Ons verleden kun je niet van tafel vegen

De Europese literatuur, bestaat die eigenlijk? Margot Dijkgraaf maakt een tour d'horizon. Deze week de laatste aflevering met Judith Hermann: “Voor mij, als Duitse, is het woord “nationaal' per definitie een gevaarlijke term.“

Judith Hermann, German writer Copyright: Juergen Bauer, Am Krummerich 6, D-63849 Leidersbach, Telefon +49 (0) 6028-123815 www.juergen-bauer.com BB Bank, account no. 6464181, bank code 66090800 Bauer, Jürgen

Precies op tijd stapt Judith Hermann binnen in de Hackische Höfe, een grand café in voormalig Oost-Berlijn, gelegen in een wijk die zich in rap tempo ontwikkelt tot een van de meest trendy plekken van de stad. Serieus en doordacht is ze, de vrouw die geldt als een van de talentvolste auteurs van de nieuwe Duitse literaire generatie. Een lach, zelfs een glimlach, komt er nauwelijks op haar gezicht.

Ja, ze weet nog heel goed wanneer het woord “Europa' voor het eerst inhoud voor haar kreeg. Ze was een half jaar in New York voor een stage in het kader van haar opleiding aan de School voor Journalistiek. Hermann: “Ik had heimwee. Toen ik me afvroeg naar wie of wat ik nu heimwee had - mijn ouders, Duitsland, Berlijn - kwam als het ware uit de mist het woord “Europa' opzetten. Ik weet nog hoe ontroerd ik was: ineens realiseerde ik me dat ik een identiteit had! Daarvan was ik me daarvoor nooit bewust geweest: ik was Europees. Ik verlangde ernaar een andere dan de Amerikaanse taal te horen spreken, niet eens zozeer de Duitse. De taal die ik daar om me heen hoorde, was zo doelgericht, zo vol energie, zo zelfbewust en had zo'n hoog tempo, dat hij me volledig vreemd was. Ik wierp een blik over de oceaan en had het gevoel dat ik, aan de overkant, het continent van de geschiedenis zag liggen. Daar bevond zich een ander besef van tijd, begrip van complexiteit. Als ik het daar soms met Amerikanen over wilde hebben, begrepen ze niet waar ik het over had. Er was geen enkele herkenning of begrip. Er is, ervoer ik toen, wel degelijk een Europese mentaliteit, die in de Verenigde Staten geen plaats heeft.“

Melancholie, geschiedenis, taal, complexiteit en het woord “oud'. Dat zijn Hermanns associaties met het begrip “Europa'. Gaat het om Europese literatuur, dan spreekt ze van een ensemble van verschillende lagen, talen en tonen, die een orkestraal geheel vormen. “In Europa zijn schrijvers waarschijnlijk in eerste instantie bezig met hun eigen taal, land en identiteit. Zelden zul je een auteur treffen die echt op Europa gericht is. In mijn eigen werk zie ik eigenlijk geen enkel verhaal dat echt Europees is. Mijn personages zijn vaak geworteld in Berlijn, in Duitsland, ze gaan op reis en komen dan weer terug. Ze proberen zich van hun beklemmende wortels te bevrijden, maar worden er toch weer naar teruggevoerd.“

Als schrijver houdt Hermann de wereld waarin ze verkeert zo klein mogelijk. “Een verhaal schrijven is voor mij een poging om een kort moment van communicatie of non-communicatie tussen twee mensen in tekst te vatten. Ik ga intuïtief te werk, bijna als een slaapwandelaar. Mijn teksten zijn naar binnen gericht en wat thematisch meeglijdt, heb ik niet bewust meegenomen.“

Twee boeken publiceerde Hermann tot nu toe. In 1998 verscheen Zomerhuis, later, een verhalenbundel die vooral opvalt door de verstilde sfeer en een zekere raadselachtigheid. In 2003 publiceerde ze Niets dan geesten, zeven verhalen die gekenmerkt worden door eenzelfde onthechtheid, eenzelfde melancholie. Plaats noch tijd of handeling is duidelijk omschreven en toch gebeurt er, onderhuids, veel. Suggestie, sfeer, daar draait het om bij Judith Hermann.

“Door de literaire kritiek zijn mijn boeken en mijn persoon in een relatie geplaatst tot de auteurs van een vorige generatie. Er is sinds een jaar of tien een zogenoemd “aflossingsproces' gaande, waarin een nieuwe generatie het literaire landschap in Duitsland verandert. De jonge schrijvers, zo wordt gezegd, laten de last van het verleden achter zich, “lossen af', laten los. Hun romans houden zich niet meer bezig met de holocaust, met het lot van Duitsland, met politiek. Dat wordt als een opluchting ervaren. Die auteurs hebben de moed te schrijven over wat er nu gebeurt en ze nemen de vrijheid te schrijven over wat er misschien morgen zal gebeuren. Natuurlijk wordt er gewacht op de grote Wenderoman, de roman die uiteindelijk het grote moment van de hereniging van Duitsland in alle opzichten zal omvatten. Tien jaar is niet lang, we moeten gewoon nog wat geduld hebben. Het hele proces is nog lang niet afgesloten. Nee, ik zal hem niet schrijven.“

Dat neemt niet weg dat Hermann doordrongen is van de verantwoordelijkheid die een schrijver aankleeft. “Natuurlijk zit ook mijn generatie nog met de schuldvraag. Door de val van de Muur zijn wij gespaard gebleven voor de directe omgang met de situatie van voor 1989. We zijn nog jong, we lezen over de verschrikkingen van de holocaust in geschiedenisboeken. We hebben dat allemaal niet meegemaakt. Wat doet dat met ons, die erfenis? Daarover denken we na. Natuurlijk voelen wij ons schuldig, ook al is dat een hersenspinsel, een loos idee in ons hoofd. Als ik de Russische president Poetin hoor zeggen dat de Duitsers nu eindelijk eens moeten ophouden hun hoofd met as te bestrooien, ben ik verbijsterd. Wat denkt hij wel? Dat je zo'n verleden nonchalant van tafel kunt vegen? Dat je zo maar de deur dicht kunt doen?“

Genezing

Kunst en literatuur hebben een duidelijke taak, vindt Hermann. “De wereld stelt aan literatuur de eis dat zij iets duidelijk maakt, iets verklaart. Dat is een hoge eis, maar ik ben het daar wel mee eens. Literatuur is een spiegel van de tijd en dus moet de Duitse literatuur zich buigen over het proces van genezing dat Duitsland nu doormaakt. Ook de jongere schrijvers. Ze zijn nog een beetje onthutst door dat recente verleden. Leg hun teksten als een puzzel aan elkaar en je hebt een op de toekomst gerichte literaire aanzet. Het is ook verschrikkelijk moeilijk om als schrijver een plek te vinden in een land waar gezegd is dat er na Auschwitz geen poëzie meer geschreven kon worden.“

Zelf had Hermann daar bij het schrijven van haar debuut geen last van. Ze schreef het in eerste instantie voor zichzelf en had geen literaire ambitie. “Voor het schrijven van mijn eerste boek had ik zo mijn eigen redenen. Die hadden te maken met gebeurtenissen in mijn leven, met de manier waarop ik met de tijd omga. Schrijven geeft mij de mogelijkheid dingen op te bergen in de tijd. Dan hebben ze een plek. Net als insecten in barnsteen zijn ze dan ingevroren in de tijd. Ik kan van dingen afscheid nemen door ze op te schrijven. Normaliter heb ik daar vreselijk moeite mee. Daarom ben ik met schrijven begonnen. Verder heb ik over het schrijven zelf toen nauwelijks nagedacht. Toen het boek verscheen, werd het in de context gezet van de moderne Duitse literatuur. Zo gaat het. Je geeft iets met gesloten ogen weg en de openbaarheid zet er een achtergrond bij.“

De puur persoonlijke motieven die Hermann had om te gaan schrijven en het onpolitieke karakter van haar verhalen, maken haar typerend voor de jongere Duitse schrijversgeneratie. Toch realiseert ze zich dat er verandering in de lucht zit. “Er zijn recent verschenen romans die wel degelijk een sterk politiek, geëngageerd karakter hebben. In de roman Lagerfeuer van Julia Franck bijvoorbeeld belanden uit de DDR gevluchte mensen in een opvangkamp, een tussenwereld tussen oost en west, tussen oud en nieuw. Het is een beladen thematiek, met een zeer symbolisch gehalte.“

Een tussenfase zou het kunnen zijn, de apolitieke, niet op de maatschappij gerichte houding van de jongere auteurs. Er wordt gezocht naar een nieuwe weg, een nieuwe toon. “Nooit zal de Duitse kunst bestaan zonder de associatie met het verschrikkelijke. Het lijkt erop dat men jongeren de vrijheid gunt om heel egocentrisch te zijn, verhalen over het eigen ik te schrijven, terwijl men in het achterhoofd denkt dat het vroeger of later toch wel anders zal lopen. Günther Grass, die zelf natuurlijk altijd zeer politiek geëngageerd is geweest, heeft onlangs eens gezegd: die jonge generatie heeft het niet voor het uitzoeken, eens zullen ze moeten reageren. Je hebt het niet voor het kiezen, zei hij, het gebeurt vanzelf. Hij bedoelde het bijna troostend. En zo is het natuurlijk ook. De leeftijd speelt ook mee, als je twintig bent, denk en schrijf je anders dan wanneer je veertig bent. Al betwijfel ik of mijn generatie ooit op partijcongressen zal spreken, zoals Grass zelf doet.“

Teergevoelig

Een werkelijk Europees auteur ontwaart Hermann niet binnen haar generatie. Ze vindt dat het vooral oudere schrijvers zijn die het gewicht van Europa torsen. De Spaanse auteur Javier Marias, de Italiaan Antonio Tabucchi, de Portugees Fernando Pessoa zijn voor haar Europese auteurs bij uitstek. “Bij hen vind je de melancholie, de treurigheid, de verscheurdheid die typisch Europees is. Het verlangen naar een samenhang ook, naar een eenheid, het streven naar volmaaktheid. In hun levensverhaal vind je de politieke gevechten van Europa terug. Die hangen allemaal met elkaar samen. Zet daar Amerikaanse schrijvers tegenover en je ziet twee volledig verschillende karakters. De Amerikanen zijn gezond, sterk en ongelofelijk zeker van zichzelf. De Europeanen zijn teergevoelig van aard, heel gecompliceerd en wat verwaand. Dat zijn zaken die je in de Amerikaanse literatuur helemaal niet vindt. Die psychotherapeutisch geschoolde onzekerheden van Amerikaanse schrijvers staan veraf van de sterke Sehnsucht die de Europese literatuur kent.“

Franz Kafka, Alfred Döblin en Thomas Mann zijn voor Hermann de meest Europese Duitstalige auteurs. Ze ziet literatuur in Europa als een netwerk dat steeds groter wordt, een netwerk van verschillende stemmen en verschillende niveaus. Natuurlijk verschilt een Spaanse roman van een Zweeds of Noors boek. Ze hebben een heel andere toon, vindt Hermann, maar verbindende elementen zijn er wel degelijk. Die zijn te vinden in “het feit dat allen zich bewust zijn van een gemeenschappelijk verleden. We hebben een geschiedenis van oorlogen, van heerschappij en van machtsuitoefening. We kunnen terugkijken op een meer dan duizend jaar oude, gezamenlijke geschiedenis. Die blik, daar gaat het om.“

Dat Europese literatuur een optelsom zou zijn van Franse, Duitse, Kroatische literaturen enzovoorts, vindt Hermann geen probleem. Een andere mogelijkheid is er immers niet, zegt ze. Toch verwerpt ze de term “nationale' literatuur, die bij haar meteen onaangename associaties oproept. “Die negatieve bijgedachte is natuurlijk typisch Duits. Geen enkele andere auteur in Europa zal dat zo voelen. Voor mij, als Duitse, is het woord “nationaal' per definitie een gevaarlijke term. Ik zou dat woord nooit gebruiken. Daarom wil ik ook geen Duitse auteur genoemd worden. Noem me dan maar een Europese of, nog beter, een Berlijnse schrijfster.“

Spreekt Judith Hermann over Berlijn, de stad waar ze geboren is en waar ze nog steeds woont, dan lichten haar ogen op. “Berlijn is een echt Europese én literaire stad, bezig een plek te vinden in Europa. Een stad ook die nooit statisch is, die alle culturen in zich verenigt. Er heerst een openheid, een flexibiliteit, die in steden als Londen of Parijs ver te zoeken is. Berlijn geeft openingen, bekijkt de mogelijkheid van immigratie en de bereidheid daartoe. De stad heeft geen behoefte aan het etiket van hoofdstad van Duitsland, maar wil juist in een Europese context een plek krijgen. Dat ervaar ik in de manier waarop mensen hier samenwonen. Er is ook altijd beweging, alsof de aardlagen hier tegen elkaar aan schuiven. Parijs is altijd Parijs, Londen altijd Londen. De inwoners van Berlijn voelen dat de stad het symbool is voor een Europa dat permanent in beweging is.“

In Berlijn raken verleden en heden elkaar als in weinig andere grote steden. Enkele maanden geleden werd het monument voor de holocaust officieel geopend. Na tien jaar debat was er gekozen voor een kunstwerk dat bestaat uit rechtopstaande, dicht bij elkaar geplaatste stenen, van variabele grootte, op een terrein vlakbij de Brandenburger Tor. Een incident rond de initiatiefneemster zorgde voor veel ophef. Vrijwel tegelijkertijd werd de nieuwe Akademie der Künste geopend, aan de Pariser Platz, eveneens vlakbij de Branderburger Tor. Het is een imposant glazen bouwwerk, van bijzondere architectonische structuur, verrezen op de plek van de voormalige Akademie, die van voor de oorlog. “In de tijd van de Muur was hij ondergebracht in een kleine dependance, weggestopt bij de Tiergarten. Nu is hij weer terug op een prominente plek, midden in het centrum van Berlijn. Het is een uitnodiging aan de kunst, sterker nog, het is een uitdaging. De kunst heeft een taak, een belangrijke. Er is een podium, nu. Dat kan en mag niet leeg blijven, de kunstenaar moet het vullen.

Tijdens de openingsplechtigheden van de nieuwe Akademie der Künste lazen schrijvers en kunstenaars brieven voor van collega's, geschreven aan de vooravond van het fascisme. In die brieven gaven ze te kennen uit de Akademie te treden. Brieven uit 1933, van schrijvers als Thomas Mann, Alfred Döblin en Ricarda Huch! Mann schreef dat hij zich “in het privédomein' wilde terugtrekken. Döblin was van joodse afkomst en schreef dat hij niet precies wist wat dat voor hem betekende en dat hij zich daarom als lid wilde terugtrekken. De enige die openlijk schreef dat ze zich terugtrok omdat ze zich niet kon vinden in de politieke keuze van de Akademie, was Huch. Het was notabene Gottfried Benn - de door mij zo bewonderde dichter en essayist! - die de leden van de Akademie voor de keuze stelde de politieke positie van de Akademie te onderschrijven of zich terug te trekken als lid.

“Het was een hele merkwaardige ervaring die brieven te horen uit de mond van Günther Grass en anderen. Te bedenken dat deze kunstenaars, deze mensen van het vrije woord en van vrije geest, zich in deze situatie hebben bevonden! Het is ook vreemd dat ze daarbij zulke verschillende posities hebben ingenomen. De radeloosheid van toen was in die brieven te voelen. Ook wij zijn daarvan niet gevrijwaard. Natuurlijk zeggen we nu: dat is fout, dat mag nooit meer gebeuren. Een gemakkelijke reactie. Het was een heel pijnlijke plechtigheid. Eigenlijk ben ik die middag heel erg geschrokken. Toen heb ik me pas goed gerealiseerd wat het betekent om schrijver te zijn.“

De serie “Europese literaturen' verschijnt in september in boekvorm bij uitgeverij Prometheus/NRC Handelsblad.

De vertalingen van Judith Hermanns verhalenbundels zijn verschenen bij uitgeverij Prometheus.