Duitse ministers steunen looneisen van IG Metall

Als de doorsnee Duitser een loonsverhoging krijgt van 100 euro dan kost dat de werkgever 121 euro. Daarvan komt slecht 30 euro direct ten goede aan de binnenlandse economie. Het Duitse opinieweekblad Die Zeit breng deze berekening in het geweer ter ondersteuning van de stelling dat een loonsverhoging van 5 procent te veel van het goede is. De berekening is afkomstig van het Institut der deutschen Wirtschaft en steunt op gegevens van het ministerie van Economische Zaken. Het blad keert zich daarmee tegen het beleid van de grootste Duitse vakbond IG Metall. Het openingsbod van IG Metall is belangrijk omdat het traditioneel de toon zet voor de andere bonden.

Barron's

“Met loonstijgingen kun je geen opleving creëren, maar wel ondersteunen“, meent Gustav Horn. Het blad voert hem ten tonele omdat hij bekendstaat als een econoom die de vakbonden welgezind is, maar het toch niet eens is met het voornemen van IG Metall om 5 procent loonsverhoging te bedingen. Compensatie voor de geldontwaarding, oké. Meegroeien met de stijging van de productiviteit, akkoord. Maar dat betekent dat de lonen echt niet meer kunnen stijgen dan 3,5 procent.

Daar komt bij, meent het blad, dat de verschillen steeds groter worden tussen de ondernemingen waar IG Metall is vertegenwoordigd. Daar is bijvoorbeeld het kerngezonde BMW dat alle loonsverhogingen vlot doorvoert en waar de winstdeling de laatste vijf jaar gestegen is van een maandloon tot anderhalf maandloon. Maar daar is ook concurrent DaimlerChrysler waar de werknemers loon opofferden in ruil voor bescherming tegen ontslag tot 2010 en al lang niet meer praten over winstdeling of andere emolumenten.

Maar hoe het ook zij, ook 3,5 procent loonsverhoging is volgens veel deskundigen nog te veel, omdat de economische opleving niet echt wil doorzetten. De Duitse economie zou daarom slechts een loonsverhoging kunnen verdragen van hoogstens 2 procent. Meer dan dat zou het bedrijfsleven de lust ontnemen om te investeren, meent het blad.

Daar is in de VS geen sprake van. Het Amerikaanse beursweekblad Barron's schrijft dat de 500 grootste beursgenoteerde ondernemingen in het derde kwartaal vorig jaar 24 procent meer uitgaven aan investeringen. Het blad verwacht dat die uitgavenstroom voorlopig wel op peil zal blijven. Dat is te danken aan de sterke groei van de winst, met dubbele cijfers. Als dat zo blijft, dan zal deze periode van winstgroei met dubbele cijfers de langste zijn sinds 1950.

Het probleem is echter, schrijft het blad, dat het groeitempo vertraagt. Zo verwacht de investeringsbank Merrill Lynch dat het groeitempo van de winst dit jaar zal dalen van 13 tot 7 procent. Zoals gewoonlijk is de Amerikaanse consument de beslissende factor. En die zal het moeilijker krijgen dan de optimisten verwachten, meent de investeringsbank JP Morgan. Immers, de rente stijgt, de energierekening loopt op en de markt voor huizen en auto's zakt in.

Maar wat er ook verandert in de Amerikaanse economie, er is één constante factor. Die is dat “de beloning van topmanagers, toch al van Godzilla-formaat, blijft stijgen, ook al heeft dat weinig te maken met de prestatie van de onderneming“, schrijft het Britse weekblad The Economist. Publicatieplicht voor de beloning van de top is lang niet altijd nuttig, meent Christopher Cox, voorzitter van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC), toezichthouder van de Amerikaanse beurzen: “Publicatie verdoezelt soms meer dan ze toelicht.“ Dat gaat zover dat de SEC nu eist dat de publicatie van de salarisgegevens gesteld moet zijn “in simpel Engels“. Verdoezelen gebeurt op verschillende manieren. Vooral de pensioenregelingen worden volgens het blad massaal gebruikt om delen van de beloning die niet zijn gerelateerd aan de prestatie van de onderneming buiten het gezichtsveld te houden. Verder bestaat er volgens onderzoek van David Yermack van de New York University Stern School of Business een duidelijk positief verband tussen het gebruik van privé-jets en het bezoek aan prestigieuze golfclubs als de Augusta Club in Georgia. Yermack concludeerde ook dat er een negatief verband bestaat tussen het privé-gebruik van jets en de prestatie op de beurs.

Nogal schokkend, vindt het blad, als je dat allemaal bij elkaar optelt en publiceert. Maar dat wil niet zeggen dat de betaling daardoor daalt. Integendeel. Het zou ook de criteria kunnen leveren voor snellere verhoging van de beloning.

Loonsverhoging voor iedereen is veel moeilijker, weten ze in Duitsland, ook al hebben de vakbonden, te beginnen met IG Metall, een stevige politieke wind in de rug. Zo herinnert het Duitse weekblad Wirtschaftswoche eraan dat “uitgerekend de CSU-minister van Economische Zaken, Michael Glos, kort na de kerstdagen zei te hopen op krachtige loonsverhoging die de consumptie stimuleert“. Hij kreeg bijval, zo verbaast het blad zich, van de CDU-minister-president van NoordRijn-WestFalen, Jürgen Rüttgers. Deze kwalificeerde het idee dat de Duitse lonen te hoog zijn als “een levensleugen“. Het blad, doorgaans de tegenhanger van het opinieweekblad Die Zeit, is het dit maal roerend eens met de stelling van Die Zeit dat hogere lonen geen recept zijn voor economische opleving. Het blad gebruikt daarvoor eveneens de berekening van het Institut der deutschen Wirtschaft.

Herman Frijlink

    • Herman Frijlink