Doe-het-zelf rekenen

Studenten op de pabo kunnen niet meer rekenen. Dus, zo was de algemene reactie, mogen ze alleen worden toegelaten met wiskunde in hun pakket. Vervolgens kwamen de deskundigen aan het woord. Die waren unaniem in hun afwijzing van de verplichte wiskunde omdat die weinig met rekenvaardigheden van doen heeft.

De eis die steeds weer wordt gesteld, dat ze wiskunde moeten hebben, slaat nergens op, aldus een van de reacties die ik ontving. Een andere mailer: Als nu “de hele Tweede Kamer' en vele andere “deskundigen' zoals Doekle Terpstra vinden dat je zonder wiskunde niet naar de pabo kan, dan vraag je je af hoeveel van die lieden eigenlijk wel weten waar ze het over hebben. Kortom, alle reacties ademden dezelfde sfeer als die van Theo Hoogbergen in een bijdrage op de opiniepagina van deze krant: verplichte wiskunde is nergens voor nodig, zorg er voor dat de studenten op de pabo weer serieus les krijgen van iemand die het rekenvak verstaat. Want daar ontbreekt het aan, zo wisten velen mij te melden. Daarmee blijkt de werkelijkheid maar weer eens alle verbeelding te overtreffen. Er wordt geklaagd dat beginnende leraren iets niet kunnen, wat natuurlijk geen wonder is, want, schrik niet, het wordt ook niet onderwezen.

Zo kreeg ik te horen dat pabo-studenten een boekwerk mee naar huis krijgen dat ze geheel zelfstandig moeten doorworstelen. Een doe-het-zelf cursus rekenen. Ongetwijfeld gepresenteerd als een vorm van Nieuw Leren of de verantwoordelijkheid leggen bij de deelnemer. Terwijl goed rekenonderwijs onder leiding van een inspirerende docent heel leerzaam en zelfs uitermate boeiend kan zijn, zo weten ervaringsdeskundigen mij te melden.

Hetzelfde geldt trouwens, en daarbij put ik uit mijn eigen ervaring, voor onderwijs in grammatica, ook al zo'n onderwerp dat een stiefmoederlijke behandeling ondergaat. Verder kreeg ik verschillende reacties op mijn voorstel om weer te differentiëren in onderwijsbevoegdheden voor het basisonderwijs. Vroeger had je als speciale categorie de kleuterleidsters. Die moesten ineens leraar worden, vanwege de samenvoeging van kleuter- en lagere school tot één school voor basisonderwijs. Daarbij paste volgens het organisatorische plaatje dus ook één leraar.

Een tijdje geleden las ik dat toenmalig minister Deetman daar nog steeds met trots op terug kijkt. De betrokkenen zelf lijken daar anders over te denken. Zij bepleiten de herinvoering van een aparte bevoegdheid voor de laagste klassen van het basisonderwijs. Verder stelde ik voor een carrièrelijn te ontwikkelen, van leraar onderbouw naar bovenbouw met de mogelijkheid om vervolgens desgewenst door te groeien naar het vmbo. Het voordeel daarvan is dat de mensen die in het onderwijs gaan werken, de mogelijkheid wordt geboden om, via aanvullende scholing, door te groeien naar hogere en uiteraard ook beter betaalde functies. Nu worden leraren die hogerop willen gedwongen hun toekomst te zoeken in het management. Dat leidt niet alleen tot veel overbodig gemanage, maar onttrekt ook veel goede, ambitieuze leraren aan het onderwijs zelf.

Iemand spreekt de vrees uit dat de mogelijkheid om door te stromen naar het voortgezet onderwijs zal leiden tot een lerarentekort in het basisonderwijs. Ik denk daarentegen dat met die doorgroeimogelijkheden het beroep van leraar juist aantrekkelijker wordt gemaakt. Het beroepsperspectief van doorgroeien naar het vmbo is overigens een reële mogelijkheid: juist in die sector zal het lerarentekort de komende jaren dramatisch toenemen.

lgm.prick@worldonline.nl