Arabieren ongemakkelijk tussen Iran en de VS

Veel Arabische landen zijn een beetje bang voor de islamitische republiek Iran. Maar dat betekent niet dat ze zonder meer de westerse campagne tegen het Iraanse nucleaire programma steunen.

De Egyptische leiders hebben deze week veel buitenlands bezoek gekregen: de Amerikaanse vice-president, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken en ook een Iraanse vice-president. Bovenaan de agenda stond elke keer de oplopende crisis rond het omstreden nucleaire programma van Iran. Egypte is een van de 35 leden van de bestuursraad van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) die als het aan de Verenigde Staten en Europa ligt over twee weken in Wenen de zaak-Iran naar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties doorverwijst. Het Westen wil in Wenen een zo groot mogelijke meerderheid achter zich verzamelen. Inclusief Egypte en de vier andere Arabische landen in de IAEA-raad, Libië, Syrië, Algerije en Jemen.

De relatie tussen Iran en Egypte is al vele jaren op haar best moeizaam: Perzisch tegenover Arabisch, shi'itisch-islamitisch tegenover sunnitisch, fundamentalistisch tegenover min of meer seculier en daarbovenop specifieke irritaties als de Iraanse heldenverering voor Khaled Islambouli, de moordenaar van president Anwar Sadat. De inspanningen van de toenmalige hervormingsgezinde president Khatami in 2004 de diplomatieke relaties te herstellen, liepen uiteindelijk op niets uit. De gemeenteraad van Teheran ging akkoord met hernaming van Islamboulistraat in Intifadahstraat, maar het nieuwe naambord hangt er nog steeds niet.

Een kernmacht Iran is voor de Arabieren een nachtmerrie. Maar daartegenover staat de anti-Amerikaanse stemming in het Midden-Oosten. Volgens een vorige maand gepubliceerd opinieonderzoek door het Arab American Institute van James Zogby is die stemming in alle onderzochte landen - Egypte, Saoedi-Arabië, Libanon, Marokko, Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten - het afgelopen half jaar nog verbetener geworden. De oorlog in Irak en de Amerikaanse behandeling van Arabieren en moslims zijn de belangrijkste factoren. Van de Egyptenaren staat nu 85 procent negatief tegenover de VS. In die atmosfeer hoedt president Mubarak zich er wel voor een door Amerika aangedreven campagne tegen een ander islamitisch land te omarmen. A l is het Iran.

Een nog belangrijker probleem zijn de kernwapens van Israël, nooit met zoveel woorden erkend maar algemeen aangenomen. Israël is geen taboe meer in de Arabische wereld, maar nergens een vriend.

De Amerikaanse vice-president Dick Cheney kreeg dinsdag van president Hosni Mubarak te horen dat Egypte de zaak nog wil aankijken. “We doen een beroep op Iran meer flexibiliteit en medewerking te laten zien en we roepen op tot voortzetting van de dialoog met Iran“, zei een woordvoerder van Mubarak. “Een kernwapenwedloop is wel het laatste dat we in het Midden-Oosten nodig hebben“, zei hij. “Maar we kunnen de Egyptische publieke opinie en die van de Arabische wereld niet negeren die niets zien in al die ophef over het Iraanse nucleaire programma terwijl het Israëlische nucleaire programma en arsenaal worden genegeerd.“

Wat voor Egypte geldt, is voor veel Arabische landen van toepassing.

Iran wordt in de Arabische wereld gezien als arrogant en gevaarlijk, een land immers dat zich openlijk boven de Arabieren verheven voelt en absoluut geen geheim maakt van zijn streven naar regionale hegemonie.

De Verenigde Arabische Emiraten wijzen op regelrechte Iraanse expansiedrang - de bezetting van enkele strategisch gelegen eilandjes aan de toegang tot de Golf.

Sunnitische regimes met een shi'itische minderheid (Saoedi-Arabië, Qatar) of zelfs meerderheid (Bahrein) vrezen Iraanse opruiing.

Seculiere regeringen (Egypte, Algerije) zijn bang voor Iraanse samenzweringen met fundamentalistische oppositiebewegingen.

Ten slotte maken alle sunnitische leiders zich zorgen over de opkomst van een fundamentalistisch-shi'itisch machtsblok in het Midden-Oosten onder aanvoering van Iran sinds de shi'itische meerderheid in Irak daar de politiek dicteert. Onder de seculiere sunniet Saddam Hussein was Irak Irans vijand; nu zijn de relaties tussen Teheran en Bagdad heel plezierig. Jordanië, woordvoerder van deze verontrusten, waarschuwde vorig jaar voor Iraanse “exploitatie“ van de Iraakse shi'ieten “om zijn politiek in de regio uit te venten“.

Behalve de nieuwe autoriteiten in Irak onderhouden alleen de andere twee paria's in de regio, Syrië en Libië, warme banden met Iran. De Syrische president Assad, die ook onder westerse druk staat, verzekerde donderdag zijn bezoekende Iraanse ambtgenoot Ahmadinejad zijn volledige steun in diens krachtmeting met het Westen.

Maar ook waar de Iraniërs geen geziene gasten zijn, vinden hun verwijzingen naar Westerse hypocrisie gehoor. Israëlische delegaties betogen in Washington en tegenover wie het maar wil horen dat snel en hard moet worden opgetreden tegen Iran: een kernmacht in aantocht met een president die oproept de joodse staat van de kaart te vegen - een potentiële zelfmoordstaat. Iran stelt daartegenover zijn vreedzame bedoelingen, zijn lidmaatschap van het Non-proliferatieverdrag (in tegenstelling tot Israël) op grond waarvan zijn nucleaire installaties de laatste jaren 1.000 keer zijn geïnspecteerd, en zijn steun voor de Palestijnen. En krijgt het voordeel van de twijfel. De Libanese Hezbollah-chef Hassan Nasrallah merkte donderdag op dat Ahmadinejads uitlatingen over Israël “het gevoel van 1,4 miljard moslims uitdrukken“.

Waarom stelt het Westen het Israëlische kernwapenprogramma niet aan de orde? vragen Arabische commentatoren. “Hoewel de joodse staat meer dan 200 kernkoppen bezit, negeert het Westen dat en meet het met twee maten“, stelde de commentator van de Qatarese krant Al-Rayah eerder deze week.

De Libanese krant Daily Star wees er vorige week in een commentaar op dat een van Irans “belangrijkste en gewettigde“ zorgen zijn nationale veiligheid is. Volgens de krant zou een directe dialoog met de Verenigde Staten deze zorgen althans ten dele kunnen wegnemen - met name in het licht van de aanwezigheid van honderdduizenden Amerikaanse militairen in landen rondom Iran. “Het lijkt vreemd dat Washington altijd heeft geëist dat Arabische landen direct onderhandelen met Israël om hun conflict op te lossen, maar het zelf weigert rechtstreeks met Iran over deze kwestie te praten“.

“Waarom met twee maten meten? Als de VS geen verborgen agenda hebben, waarom gaan ze dan niet in gesprek met met de Iraniërs om hun positie uit te leggen zodat Iran zelf de stappen kan zetten die het moet zetten om de wereld te bewijzen dat zijn nucleaire ambities zuiver vreedzaam zijn?“