Geen bollen maar nollen

Bollenvelden worden weer natuur in Noord-Holland, nadat zwaarbemeste grond is afgegraven. Marion de Boo

Bloembollen in de Kop van Noord-Holland Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 020507 Boyer, Maurice

Aan de voet van de Noordduinen bij Den Helder hebben bollenboeren plaats gemaakt voor tureluurs en rugstreeppadden. In polder “Het Koegras' is 53 hectare peperdure bollengrond aangekocht en ingericht als nieuw natuurgebied. Het contrast met de vlakke, strakke bollenvelden van de buren is spectaculair.

Om de natuur op gang te helpen is de voedselrijke, jarenlang bemeste toplaag een halve meter afgegraven. Zo'n 225.000 kubieke meter grond is verkocht. Nog eens 45.000 m3 schoon zand uit de diepere ondergrond is binnen het terrein verwerkt. Zo zijn er ondiepe duinmeertjes, een brede sloot en een duinbeek uitgegraven en met het vrijkomende zand zijn eilanden en lage duintjes (“nollen') opgeworpen. Nu zitten er scholeksters op één poot op een vogeleilandje te slapen, terwijl de laagstaande winterzon in het water glinstert. Ook allerlei andere steltlopers waren er als de kippen bij. Toen we hier nog volop aan het werk waren kwamen er al kanoetstrandlopers, steenlopers en tureluurs op af“, vertelt beheerder Do van Dijck van Landschap Noord-Holland. Soppend door het nieuwe natuurgebied wijst hij op de vele afdrukken van kleine hazen- en konijnenpootjes in het natte zand. Bij Huisduinen zitten nog veel konijnen, virusziekten hebben hier nog nauwelijks toegeslagen. En die sporen die zo recht achter elkaar lopen zijn van de vos. Met zoveel vossen zullen de broedresultaten van de vogels tegenvallen. Daarom richten we ons beheer vooral op een interessante plantengroei.“

Aan de voet van de duinen komt veel kwelwater omhoog, waar allerlei bijzondere planten erg van houden. Begin twintigste eeuw kwamen plantjes als Harlekijnorchis en Parnassia hier nog algemeen in de weiden en langs sloten voor. Nu wordt gewerkt aan de terugkeer van zo'n nat, kleurig kwelgrasland vol orchideeën. Het kale zand is afgedekt met “natuurhooi' uit het Zwanenwater, zo'n 20 kilometer zuidelijker. Dat hooi zit vol bloemenzaden, zodat allerlei planten het kale zand sneller kunnen koloniseren. Je ziet al een groene waas. Het hooi zorgt ook dat het zand niet teveel gaat stuiven, want dat zou hinderlijk zijn voor aangrenzende bollentelers en doorgaand verkeer.

Het kwelwater verzamelt zich in de brede slenk die aan de voet van de duinen is gegraven. Dat water stroomt dan via een slenkensysteem dwars door het natuurgebied naar de grote waterpartij“, wijst Van Dijck. We willen dat kostbare kwelwater zo lang mogelijk in het terrein vasthouden, zodat de planten ervan kunnen profiteren. Alleen als het echt te nat wordt gebruiken we de overstort naar de boezem. En als het al te droog wordt, laten we schoon water in vanuit Mariëndal, het aangrenzende natuur- en recreatiegebied. We gaan de waterstanden elke veertien dagen meten.“

Nu is het hier kletsnat, her en daar staan plassen water en de duinmeertjes staan vol. Voor die meertjes is het zand afgegraven tot 20 à 30 centimeter boven de onderliggende kleilaag, die hier ooit door de zee is afgezet. Die kleilaag moest intact blijven als waterdichte bodem. Bovendien moest hij onberoerd blijven om het heldere water niet te vertroebelen. Van Dijck: De kraanmachinist klaarde dat met veel kunst- en vliegwerk. Die kleilaag zit gemiddeld 1,25 meter onder het afgegraven maaiveld, maar soms tref je hem ineens een stuk hoger. Het is een grillige laag vol hobbels en bobbels, ontstaan door aanslibbing en getijdenwerking.“

Dit landschap heeft een bewogen geschiedenis. De duinen zijn hier slechts 400 meter breed en niet erg oud. Tot in de Middeleeuwen lag hier een uitgestrekt veengebied achter een reeks lage strandwallen. Toen de zeespiegel steeg werd het veen steeds vaker overstroomd en de zee zette kleilagen af. Bewoning werd steeds moeilijker. Door stormvloeden eind twaalfde eeuw ontstond een waddenlandschap met geulen en wadplaten, zoals je dat nu nog voor de Deense kust aantreft. Eb en vloed hadden er vrij spel. De bewoners van Huisduinen konden hier vissen. Het beeld dat in het inrichtingsplan wordt geschetst doet denken aan het waddenlandschap van rond 1600, alleen is het water nu niet zout, maar zoet.

terpen

Op den duur verlandde dat waddenlandschap. De hoogste gronden raakten weer bewoond, eerst alleen in de zomer en pas later permanent. De zee kwam hier steeds minder vaak. Strandzand woei het gebied in. Er ontstonden lage duintjes. De eerste boeren woonden op terpen, omringd door hun grazende schapen. In 1610 werd tussen Huisduinen en Callantsoog de grote Zanddijk aangelegd. Het zand voor de dijk werd uit de zandplaat aan de binnenkant van de dijk gehaald. Door het afgraven ontstond een laaggelegen, brede, natte strook, een “haye', waar koeien graasden. Op topografische kaarten in de negentiende eeuw was die “haye' nog zichtbaar, er is nu een nieuwe “haye' langs de duinrand gegraven bij de inrichting van het natuurgebied.

Iets verder achter de duinen was het landschap eeuwenlang nog behoorlijk drassig en - schreef een tijdgenoot - “moesten “d mense deesen met wasboorden aan de voeten begaan'. Aangelegde dijkjes bezweken steeds opnieuw. Pas in de negentiende eeuw werd polder “Het Koegras' definitief drooggelegd. De duintjes werden weggegraven, er kwam een verkaveling met sloten. Het gebied werd steeds beter ontwaterd. Tot in de jaren zeventig bestond polder “Het Koegras' vooral uit weiland, daarna kwam de bollenteelt. En nu maken de bollen weer plaats voor nollen. Jammer genoeg waren de prijzen voor bollengrond nu net op een hoogtepunt“, vertelt Do van Dijck. Om deze bollenboeren uit te kopen is zo'n 150.000 euro per hectare neergeteld. Sindsdien is de bollenmarkt ingestort, nu hoor je weer prijzen van 60.000 euro per hectare.“

Vanaf februari zullen er in het gebied het hele jaar Schotse Hooglanders grazen. Landschap Noord-Holland gaat die leasen van een speciaal bedrijf. Dan heb je er altijd precies genoeg“, zegt Do van Dijck. De koeien zullen het gebied lekker kaal grazen, met hier en daar een laag kruipwilgbosje. Die koeien maken hun eigen paadjes door het terrein en daar lopen straks de bezoekers overheen.“ In het middendeel van het natuurgebied mag iedereen vrij rondstruinen en door de plassen stampen. Alleen honden mogen er niet in - tot frustratie van sommige omwonenden. Er komt ook een fietsroute, die aansluit op paden in de duinen.

Over de begrazing is veel discussie geweest. Van Dijck: Als je op voormalige landbouwgronden ineens stopt met bemesten en bekalken en bovendien ingrijpt in de waterhuishouding, dan loop je het risico dat je hele terrein volgroeit met de pitrus. En als die er eenmaal staat krijg je hem nauwelijks meer weg. Grazende koeien kunnen dat verergeren. Dat moet je dus voorkomen. Maar omdat we veel hebben afgegraven zal het hopelijk meevallen. We beginnen meteen met het monitoren van de vegetatie. Hoe het exact gaat worden weet je natuurlijk niet. Dat maakt het spannend.“

    • Marion de Boo