Niet bang voor conflicten

Jos Staatsen was geen man die zijn emoties in het openbaar toonde. 'Een cerebrale man', noemt burgemeester Jacques Wallage van Groningen hem. 'Hij kwam nuchter en zakelijk over, maar daarachter gingen felle emoties schuil.'

Jos Staatsen in 1996. Voorzitter betaald voetbal 1993-1997. FOTO: Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Op 62-jarige leeftijd is Staatsen gisteren in zijn woonplaats Haarlem overleden. De voormalig wethouder, ambtenaar, burgemeester, consultant en sportbestuurder was al enige tijd ziek.

De bestuurlijke carrière van Staatsen begon in Groningen. In 1966 studeerde hij als jurist af aan de universiteit in die plaats en hij werd wetenschappelijk medewerker. Hij raakte geïnteresseerd in politiek door de oprichting van D'66. Hij meldde zich aan als lid bij de plaatselijke afdeling en belandde in 1970 in de Groningse gemeenteraad. In 1972 trad Staatsen toe tot het roemruchte linkse college van PvdA, PPR, PSP en D'66. 'Hij heeft enorm geholpen het eerste progressieve college van Nederland mogelijk te maken', zegt europarlementariër Max van den Berg, die ook wethouder werd. 'Jos was vooral enthousiast omdat we de patriarchale politiek de rug toe wilden keren. We waren allemaal jong, we vormden een hechte club.'

Drie jaar later vertrok Staatsen uit Groningen. D66 verloor bij verkiezingen beide zetels in de gemeenteraad en Staatsen zegde zijn lidmaatschap op voor dat van de PvdA. In 1974 werd hij ambtenaar op het ministerie van Volksgezondheid, onder meer als plaatsvervangend directeur-generaal Milieuhygiëne. Daarna werd hij directeur-generaal Binnenlands Bestuur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar in 1985 solliciteerde hij alweer naar een nieuwe politieke functie. Hij werd burgemeester van Groningen.

Volgens Wallage was zijn periode als burgemeester 'een moeilijke periode'. Staatsen raakte geregeld in conflict: met de wethouders, met de gemeenteraad, met krakers. Wallage: 'Hij wilde als manager besturen, op een nogal zakelijke manier. Maar hij trof een sterke wethouderscultuur aan, met grote risico's voor Staatsen, die stevig leiding wilde geven.' Toch bleef Staatsen zes jaar burgemeester.

Ook als voorzitter betaald voetbal van de KNVB, het ambt dat hij bekleedde tussen 1993 en 1997, ging Staatsen conflicten niet uit de weg. In deze functie werd hij vooral bekend toen hij in 1996 de woorden 'we gaan iets nieuws doen' uitsprak. Dat was de aankondiging van Sport7, de tv-zender die totaal mislukte. Het zou de voetbalclubs in zeven jaar circa een half miljard euro moeten opleveren. Staatsen was door zijn medebestuurders van de KNVB nog gevraagd een andere formulering te gebruiken, namelijk: 'Er gaat iets nieuws gebeuren.' De bond zou dan meer buiten schot blijven. Het initiatief faalde. De kijkers vielen over een eigen bijdrage ('de prijs van een zak patat') en verzet was er ook bij de kabelexploitanten, die niet waren geraadpleegd.

In de vier jaar dat hij aan het bewind was wordt Staatsen bij de KNVB niettemin geroemd als een kundig bestuurder die een belangrijk aandeel heeft geleverd aan de professionalisering van de organisatie van de afdeling betaald voetbal. De huidige directeur Henk Kesler noemt Staatsen een 'visionair' en een 'uitermate gedreven en kundig man. De KNVB heeft een grote vriend verloren.'

Staatsen stond ook bekend als een man die in de jungle van het voetbal veel waarde hechtte aan fatsoensnormen. Het woord 'bobo' vond hij verschrikkelijk. Staatsen probeerde altijd in alle rust zijn tegenstrevers met argumenten te overtuigen. In juni jl. was de geboren Utrechter op uitnodiging van de KNVB in Helsinki, waar hij de interland van het Nederlands elftal tegen Finland bijwoonde. Hij sprak toen openlijk over zijn ziekte. Zware chemokuren hadden zijn strijdvaardigheid niet aangetast. Hij besefte toen al dat het wel eens een vergeefs gevecht kon worden.