grote geld lijkt soms letterlijk aan de ijsbaan te kleven; het beeld van de volgevreten vedetten die hun rondetijden even snel zien oplopen als hun bankrekening. De dochter van een veehouder heeft ook haar bedenkingen over de mentale weerbaarheid en het gebrek aan beroepsernst van sommige Nederlandse schaatsers. Ze kent de vooroordelen over de zogenaamde patatgeneratie.

“De Oost-Europeanen schaatsen tegen een onkostenvergoeding. En ik heb zelf met Noren en Canadezen gewerkt die ook geen grote auto kunnen betalen. De Nederlanders moeten zich bewuster worden van de luxe situatie waarin zij zich bevinden. Ik ken de verhalen over subtoppers die meer achter hun laptop zitten dan op de schaatsbaan. Die jongens denken dat ze het gemaakt hebben, omdat ze toevallig een mooi contract hebben afgesloten. Maar winnen, ho maar! Bij mij komen ze er niet in. Ik wil alleen totale overgave. Een rotte appel kan de sfeer in de ploeg verzieken.“

Het kieskeurige selectiebeleid past bij de coach die zichzelf eerder strikt dan streng wil noemen. En toch heeft ze met de potentiële medaillekandidaten Jan Bos en Bob de Jong geen geboren vechtjassen in huis gehaald, geeft ze volmondig toe. “Ik moet ze eerder pushen en hoef ze zeker niet te dimmen. Jan heeft het geweldig opgepakt. Bob moet zijn grenzen nog leren verkennen. Hij wil in de eerste rondjes nog steeds in gesprek met het ijs, maar met die instelling ben je tegenwoordig kansloos op de vijf en tien kilometer. Je moet er in vliegen en zien waar het schip strandt. Niet de laatste drie rondjes versnellen, als het de ook de laatste vier rondjes kunnen zijn. Zo heeft Sven Kramer vorige week een afstandszege en een podiumplaats verspeeld.“

Ze doelt op de EK allround in Hamar waar het supertalent van TVM te voorzichtig van start ging, misschien wel op voorspraak van zijn coach Gerard Kemkers die niet bekend staat als een waaghals. Zijn vroegere collega bij de KNSB heeft zo haar bedenkingen over de schaatstoekomst van Kramer. “Sven heeft ongekende mogelijkheden, hij is fris in de kop en gelukkig nog onbevangen. Hij moet vooral niet in een keurslijf gaan rijden en niet bang worden voor snelle rondetijden. Hij kan zich beter spiegelen aan de Amerikanen die veel minder analyseren en calculeren.“

Net als Kemkers gaat Paul voorzichtig te werk in het olympische voortraject. Vorige week wilde haar collega van TVM weinig weten van een vormcrisis bij de EK allround. In Hamar en Heerenveen worden de hoofdprijzen niet verdeeld; over drie weken moeten ze “pieken' bij de Winterspelen in Turijn. Van een afstand bekeek Paul, die geen rijders aan de start wist in het Vikingskipet, de verrichtingen van de Nederlandse allrounders. Ze is het oneens met Kemkers. De coach van TVM beschouwde de EK als een leerzame oefenwedstrijd en hechtte weinig waarde aan de lage klasseringen.

Paul: “Neem van mij aan dat hij liever prijzen had gewonnen. Op een EK wil iedereen hard rijden. De slechte tijden van Carl Verheijen zullen hem zeker zorgen baren. En waarom reden zijn vrouwen zoveel beter dan zijn mannen? Ik zou als trainer toch vragen gaan stellen waarom iemand als Carl in de aanloop naar de Spelen opeens van slag lijkt. Maar misschien speelt hij wel verstoppertje en krijgt Gerard straks toch gelijk met zijn planning. Iedere coach werkt op zijn manier. Ik ben blij dat mijn jongens geen terugslag hebben, al zijn ze dit weekend nog niet in topvorm. Daarom reken ik Jan zeker niet tot de favorieten. Zijn sprint is ook niet snel genoeg. Als alles klopt, maakt hij een kans. Meer niet. Ik ben al lang blij als ze in Thialf heel blijven.“

De Nederlandse trainers weten weinig van elkaars werkwijze en wisselen zelden of nooit gegevens uit. Paul was als coach van Canada en Noorwegen en van een Nederlandse kernploeg anders gewend. Volgens haar zou de nationale schaatstop veel beter kunnen scoren, als de trainers “kennis verspreiden en meer ervaringsfeiten overleggen“. Nu zijn er drie (sponsor)eilandjes en lijkt het buitenland te profiteren van de tweedracht bij de KNSB-leden.

“Het is niet alleen onwil“, verklaart Paul de gebrekkige samenwerking. “Het heeft ook met planning en organisatie te maken. We komen elkaar alleen bij grote wedstrijden tegen. Maar ik geef toe: als het hoge prioriteit heeft, zou de logistiek geen probleem moeten zijn. Al missen we een nationaal schaatscentrum waar we kunnen trainen. Thialf is lang niet altijd beschikbaar en dus moeten we vaak naar het buitenland uitwijken. En de sponsors zoeken ook hun eigen weg. Die hebben geen belang bij samenwerking en willen zich afzonderlijk onderscheiden.“

Paul heeft in het buitenland de voordelen van de gebundelde krachten leren kenen. “Zelf ben ik een groot voorstander van kennisoverdracht. Ik hoor graag van een buitenstaander hoe hij tegen een probleem aan kijkt. Stel dat Bos dit seizoen achterstevoren zou rijden, dan laat ik me graag adviseren hoe ik hem weer vooruit kan laten schaatsen. Hetzelfde geldt voor Jochem Uytdehaage. Ik heb zo mijn ideeën waarom het met hem niet lukt, maar mij wordt niets gevraagd en dus houd ik mijn mond. Ik heb ook geen geheimen, maar dan wil ik wel wat terug krijgen van mijn collega's, eerlijk is eerlijk.“

In het geval van sprinter Bos lijkt hulp van buitenaf overbodig. De wereldkampioen van 1998 is bezig aan zijn tweede schaatsjeugd - hij won drie nationale titels bij de NK afstanden - en zegt veel baat te hebben bij de trainingsmethoden van Paul. Hij vergelijkt haar met de Amerikaan Peter Mueller, die ook meer een mentale en fysieke dan een wetenschappelijke benadering voor staat. De bondscoach van de Noren stond eind vorige eeuw aan de basis van de eerste Nederlandse sprintsuccessen. Paul kan zich wel vinden in de vergelijking van Bos, die onder haar leiding veel harder is gaan trainen en niet langer voor een fraaie maar kwetsbare stilist door het schaatsleven gaat.

“Jan heeft veel aan de ploeg te danken“, weet de vrouw die verder Gretha Smit, Stefan Groothuis, Bob de Jong, Ralf van der Rijst en Remco Olde Heuvel onder haar hoede heeft. Team Telfort bestaat uit zes rijders, bijna de helft van het aantal schaatsers dat voor TVM of Postcodeloterij actief is. “Zo'n kleine ploeg kan ik net in mijn eentje behappen. Anders krijg je toch verbrokkeling. Iedere rijder heeft zijn eigenaardigheden en de sprinters lijken sowieso niet op de stayers. Die zou je eigenlijk per sponsor in aparte groepen moeten indelen, maar daar zitten de bedrijven niet op te wachten. Zo zou ik ook graag nog een keer een vrouwenploeg willen leiden, zodat ze zich op de training niet meer kunnen verschuilen achter de mannen. Daarom ben ik voorzichtig in het benaderen van Erben. Hij zal zich moeten aanpassen, maar ook niet blind en domweg meelopen. Als iemand van mijn team hem er niet bij wil hebben, gaat het feest niet door. Het moet wel een win-win-situatie zijn. Als het misgaat, sla ik mezelf achteraf voor mijn kop.“

Erben is Wennemars; de verloren zoon uit de ploeg van Jac Orie. Deze coach zegde donderdag het vertrouwen in de rijder op, waardoor de tweevoudig wereldkampioen sprint tijdelijk zonder trainer zit. Zijn oude vriend Bos zei bereid te zijn tot samenwerking, volgens Paul veelzeggend voor haar pupil. “Jan zit heel goed in zijn vel en het zegt ook iets over zijn karakter. Hij wil graag winnen in Turijn, maar het liefst in aanwezigheid van Erben. Het zal daar lastig genoeg worden, want op zijn favoriete afstanden (1.000 en 1.500 meter, red.) is de concurrentie moordend.“

Bos rijdt als herboren en zijn coach weet waarom. “Jan trainde onder de maat. Ik heb hem heel wat zweetdruppels bezorgd, zonder hem af te beulen, want dat beeld over mij klopt niet. Ik train eerder veel dan hard. Jan is een speciaal soort atleet, hij moet goed uitgerust zijn om te presteren. Met hem ben ik terug naar de basis gegaan. Hij kon nog geen twee minuten diep zitten. Lang genoeg voor een sprinter? Niet lang genoeg voor mij. Hij wordt er in de training nog steeds afgereden door de jonge gasten. Gelukkig luistert hij goed en is hij niet de moeilijke jongen die veel mensen in hem zien. Ik werd gewaarschuwd voor zijn karakter, maar vind het juist een uitdaging iedereen aan het schaatsen te krijgen. Jan reed wel mooi, maar niet hard en niet efficiënt genoeg. Ik heb me dood geërgerd aan die tv-commentatoren die hem een prachtige stilist noemen. Rot toch op! Het gaat om de tijden, niet om de schoonheid.“

Dokter Paul noemt haar medische achtergrond een voordeel als het gaat om blessures voorkomen. “Ik kan het verschil tussen belasting en belastbaarheid goed inschatten“, ontwijkt ze in eerste instantie een vraag over dopegebruik in het schaatsen. Even later: “Het zou naïef zijn om te denken dat deze sport clean is. Iemand die onregelmatig presteert, is verdacht. Er wordt veel te voorspelbaar gecontroleerd, waardoor de gebruikers hun voorzorgsmaatregelen kunnen nemen. Epo en anabolen kunnen zeker helpen. Ik weet welke hulpmiddelen er te halen zijn, maar begin er niet aan. Het is niet eerlijk en slecht voor de gezondheid. Ik heb de situatie wel eens nagebootst in zuurstoftenten - wat wel legaal is - en gemerkt dat het helpt. Wat is er verkeerd aan een lagedrukcabine? Dan zou je mensen ook moeten verbieden op grote hoogte geboren te worden. Toch ben ik er van afgestapt; de mentale en financiële nadelen waren groter dan de lichamelijke voordelen.“