Verleden als kijkdoos

In de jaren vijftig, waarvan nu het hardnekkig gerucht gaat dat ze suf en saai waren, of dat geluk toen juist heel gewoon was omdat de samenleving nog niet was aangetast door de vervloekte tolerantie van de jaren zestig, in die tijd van de Solex (bromfiets), richtte Benno Premsela soms de etalages van De Bijenkorf in. Een vooruitstrevend en moedig man, in alle opzichten. Achter de winkelruiten en op de meubelafdeling stond of hing werk van Karel Appel, Constant, Corneille, Wally Elenbaas. Nu zie je ze in een museum, toen waren ze openbaringen. Mooi of niet mooi, dat was de vraag niet. Ze waren anders, op een manier die opluchting veroorzaakte. De Bijenkorf en Premsela brachten de nieuwe tijdgeest naar het volk, of in ieder geval naar het Damrak en de Schiedamsesingel, waaraan toen nog de Rotterdamse nederzetting van het warenhuis was gevestigd; de herbouwde helft, want de andere helft was op 14 mei 1940 weggebombardeerd.

De schilders van de Cobra-groep en de schrijvers en dichters die tot de Vijftigers horen, zijn geestverwanten van de Amerikaanse Beat Generation, de dichters en schrijvers die elkaar in de wijk North Beach in San Francisco en in New York, de Village en de omgeving van Columbia University tegenkwamen. Allen Ginsberg, Jack Kerouac, William Burroughs, Gregory Corso, Norman Mailer, toen aan het begin van hun beroemdheid en nu dood of stokoud. Een centrum van de beweging was de City Lights Bookstore, de boekwinkel en kleine uitgeverij van de dichter Lawrence Ferlinghetti op de hoek van Columbus Avenue in San Francisco. Het leek veel op het antiquariaat d'Eendt van Hans Rooduijn, in Amsterdam, de Spuistraat.

De jaren vijftig gingen voorbij, de voormalige jongelui werden beroemder en beroemder en toen ze rotsvast gevestigd waren, kregen ze een grote tentoonstelling in het Whitney Museum of American Art in New York, en een eigen museum in Monterey, Californië. Dit museum, las ik in de krant, is nu verhuisd naar de geboortegrond, North Beach. Een goed idee. Een museum is er niet alleen om de mooie en bijzondere dingen van vroeger te bewaren, maar ook om dit vroeger in zijn geheel zo dicht mogelijk bij het publiek van nu te brengen. Een scheepvaartmuseum is beter als het aan een oude haven staat; een militair museum hoort in een vesting, een grote kazemat, desnoods een loopgraaf; een industriemuseum in een oude fabriek. Zo kunnen we er nog wel een paar verzinnen.

De tentoonstelling in het Whitney - Beat Culture and the New America, 1950-1965 - is gehouden in 1995-'96. Een voorbeeldige prestatie. Daar was niet alleen overzichtelijk zoveel mogelijk werk van alle betrokken kunstenaars uitgestald. De inrichters hadden hun best gedaan, door middel van foto's en films, toespraken van politici, oude kranten in vitrines, allerlei reconstructies het hele tijdvak over het voetlicht te brengen. Daar waren ze in hoge mate in geslaagd. Toen, dertig tot vijfenveertig jaar na dato, kwam een heel tijdvak weer onder handbereik. Je kon er bij wijze van spreken instappen. De Amerikanen zijn over het algemeen heel goed in het inrichten van zulke tentoonstellingen. Dit overtrof alles. (Er hoort een prachtige catalogus bij, uitgegeven door het museum, in samenwerking met Flammarion, Parijs New York, 1995).

Wij hebben het Cobra Museum in Amstelveen, en allerlei instellingen waar van alles over het tijdvak wordt bewaard en te bezichtigen is. Maar er is nog geen poging gedaan om, zoals tien jaar geleden in het Whitney, een geconcentreerd totaalbeeld in drie dimensies met geluid te scheppen. Uit goede bron hoor ik dat er nu een redelijke kans is dat het er binnen een jaar of twee van komt. De belangstelling voor het fameuze maar ook miskende en nog altijd vaak slecht begrepen tijdvak herleeft. Sommige protagonisten van toen zijn dood, maar anderen recht van lijf en leden en uitstekend bij hun hoofd. Daar moeten we gebruik van maken.

PS: In vorige stukjes heb ik iets over het nieuwe flits-flats-beng logo van het NOS Journaal te berde gebracht. Me afgevraagd wat er de reden van is dat de NOS de aandacht van het gezicht van de nieuwslezer wil afleiden. E-mail en post leren me dat ik niet de enige ben. En verder willen we graag weten wat de NOS voor die knallen en bliksems heeft betaald.