Het blijft angstig stil in New Orleans

Burgemeester Ray Nagin “hitste deze week de tegenstellingen in New Orleans op“. De stad kan zich, vijf maanden na de orkaan Katrina, moeilijk hervinden.

A Martin Luther King Day parade which also doubled as a protest moves through the heavily damaged lower Ninth Ward of New Orleans Monday Jan. 16, 2006. Hurricane Katrina hit the area on Aug. 29. (AP Photo/Bill Haber) Demonstranten eisen in een optocht, afgelopen maandag, ter nagedachtenis aan Martin Luther King de terugkeer van alle door “Katrina' verdreven stadgenoten. (Foto AP) Associated Press

In New Orleans wordt niet met man en macht aan de wederopbouw gewerkt. Mooie plannen had de overheid de laatste maanden volop. De federale regering stelde miljarden dollars beschikbaar. Maar bijna vijf maanden na de orkaan Katrina zijn grote delen van de stad nog steeds ontvolkt. Het stinkt er naar schimmel, het is er angstig stil, er hangt een grimmige sfeer. You loot we shoot, staat op een huis in Lancelot Drive gekalkt - wie plundert krijgt de kogel.

Dat is in het noordelijke deel van stadswijk 9, niet het beste stuk van de stad, maar zeker ook niet het slechtste. De zwarte middenklasse woonde hier. De ravage valt mee, vergeleken met andere delen van New Orleans: de meeste bungalows staan nog overeind. Maar bijna niemand is er weer ingetrokken. En er is hier bijna niemand aan het werk.

Op Crowder Boulevard is zowaar beweging. Mannen en vrouwen met monddoekjes voor rijden kruiwagens naar buiten. Stukken vloerbedekking, een vrieskist, verroeste blikjes Campbell's kippensoep. Ze zijn met zeven, vertelt Mike Haltom, ze komen uit Chicago. De kerk vroeg ze een week te komen helpen. Natuurlijk, zeiden ze, graag.

“Maar kijk hier de straat eens uit“, zegt Haltom. Leegstand zover het oog reikt. Er zijn duizenden, neen, tienduizenden vrijwilligers nodig om dit op orde te krijgen, zegt hij. “Deze stad heeft geen geld nodig. Deze stad heeft handen nodig.“

Het is lang niet het enige probleem van New Orleans. Maandag bleek weer hoe broos de raciale verhoudingen zijn. Vorige week waren bewoners van het slechtste deel van stadswijk 9 (de zogenoemde Lower Ninth Ward) te hoop gelopen tegen reconstructieplannen van burgemeester Ray Nagin. De daarin ontvouwde eisen maken het (zwarte) inwoners van de armste wijken moeilijk terug te keren. Het voedde speculaties dat de overheid een deel van de zwarte bevolking wil lozen; vóór Katrina was bijna zeventig procent van de stad zwart.

De mediagenieke Nagin pareerde maandag - op een herdenking van Martin Luther King - de kritiek door New Orleans een “chocolate“ toekomst te voorspellen. Een verwijzing naar een popliedje uit 1975, waarin het bandje Parliament de blanke vlucht uit de grote steden toejuichte omdat zo chocolate cities ontstonden.

Officieel New Orleans viel over de burgemeester heen. Vooral blanken namen aanstoot aan zijn opmerkingen. Politici waarschuwden hem voor de laatste maal; Nagin blunderde rond Katrina al vaker. De directeur van het toerismebureau, die moeite heeft toeristen naar het gedeeltelijk herstelde French Quarter te lokken, noemde Nagin een stommeling. Diverse restauranthouders, die ondanks grote verliezen (weinig klanten) hun zaak openhielden dankzij een enorme inzet (geen personeel), verklaarden alsnog te zullen vertrekken.

Nagin maakte het erger door een interview met CNN wegens “urgente werkzaamheden“ op een laat moment af te zeggen. CNN zocht uit wat die urgente werkzaamheden waren: een etentje in Bourbon Street. De lokale krant Times-Picayune stelde vast dat de burgemeester “de spanningen tussen buren liet oplaaien en in de rest van het land de vraag opwierp of wij in staat zijn deze stad met zijn allen weer op te bouwen“. Nagin maakte daarna met dikke ogen en een pafferig gezicht op televisie zijn excuses. Medewerkers wilden daarna niets meer kwijt. Off the record zeiden ze dat de fout mede door slaapgebrek was ontstaan.

Fout? In de zwarte wijken wilde men daar de afgelopen dagen niets van weten. Vooral in de woestenij van de Lower Ninth Ward, waar nog altijd geen stroom is, en waar nagenoeg niets aan wederopbouw wordt gedaan, was het aanzien van Nagin sterk gestegen. Lionel Smith (46) vertelde dat hij had “genoten van de burgemeester“. Met een paar makkers had Smith, een rijschoolhouder die zijn bedrijf aan het water verloor, zoëven met een voedselbon een portie kip en vette friet gehaald. Bij een camper van de episcopale kerk, waar gratis frisdrank wordt verstrekt, aten ze het met hun handen op. “Eindelijk heeft Nagin de waarheid gezegd tegen de blanke overheersers“, zei Smith. “Laat ze maar vertrekken. Alsjeblieft. Allemaal.“

Het is een opvatting die in deze wijken massaal bestaat, vertelt deken Quin Bates van de episcopale kerk, die vanuit de camper geestelijke bijstand verleent. Na de orkaan voelden zwarten zich genegeerd, en nu ze, vaak met moeite, zijn teruggekeerd krijgen ze te horen dat er geen plaats voor ze is. Ze leven tussen verslagenheid en agressiviteit. “De opmerking van Nagin hitste de tegenstellingen op. Daarom was het zo dom.“

Maar de opmerking gaf ook hoop. Verderop staat Steve Duminy (54) - trainingspak, schoenen met flikkerlichtjes - bij zijn huis in de Lower Ninth Ward. Het is als een van de weinigen niet ingestort. Duminy vertelt dat hij een maand na de orkaan van zijn baas, de gemeente, te horen kreeg dat hij weer aan de slag moest. Hij vertrok spoorslags uit Dallas, om twee dagen later te horen dat hij was ontslagen: de stad was failliet.

Hij vestigde zich definitief in Dallas. Maar deze week moest hij even terug, hij vond de sfeer in de stad héérlijk, en toen hij hoorde van Nagins toespraak besloot hij zijn huis opnieuw te bekijken. Had hij nog een kansje op een terugkeer? Hij opende de deur. Schimmelculturen. Roest. Een ravage. Hij draaide zich om, stapte naar buiten, trok zijn pet voor de ogen. “Vind je het goed als ik even alleen ga kijken?“