Gaat er al een lampje branden?

Komende maandag gaat het echt beginnen. Dan wordt het jaarcijferseizoen traditioneel geopend door de techneuten van Philips. Natuurlijk, voormalig Philips-dochter ASML kwam deze week als eerste met zijn jaarcijfers, maar gevoelsmatig blijft dat toch een voorprogramma.

Bij Philips zal ongetwijfeld de “conglomeraatkorting' aan de orde komen. Het thema is zo oud als de weg naar Eindhoven: de activiteiten van Philips lopen zo uiteen dat ze elkaar niet zouden versterken, maar verzwakken. Ofwel, de som der delen is meer waard dan Philips in zijn geheel.

Het gaat niet om vrijblijvende rekenexercities, zie VNU deze week. Een consortium van investeerders overweegt een bod van 7 miljard. Bij Philips zal je op zijn minst 30 à 40 miljard extra mee moeten nemen. De vraag is hoeveel maatschappijen daar voor nodig zijn. Bij VNU werken 7 investeerders samen. Zijn er voor Philips 30 partijen extra nodig?

Nee, hoor. Eind vorig jaar kondigden 5 investeringsmaatschappijen een overname van het Deense telefoonbedrijf TDC aan voor omgerekend 13 miljard euro. De bedragen groeien snel. Vorig jaar pleegden investeerders voor 100 miljard euro overnames in Europa, ruim eenderde meer dan het jaar ervoor. Het Brits-Amerikaanse Blackstone (ook betrokken bij VNU) collecteert op dit moment voor een nieuw investeringsfonds bij zijn vaste donateurs, de verzekeraars en pensioenfondsen. Met een omvang van ruim 10 miljard euro zal een nieuw record worden gezet. Daar kan Blackstone snel het vijfvoudige van bijlenen.

Dat brengt Philips ruimschoots binnen handbereik, maar investeerders moeten risico's spreiden. Zie een deal als een groot bouwproject. Alleen de hoofdaannemers zijn in beeld, maar een groot deel van het werk stoten zij meteen door naar collega's. Die zijn bij een andere klus weer zelf de hoofdaannemer en besteden een deel uit aan de hun bekende collega's.

Philips liep in de jaren negentig een bankentrauma op en is mede daardoor nu schuldenvrij. Maar hoe lang nog? De druk op Philips om meer te lenen zal de komende tijd sterk toenemen. Obligatiehouders draaien er voor op met hogere faillissementsrisico's en lagere koersen.

Voormalig Akzo-topman Kees van Lede waarschuwde deze week dat investeringsmaatschappijen een bedreiging vormen voor de zeggenschap van bestuurders. In zekere zin waarschuwde hij voor zichzelf, want Van Lede werd in 2003 adviseur van het Amerikaanse Carlyle, een van de grootste investeerders ter wereld. Toen zei hij “grote mogelijkheden“ te zien voor investeringsmaatschappijen in Nederland. Van Lede is ook commissaris bij Philips.

Jeroen WesterJeroen Wester

    • Jeroen Wester