Het “drillen' van de jeugd van tegenwoordig

De Nederlandse jeugd drinkt veel te veel alcohol. De werkloosheid onder allochtone jongeren is schrikbarend hoog. Burgemeester Cohen van Amsterdam luidt de alarmklok over de ontsporing van jongeren, meer precies: van Marokkaanse jongens. Nederland leek de afgelopen week een nieuwe volksvijand te hebben: de jeugd van tegenwoordig. Ja, zegt u dat wel, buurvrouw!

Direct na deze onheilstijdingen kwamen de panacees. Minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) wil de leeftijd waarop jongeren alcohol mogen kopen verhogen van zestien naar achttien jaar. De FNV wil bedrijven verplichten tot het scheppen van tienduizend leer-werkplekken. Hans de Boer van de Task Force Jeugdwerkloosheid stelt voor het werkschuw jong volk te drillen door sergeants in een kazerne.

De gesignaleerde problemen rond alcoholmisbruik, jeugdwerkloosheid en gewelddadigheid verdienen serieus te worden genomen. Maar relativering van de omvang en de aard ervan is ook op zijn plaats. Zo kan worden vastgesteld dat “volwassenen' vaak een dubbelzinnige houding hebben ten aanzien van jongeren. Het is ófwel de jeugd die de toekomst heeft ófwel de jeugd (meestal de jongens) die niet deugt, die teloorgaat of die een regelrechte bedreiging vormt voor de samenleving. Bij alle cultuurpessimistische beschouwingen dient in het achterhoofd te worden gehouden dat het met het overgrote merendeel van de jeugdige Nederlanders ondertussen goed gaat. Zij worden vanzelf ouder en nemen hun taken op in de samenleving.

Bovendien zijn twijfels aan het gehalte en de kwaliteit van de eigentijdse jongelingen van alle tijden. In 1919 was er al een Staatscommissie die zich boog over de “ontwikkeling der jeugdige personen 13-18 jaar“. En van 1952 dateert een rapport met de veelzeggende titel “Maatschappelijke verwildering der jeugd'.

De nu voorgestelde maatregelen hebben een geïmproviseerd karakter. Zeker, als jongeren van zestien jaar geen bier mogen kopen in de winkel, zal dat een drempel opwerpen. Maar wel een hele lage, die met gemak te nemen is. De maatregel om werkgevers te verplichten jongeren banen te bieden in ruil voor hun werkloosheidsuitkering oogt mogelijk als een oplossing. Maar het verplichte karakter belooft weinig goeds: zie het falen van de inmiddels ingetrokken Wet Samen, ooit bedoeld om meer allochtonen aan het werk te krijgen. Of het legendarische “Duizendbanenplan' dat uiteindelijk slechts 400 jonge Molukkers aan het werk hielp, bij de overheid.

En de suggestie van Task Force Jeugdwerkloosheid-voorzitter De Boer om drop-outs militair klaar te stomen moet mede worden uitgevoerd met medewerking van jeugdgevangenissen. Maar jongeren die niet crimineel zijn dienen ook niet als zodanig te worden behandeld.

Een deel van de problemen is onvermijdelijk. De conjunctuur is verantwoordelijk voor werkloosheid. De overheid kan slechts een bescheiden rol kan spelen bij de oplossing. Uiteindelijk is het aan burgers zelf ervoor te zorgen dat zij hun kinderen laten opgroeien tot verantwoordelijke volwassenen. Door zelf normen te stellen en zelf het goede voorbeeld te geven. En door te vertrouwen op de volgende generatie.