Mrs. Simpson dementeert

Het zal een kleine minderheid van de Nederlanders zijn die bij het zien van Wallis Simpsons naam meteen weet wie dat was. Hun aantal zal toenemen als zij in plaats van de naam van haar tweede echtgenoot Ernest Simpson die van haar derde draagt: de hertog van Windsor, voorheen Edward VIII, die in 1938 afstand deed van de Britse troon om met haar te kunnen trouwen.

Het echtpaar heeft een leven van aanzien en publiciteit, en weing betekenis, geleid - eerst op de Bahama's waar hij gouverneur was, en later in Parijs. Daar is hij gestorven in 1972, zij in 1986 na een tijd van aftakeling toen zij van haar verleden nog maar fragmenten kon bedenken.

Het titelverhaal uit Rose Tremains nieuwe bundel dringt door tot het diepst van de gedachten van de weerloze Wallis. “Waarom kun je de naam niet noemen waar ik steeds om vraag!', dondert een advocate in het verhaal. Wallis weet niet wie zij bedoelt. Zij herinnert zich allerlei mensen, haar eerste echtgenoot en de tweede, en daarna niet meer dan flauwtjes, zonder naam, een vriendelijke derde die haar soms kaviaar voerde met een lepeltje, en die haar eens meenam naar een onhebbelijke Duitser genaamd Hitler. Waarom is de wereld zo vaak lelijk tegen haar geweest? Als zij stemmen hoort in de tuin sleept zij zich naar het raam en tikt ertegen; het publiek beneden kijkt omhoog en roept haar naam; dan zakt zij uitgeput ineen op de vloer.

Tremain op haar best laat haar verhalen spelen in een verbeeldingswereld waar de grenzen van waarschijnlijkheid en onwaarschijnlijkheid een eindje verlegd zijn zodat niets meer zo gewoon is als vroeger. Dat werkte wonderwel in haar roman Music and Silence (1999); en ook de hertogin is een vrouw van onbereikbare allure geworden.

Maar zo'n Tremain op haar best moet niet op iedere pagina verwacht worden. Het titelverhaal, gelukkig ook het langste, is uniek, en het laatste is bijna uniek. Daartussen hebben de andere af en toe opzienbarende momenten, kernachtige personen en herkenbare dialogen: het gezin McCreedy humeurig aan de pubtafel op de verjaardag van de vader die zich eerst moed is gaan indrinken; het zoontje van de conciërge van een Parijs' immeuble, zittend boven aan de trap om de muziek van het echtpaar op de vijfde verdieping te horen; Frank Baines, de Amerikaanse soldaat die in 1945 verwachtte dat zijn Britse vriendin hem zou volgen, en die in 1985 naar Londen terugkeert om haar nog eens te zien - het zijn echte korte-verhaalfiguren, en het gaat met hen ongeveer zoals de lezer zelf had kunnen bedenken.

Alleen het laatste verhaal, het bijna-unieke, heeft weer meer: een zeventigjarige accountant met pensioen, wiens jongere vrouw goede werken doet terwijl hij maar rondhangt, vindt een eigen bezigheid als ijsleverancier voor een naburig pinguïn-reservaat waar de vogels kennelijk ongelukkig zijn over het lauwe water. Daarmee is de grens van de waarschijnlijkheid al een eindje opgeschoven, en hij schuift nog verder op wanneer er een herinnering bij komt aan een schoolvriendje dat dezelfde naam had als een van de pinguïns. Zo ontstaat er een verhaal met een lage graad van geloofwaardigheid en een hoge van navoelbaarheid: een echt Tremainiaans kunstwerkje.

    • J.J. Peereboom