Zwijgen,net als God

De personages in de toneelstukken van Willem Jan Otten zijn verwikkeld in een niet aflatend gevecht met ideeën. Dat blijkt uit Ottens verzameld toneelwerk, dat deze week verschijnt.

Een jongeman wordt op straat in elkaar geslagen en verliest zijn geheugen. Een toevallige passant, belust op geld, vindt hem op straat en krijgt in een flits een briljant idee: de rijkste vrouw ter wereld heeft acht jaar eerder haar zoon verloren. Als hij nu eens in ruil voor een onmetelijk hoog bedrag deze jongen “omtovert' tot haar zoon, dan is hij in één keer rijk.

Hij spreekt zichzelf bemoedigend toe: “Dit wordt een meesterstuk. Pure schoonheid. Zuivere denkkracht. Het toeval met vaste hand geleid. Verbeeldingskracht. De wereld als een boek.“

Deze scène staat in Henry II, het eerste toneelstuk van Willem Jan Otten uit 1978. Otten was destijds toneelrecensent van Vrij Nederland, naderhand werd hij dramaturg bij het Amsterdamse gezelschap Baal. Als dichter genoot hij al enige bekendheid. Drie jaar na Henry II kwam hij met Een sneeuw, een drama over een door herinneringen en een beladen verleden verwoeste familie. De stukken werden uitgevoerd door gezelschappen als Globe, Toneelgroep Theater, Het Nationale Toneel en Het Toneel Speelt met belangrijke regisseurs, acteurs en actrices.

Zijn toneelwerk is nu als Een sneeuw en meer toneel in boekvorm verschenen. Ik heb het gelezen en herlezen, als een grillig, rijk en intrigerend boek. Ook heb ik Ottens poëziebundels als Het was missen op het eerste gezicht (1994) en Eindaugustuswind (1998) opnieuw ter hand genomen. Las de romans Ons mankeert niets (1994) en Specht en zoon (2004) en ook het zomerdagboek De bedoeling van verbeelding (2002). Werken van uiteenlopende genres: essay, gedicht, toneel, proza.

De grenzen tussen al die genres zijn echter ternauwernood te trekken. Het zomerdagboek telt bijna niets dat traditiegetrouw tot een dagboek hoort. In de romans kom je poëtische zinnen tegen en in het toneelwerk lopen alle genres door elkaar. De dialogen hebben veel weg van monologen, en die zijn dan weer opmerkelijk filosofisch en in Braambos sterk religieus getint. Het verzameld toneelwerk troont als een kathedraal boven het overige werk. Alles wat in zijn romans en poëzie voorkomt, keert erin terug. Eén voorbeeld: “Ik heb mij nu zo luid tot u gericht/ dat uw zwijgen is gaan klinken/ naar de stilte in een bladstil bos“, staat in Eindaugustuswind. In Braambos vraagt een van de personages, de schofterige Bruce, om vergeving: hij heeft Lena verkracht waarna ze zelfmoord pleegde. Hij gaat op zijn knieën liggen voor haar tweelingzusje Guusje en zegt: “Je hebt gezwegen. Al die jaren. Dat je nog leeft. Vader, help Lena die hier voor u staat. Ze is niet langer dood. Ze zal leven.“

Degene die zwijgt toespreken en verzoeken het zwijgen te verbreken. Otten doet dat in een gedicht dat leest als een gebed. En hij doet dat ook in zijn toneelwerk. Zwijgende personages zijn van het allereerste begin in zijn stukken aanwezig. De jongeman die in elkaar wordt geslagen verliest niet alleen zijn geheugen, hij hult zich ook opmerkelijk in stilzwijgen. En het belangrijkste personage uit Een sneeuw is de oude man Panda, wiens strottenhoofd is weggehaald omdat hij kanker heeft. Hij zit gedurende het hele stuk zwijgend in een grote stoel. Door de diepe, dichte, dreigende stilte die hem omringt, spoort hij de anderen aan oorverdovend te praten. Het theater is misschien wel de mooiste kunstvorm om iemands noodlottige zwijgen uit te beelden.

Over de kunstmatigheid van het toneel en het onuitputtelijke spel tussen schijn en werkelijkheid dat zo aan het theater kleeft, schreef Otten tal van beschouwingen. In deze hoedanigheid noemt hij zichzelf een “schrijvend toeschouwer'. Met nieuwe toneelstukken als De nacht van de pauw (1996) en Braambos (2004) kreeg het aanvankelijk bejubelde toneeloeuvre van Otten een fikse knauw. Henry II heeft de avontuurlijke zwier van een jongensboek. Een sneeuw laat zien dat de Tweede Wereldoorlog door verschillende generaties anders wordt beleefd. Otten werd terecht ontvangen als een belangrijke nieuwe toneelschrijver. Een auteur bovendien die zich niets aantrekt van de modes van de tijd, iemand die wars is van ironie, het geloof in rationaliteit en onverschilligheid.

Maar dan. In 1999 bekeert Otten zich tot de katholieke kerk. Hij laat zich dopen. Vooral het stuk Braambos getuigt openlijk van Ottens bekering. Het kan goed het eerste hedendaagse Nederlandse toneelstuk genoemd worden dat welbewust in de katholieke traditie staat. Otten gebruikt theater als podium voor het uitdragen van zijn religieuze intenties. Hierdoor werd zijn latere werk omstreden. Toneel zou levende personages moeten tonen, mensen in herkenbare conflicten, en geen hardop pratende essayisten. In het tijdschrift Roodkoper (maart 2002) legt hij de volgende bekentenis af: “Ik reken mij tot de gelovenden. In mijn geval betekent dit dat ik er volledig van overtuigd ben geraakt, op een dag, dat Jezus is geweest wat Hij zei te zijn, en wel God.“ Deze beschouwing kan als een handleiding gelezen worden bij Braambos. Otten rept over wezenlijke levensvragen die hem tot bekering leiden, zoals: “Moet ik abortus plegen? Mag grootvader dood als hij lijdt en tot wie richt ik me als ik bid?“

Gynaecoloog

Het zijn deze vragen die Otten ook op het toneel brengt. Beroepen als die van dokter en gynaecoloog zijn bij hem favoriet. Het zijn figuren die dichter dan wie ook bij leven en dood staan. In de roman Ons mankeert niets, die gaat over een huisarts, staat een zin die in verschillende variaties terugkeert in het toneelwerk: “Liefst zweeg de dokter dus, net als God.“ En lees eens in De nacht van de pauw wat Emma zegt over haar echtgenoot Carl, die door zijn zwijgen hun zoon Tim tot zelfmoord dwong: “Hij is zijn kind, echt, een kind blijft altijd wachten, al is hij nog zo dood, altijd, altijd. () Carl is God niet. Mensen mogen mensen niet laten wachten. () Verlos Tim van zijn vader. O, God, wanneer houdt het op dat ik Tim begrijp.“

Dit zijn wanhoopswoorden die ik nooit eerder op het toneel hoorde of las in een toneelwerk. Otten schept geen raadselachtige personages, integendeel. Ze zijn duidelijk, nadrukkelijk en vaak vervuld van pathos. Hij staat dichter bij Tsjechov of Ibsen dan bij Beckett of Pinter. Sterker: het lijkt of de twee grote auteurs van het moderne theater aan Otten voorbij zijn gegaan. Zij kiezen voor het genre theater omdat wat zij willen zeggen uitsluitend op de speelvloer gezegd kan worden. Bij Beckett en Pinter gaat het altijd om een drama dat zich afspeelt tussen de karakters. Bij Otten is de essayist dwingend aanwezig. Zijn figuren zijn niet zozeer in een persoonlijk drama gewikkeld, als wel in een niet-aflatend gevecht met ideeën, waarvan de vraag naar het bestaan van God de alomvattendste is.

In zijn toneelwerk voert Otten 63 personages op. In Henry II zijn dat er twaalf, in Een sneeuw negen. Maar ondanks deze royale bezettingen had ik het idee na lezing van Een sneeuw en meer toneel slechts met een gering aantal kennisgemaakt te hebben. Of ze nu Carl, Joanna, Leopold of mevrouw Quint heten, ze vertonen opmerkelijke overeenkomsten: hun levens zijn getekend door verlies. Van een kind, van het geheugen, van een stem, van levensvreugde, of, sterker nog, verlies van een levensdoel. Of het kind dat zijn vader of moeder is kwijtgeraakt.

De slotwoorden van De nacht van de pauw luiden “Papa, papa, papa.' Op het toneel hebben die nooit geklonken, want uiteindelijk besloten regisseur en acteurs ze te schrappen. Het zou te kitscherig zijn. Otten heeft ze in deze uitgave gehandhaafd, die roepende stem op de geluidsband van een kind. Deze korte laatste scène, dus de tekst en de poëtisch te noemen regieaanwijzing, laat Otten op zijn hevigst zien. Het staat er zo: Carl, de vader, zegt: “Hij heeft me gemist. Hij heeft me zo vreselijk gemist. Hij heeft mij bij mijn naam genoemd, tot het einde toe - en ik heb hem verlaten.“

De regieaanwijzing geeft: Terwijl het licht langzaam dooft en de spelers stil blijven staan horen we de ruisende bomen en de stem van een kind: Papa, papa, papa. Het is een scène die niet vrij van pathos is. In de korte toelichting die aan elk stuk voorafgaat laat Otten weten dat de “vaderzoekende woorden' aan het eind slechts één keer in de Amsterdamse Stadsschouwburg klonken. Otten was het niet met het schrappen eens. Hij schuwt de symboliek niet, en evenmin de grote woorden en hamerende herhalingen zoals twee keer “gemist' en drie keer “papa'. Het verlies dat de personages tekent, heeft hun schepper opgevuld met geloof in God.

Bekering

Otten is na zijn bekering en toetreding tot de katholieke kerk geen slechter toneelschrijver geworden, wel een toneelschrijver die het genre theater gebruikt met onmiskenbare bedoelingen. De wezenlijke vragen over leven en dood, zoals ouderschap, abortus, euthanasie, vormen de drijfveren van zijn latere stukken. Dat zijn vragen die niet op rationele wijze zijn te beantwoorden, zoals Otten in De nacht van de pauw en Braambos aantoont.

De mens heeft God nodig om het antwoord te vinden. Maar is deze overtuiging gunstig voor een toneelpersonage? Niet altijd, nee. Een toeschouwer wil geloven in een karakter dat op de bühne staat. Dat is de eerste voorwaarde van kijken naar toneel. Het hoeft niet per se te gaan om hogere krachten, zoals Godsbesef of geloofsbelijdenis. Het alledaagse is ook heel theatraal.

Willem Jan Otten heeft zich ontwikkeld tot een toneelschrijver met een heilige opdracht, een missie: de denker, de zoeker in hem leidt hem naar het toneel. Maar diezelfde zoeker en denker voert hem even gemakkelijk weg van het toneel naar het essay of het gedicht.

Op paradoxale wijze is lezing van Een sneeuw en meer toneel minder een theatraal avontuur dan een literaire ervaring. Mede dankzij de uitvoerige regieaanwijzingen, die lezen als beschrijvingen in een roman, geeft Ottens toneelwerk mij de ervaring een groots boek te lezen waarin proza, poëzie en beschouwing zijn samengevoegd. Het mooie is dat het zoeken van alle personages naar verlossing, hoe hardvochtig ook, iets aanstekelijks heeft. Otten is de schrijver van de zoektocht. Al heeft de toneelbezoeker met zijn latere stukken vaak moeite, de lezer geeft zich gewonnen en gaat mee.

“Een sneeuw en meer toneel' is verschenen bij uitg. Van Oorschot, prijs euro 29. Op 26/9 gaat Ottens nieuwste toneelstuk “Alexander' in première bij Het Toneel Speelt.