Een schoolbord en wat krijt

In India gaan steeds meer kinderen naar school. Maar de kwaliteit van het onderwijs laat te wensen over. Cijfers zeggen lang niet alles.

Jos Mooij.

Na een uur op de motorfiets staan we bij het water. Hier gaat de Godavari rivier in Andhra Pradesh, Zuid-India, langzaam over in de zee. Het water is zout, en stijgt en daalt in deze mangrove met de getijden van de zee. Mijn Indiase onderzoeksmedewerker en ik zijn op zoek naar een van de meest afgelegen scholen. Sinds een jaar doen we intensief onderzoek naar basisonderwijs in deze deelstaat.

Eenmaal bij het water moeten we verder met een roeibootje. Bij het vertrek trekken we aardig wat aandacht, vooral van kinderen. Het is meteen duidelijk: in deze uithoek gaan lang niet alle kinderen naar school. Een aantal zijn met vissersnetten op weg naar hun werkplek. Na een boottochtje van 40 minuten bereiken we onze bestemming, het gehucht Neelarvu. We lopen nog 10 minuten naar de school en dan wordt helaas onze vrees bevestigd.

Het schoolgebouw is nog maar half af; de bouwactiviteiten zijn gestaakt toen de tweede termijn van het geld niet kwam. Het onderwijs vindt plaats in de cyclone shelter. Geen slecht gebouw, maar het is kaal. Er hangen geen platen of tekeningen aan de muur. Het onderwijsmateriaal bestaat uit een schoolbord en wat krijt. De kinderen zitten op planken op de grond. Op het moment van ons onaangekondigde bezoek is de enige onderwijzer die hier hoort te zijn er niet. Officieel zijn 144 kinderen tussen de 6 en 10 jaar ingeschreven, maar er zijn slechts 50 kinderen aanwezig, plus twee vrijwilligers, die hier voor 1000 roepies per maand (ongeveer 20 euro) het onderwijs verzorgen.

millenniumdoelen

Toch is er geen twijfel dat het in sommige opzichten goed gaat met het onderwijs in India. Het percentage analfabeten is tussen 1991 and 2001 gezakt van 48 naar 35 procent. Een grondswetswijziging heeft onderwijs voor kinderen van 6 tot 14 jaar tot een fundamenteel recht gemaakt. In de afgelopen jaren zijn er verschillende onderwijsprogramma's gestart, die tot doel hebben de toegang tot onderwijs te verbeteren, en met name ook meisjes naar school te krijgen. De belangrijkste daarvan, SSA (Sarva Siksha Abhiyan: onderwijs voor iedereen), wordt in het kader van de zogenoemde Millenniumdoelstellingen mede gefinancierd door de Europese Unie, de Wereldbank en het Britse Department for International Development. Voor 2015 moeten alle kinderen over de hele wereld de mogelijkheid hebben volledig basisonderwijs af te ronden; voor 2005 moeten gelijke kansen gerealiseerd zijn voor jongens en meisjes in het basis en voortgezet onderwijs.

Het belangrijkste van SSA is de campagne om kinderen de school in te krijgen. Onderwijzers en anderen worden ingezet om ouders te overtuigen hun kinderen naar school te sturen en speciale voorzieningen zijn getroffen om oudere kinderen te laten instromen in het onderwijs. Een groot aantal nieuwe scholen is gebouwd.

In de private sector is onderwijs zelfs “booming business'. In de grote steden komen zogenoemde “corporate schools' op: scholen voor de buitenland-georiënteerde elite. Voor de iets minder rijken zijn er andere privé-scholen, die soms met, meestal zonder overheidsgelden gerund worden. Bijna al deze privé-scholen geven les in het Engels, terwijl overheidsscholen les geven in de lokale taal.

tweedeling

Er gebeurt dus veel. Maar tegelijkertijd is er sprake van een tweedeling in het onderwijs. Het lijkt erop alsof de rijkere en redelijk opgeleide middenklasse haar kinderen van de overheidsscholen af heeft gehaald op het moment dat universeel onderwijs in India in zicht kwam. In de welvarende dorpen in het oostelijke Godavaridistrict gaat bijna geen kind uit de rijkere families in het dorp zelf naar school. Deze kinderen gaan naar kostscholen elders, logeren bij familieleden in iets grotere steden, of forenzen dagelijks op en neer per bus of autoriksja.

In armere gebieden is dezelfde trend te zien, met als enig verschil dat er (nog) minder privé-scholen zijn, en een hoger percentage arme en ongeletterde ouders. Maar ook hier worden de overheidsscholen bevolkt door “eerste-generatie scholieren'. Velen van hen zijn Dalits, oftewel kastelozen.

De tweedeling heeft negatieve gevolgen voor de relaties op de overheidsscholen. Een Indiase collega van mij vertelde dat hij zelf als zoon van een ambtenaar in de klas zat met het kind van de onderwijzer. Tegenwoordig is het anders. Ik moet de eerste onderwijzer op een overheidsschool in India nog tegen komen die zijn eigen kinderen op dezelfde school wil hebben. Dit zorgt voor een kwalijke dynamiek op de scholen. Onderwijzers zien de kinderen in hun klas als fundamenteel anders dan hun eigen kinderen. Ze benadrukken vooral de problemen van eerste-generatie scholieren, en accepteren gemakkelijk dat deze kinderen weinig leren.

In veel gebieden zijn bovendien onvoldoende onderwijzers. Officieel zou er op 40 kinderen een onderwijzer moeten zijn, maar vaak is het 1 op 70, of meer. In plaats van onderwijzers worden vrijwilligers gerekruteerd: meestal werkloze jongeren die 10 of 12 jaar op school hebben gezeten, en een korte training van 10 dagen hebben gekregen.

De tweedeling is een belemmering voor vergroting van het sociale draagvlak voor betere overheidsscholen. Degenen die beslissen over de toewijzing van middelen, en degenen die belasting betalen waarmee universeel basisonderwijs betaald moet worden, hebben geen direct eigen belang; hun kinderen maken immers geen gebruik van deze faciliteiten.

kindvriendelijk

De arme kinderen op het platteland blijven voorlopig aangewezen op de overheidsscholen. Het programma SSA traint onderwijzers om het onderwijs op deze scholen kindvriendelijker en meer activiteitsgericht te maken. Elke onderwijzer krijgt bovendien 500 roepies (ongeveer 10 euro) per jaar om onderwijsmateriaal aan te schaffen. Er worden televisies, radio's en cassetterecorders verstrekt om te kunnen luisteren naar bandjes of speciale programma's. Helaas hebben veel scholen geen stroom en dus blijven die spullen in de doos zitten. In een van de scholen die wij bezochten had een plaatselijk machtige landeigenaar “vanwege inbraakgevoeligheid van de school' de televisie opgeëist.

Ook maken onderwijzers nauwelijks gebruik van de programma's voor kwaliteitsverbetering. De kindgerichte onderwijsmethoden kosten in hun ogen alleen maar extra tijd. Het afmaken van de syllabus blijft het belangrijkste. Kinderen die langzaam leren worden apart gezet, soms zelfs buiten de klas. Geen wonder dat een aantal na vijf jaar basisonderwijs nog niet behoorlijk kan lezen.

In hoeverre helpen de Millenniumdoelstellingen en internationale hulp? Ondanks het extra geld voor trainingen hebben de Millenniumdoelstellingen en de nieuwe onderwijsprogramma's ook bijgedragen het gebrek aan kwaliteit te legitimeren. Onderwijs is verengd tot alfabetisering, en het inzetten van nauwelijks getrainde slecht betaalde vrijwilligers wordt soms zelfs voorgesteld als “innovatie'. Daarnaast zijn de Millenniumdoelstellingen gepaard gegaan met het formuleren van heel concrete “targets'. De manier waarop die uitwerken is soms weinig hoopgevend. Een doel als “er mag geen enkel kind zijn dat niet naar school gaat' moet hoe dan ook gehaald worden, en dit leidt bijna vanzelf tot onderrapportage. Onbetrouwbare statistieken dus. De SSA-ambtenaar in oostelijk Godavari in Andhra Pradesh wist mij te vertellen dat er tien keer zoveel kinderen niet naar school gaan als in de statistieken staat vermeld.

afhankelijkheid

Een andere moeilijkheid betreft de financiële afhankelijkheid van India van internationaal geld voor onderwijs. Terwijl het land trots hulpgelden weigerde na de Tsunami, is het basisonderwijs in toenemende mate afhankelijk van buitenlandse hulp. Volgens HAQ, het Centre for Child Rights, een niet gouvernementele organisatie in Delhi, zou het beter zijn deze afhankelijkheid te verkleinen en meer aandacht te geven aan het vergroten van het draagvlak in India.

Een van de vrijwilligers in de school in Neelarvu, een vrouw van midden twintig, heeft een dochter van zes die elders bij haar grootouders woont om naar een privé-school te kunnen gaan. Tijdens ons bezoek hadden de twee vrijwilligers al drie maanden geen salaris gekregen. De zomervakantie zou zo beginnen. Dan stopt hun werkovereenkomst, maar ze hopen dat ze na de zomer mogen terugkomen. Vrijwilligers krijgen niet de 500 roepies voor onderwijsmateriaal; daarom hebben ze zelf geld gegeven om een schoolbord te verven op de muren van de cyclone shelter.

De conclusie is dat er meer aandacht zou moeten komen voor de kwaliteit van het onderwijs. Onderwijs voor iedereen is belangrijk, maar het moet wel goed onderwijs zijn: leuk voor kinderen, dat hun kijk op de wereld verrijkt. De targets van de internationale doelstellingen gaan te veel over toegang tot onderwijs en te weinig over de onderwijsverbetering.

De auteur is als universitair docent verbonden aan het Institute of Social Studies in Den Haag.

    • Jos Mooij