Moord in het veen

“Het zwijgen' van André van der Hout en Adri Schrover begint bij een oud lied dat een driedubbele moord bezingt. “We hebben spookbeelden uit het verleden werkelijkheid gemaakt.“

André van der Hout en Adri Schrover, filmmakers. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Amsterdam, 16 januari 2006 Mentzel, Vincent

Het Lloyd Hotel in Amsterdam is een plek met geschiedenis. Van landverhuizershotel werd het opvangkamp voor joodse vluchtelingen uit Duitsland. In de oorlog werden er Februaristakers opgesloten. Na de oorlog werd het een jeugdgevangenis. Een paar jaar geleden werd het eindelijk wat de naam van het gebouw al meteen beloofde, een gewoon hotel. Nu zitten in het restaurant André van der Hout en Adri Schrover. Effen koppen hebben ze. Donkere krullen en een brilletje; donkerblonde slag en een scherpe neus. Ze zien eruit alsof ze hier wel eerder hadden kunnen zitten. Schrover in een boerenkiel op weg naar Amerika. Van der Hout in de hongerwinter opgepakt wegens het slachten van een schaap.

Nu zitten ze hier omdat ze een film hebben gemaakt, een film die begint met een lied. In Het zwijgen raakt een jonge onderzoeker van het Meertens Instituut, bekend van Voskuils romancyclus Het bureau, gefascineerd door een moordlied uit de jaren tien van de vorige eeuw, een droevig lied over de waargebeurde, nooit opgeloste moord op een veehandelaar, zijn huishoudster en een schaapsherder, die met afgesneden keel op de hei werden gevonden. “We hadden er 23 dagen voor“, zegt Adri Schrover (Roermond, 1962). “En 830.000 euro“, zegt Van der Hout (Maassluis, 1958). Hun ogen glimmen. Het is alsof ze na die 23 draaidagen en dat budget van 830.000 euro, na het schrijven van het scenario, de montage, de opname van de muziek, de kleurcorrectie, nog steeds niet kunnen geloven dat het echt zo is; dat wat zij bedacht hebben nu echt bestaat, buiten henzelf, dat het over honderd jaar, als colbertjes en cappuccino net zo verleden tijd zijn geworden als landverhuizers en de hongerwinter, gezien kan worden. “We hebben een boot met een hijskraan van een rivier naar een kanaal getakeld!“, zegt Schrover. “Fitzcarraldo in het veen!“ “We kunnen het publiek een droom intrekken“, zegt Van der Hout. “Onze droom.“

De opwinding van de regisseurs is van alle tijden. Wie haar kwijt raakt, is waarschijnlijk geen goede kunstenaar meer. Wie hem in Nederland voelt, heeft er extra recht op. Er worden hier nog steeds niet zoveel speelfilms gemaakt; een stuk of vijftien, twintig per jaar, waarvan er meestal maar twee of drie op het Rotterdams filmfestival in première gaan.

VOC

Historische Nederlandse films zijn in Rotterdam nog zeldzamer. En dat terwijl Nederland toch een interessant verleden heeft. Zelfs een filmgeniek onderwerp als de Verenigde Oostindische Compagnie heeft het niet tot de bioscoop gebracht. “Periodefilms zijn ontzettend duur, en het is een enorm gedoe. Als het gebeurt, wordt het meestal heel slecht gedaan“, zegt Van der Hout. Hij heeft zelf wel een oplossing, althans voor de geschiedenis van de laatste honderd jaar: “Het verleden ligt voor het oprapen in de archieven, gratis en voor niets.“ Zijn eigen film toont niet alleen beelden uit de archieven, maar ook de manier waarop het verleden is vastgelegd speelt een rol - van cassettebandjes en filmspoelen tot de camera op een mobiele telefoon. Soms moet er gesmokkeld zijn - niet alle oude beelden zijn zo oud als ze lijken. “We hebben spookbeelden uit het verleden werkelijkheid gemaakt“, zegt Schrover.

Het zwijgen speelt zich voor een groot deel af op de Drentse hei, een plek waar de geschiedenis minder dominant lijkt dan in het Lloyd Hotel. Schapen zijn schapen, een berk is een berk, hei is hei. Al eeuwen. Of het moet zijn dat landschap op zichzelf al iets ouderwets is geworden in Nederland. “De Drentse hei is nog weids en leeg, buiten proportie“, zegt Van der Hout. “Maar de verparking rukt op. Straks staan hier net als op de Veluwe overal borden met uitleg en als er dan ook nog oerrunderen komen grazen, is het gebeurd.“

In de film komt een scène voor waarin er aan het lege land juist geen einde lijkt te komen. Aan de rand ervan hakken mannen bomen om, die ze vervolgens op een karretje op spoorrails leggen. Ze gaan erop zitten en dan rijden de bomen weg, over het spoor, de verte in. Maar dat is een opname uit de jaren twintig.

“We hebben vaak strak moeten kaderen om moderne gebouwen uit beeld te houden“, zegt Schrover, ook cameraman van de film, die hij een “eastern' noemt. “De jaren tien waren in Drenthe nog een wilde tijd. Er werden bijvoorbeeld geregeld babylijkjes in het veen gevonden, weggeworpen door moeders die er niet voor konden zorgen. En er zijn juist uit Drenthe nogal wat liederen over, waarin moorden uit de streek worden bezongen.“

“O, gruwelstuk, daar afgespeeld/ Op Drenthe's grondgebied/ Een afschuw klinkt uit ieder woord/ Een drietal mensen zijn vermoord/ O, gruwelstuk, zoo ongehoord/ Als men het zelden hoort', luidt de eerste strofe uit het lied over de gruwelijkste van allemaal, de driedubbele moord die op de hei bij Koekange werd gepleegd.

Van der Hout en Schrover benadrukken dat hun film géén kostuumfilm is. Het zwijgen speelt zich in het heden af en aan archiefmateriaal zit er in totaal maar een minuut of vier. “Al lijkt dat misschien veel meer“, zegt Schrover. “Het moest geen Ot en Sien worden“, zegt Van der Hout. Door het onderwerp en door de keuze van de archiefbeelden was het dat al niet. Het zwijgen trekt het Drentse verleden uit de openluchtmusea, oudheidskamers en antiekwinkeljes waarheen het door de moderne cultuur verbannen is, ook al hebben allerlei Drentse clichés, van Bartje tot witte wieven, er wel een plaats in gevonden. Het verleden is niet kneuterig, maar wel knoestig, net zoals in de films van Pieter Verhoeff en in de boeken van Thomas Rosenboom.

Van der Hout haalt zijn schouders op. “Die boeken en films spelen zich geheel af in het verleden. Ik ben juist gefascineerd door films met een dubbele tijdlaag, die zich in het verleden én in het heden of zelfs in de toekomst afspelen, zoals bijvoorbeeld 2046 van Wong Kar-Wai, een film die zich zowel in de jaren zestig als nu als in 2046 afspeelt. Zulke bewegingen door de tijd, die zijn zo mooi.“

Lovestory en detective

Schrover vindt dat Het zwijgen een love-story, een mythe en een detective ineen is, die begon als documentaire. Van der Hout: “Acht jaar geleden wilde ik een documentaire over moordliederen maken. Maar het was te lang geleden. Er waren haast geen mensen meer die er uit eerste hand over konden vertellen. De moord in Koekange werd bijvoorbeeld in 1909 gepleegd en bezongen. Tijdens de research gebeurden er wel eens gekke dingen. Zo werd ik opgebeld door een mevrouw die zich nog een moord en een lied uit Ees wist te herinneren. Maar die moord was in 1911 gepleegd. Die vrouw was een jaar of zeventig. Ik zei haar: “Toen was u nog niet geboren.' Maar ze bleef volhouden. Later bleek dat de moordenaar twintig jaar later op herhaling was gegaan. Opnieuw een moord. Misschien is toen al de kiem voor Het zwijgen gelegd.“

Schrover vertelt dat het onderwerp weer boven kwam drijven voor De Oversteek, een project van het Nederlands Filmfonds en de Vpro voor vier films over “het verlies van identiteit'. “Daarmee werd volgens mij naar films over asielzoekers en andere moderne Hollandse onderwerpen gezocht. Wij gaven er een andere draai aan, die wel met de kloof tussen moderniteit en traditie te maken heeft. Drenthe ligt nog steeds bijna net zo ver van Amsterdam als Ghana.“

Hoofdpersoon Vincent is een jonge hedonist die sushi eet en steeds zijn mobieltje aan zijn oor heeft, en zijn baan op het Meertens Instituut vooral gebruikt voor snoepreisjes naar Amerika en Italië. Tot hij naar Drenthe vertrekt.

De moord van Koekange heeft al eerder tot fictie geleid. In 1989 baseerde Max Dendermonde er een roman op, De stilte van Koekange. “De moorden zijn nooit opgelost“, zegt Van der Hout, maar in het dorp gingen al vrij snel geruchten over de dader. Die hebben wij net als Dendermonde als uitgangspunt genomen.“

“Maar ons verhaal houdt niet op als de moorden zijn opgelost“, zegt Schrover. “Vincent is geen Inspector Morse. Het Zwijgen is ook een reis naar het onbewuste, in gang gezet door een lied. We hebben het moordlied door Nynke Laverman laten zingen, de Friese fadozangeres, en er nieuwe muziek bij laten maken, want de moordliederen werden vroeger gezongen op de wijs van bekende kinderliedjes, en daarmee lok je iemand niet naar Drenthe.“ En niet naar de bioscoop. “We hebben een film willen maken die de kijker het moeras in zuigt. Goede films zorgen ervoor dat je in een soort trance raakt. In Irréversible had Gaspar Noë daar uiteindelijk alleen nog maar pulserend licht voor nodig. Wij proberen hetzelfde te bereiken, maar op een minder abstracte manier.“ “Meer dan door de geschiedenis ben ik gefascineerd door het medium film'', zegt ook Van der Hout. ,,Maar zonder verhaal blijft alleen gedoe over, dan wordt het van die kunst. Die dekmantel heb je nodig.'' ,,Het zwijgen is een krukje met drie poten'', zegt Schrover. ,,Er is een liefdesgeschiedenis, een sterke mythische component en dan worden er ook nog drie oude moorden opgelost. Het is zo spannend dat het krukje niet omvalt.''

Schrover schuift zijn stoel weg. De boot naar Amerika vertrekt. Van der Hout wordt vrijgelaten. De cappuccino is op. Er zijn geen archiefbeelden van.

“Het zwijgen'. 26 jan, 20.00 u; 29 jan, 20.00 u; 1 febr, 19.45 u. De vier films van 'De oversteek' (“Het Zwijgen', “Guernsey', “Langer licht', “Diep'), 2 febr, 10.30 u. Vanaf 23 maart draaien “Het zwijgen' in de Nederlandse bioscoop.

    • Bianca Stigter