Met de band in het busje

Hoe beroemder de popzanger, des te saaier zijn verhaal. Zo blijkt uit de interviewbundel Pophelden, waarvoor Volkskrant-journalist Gijsbert Kamer gesprekken met zijn idolen bundelde: Lou Reed, David Bowie, Elvis Costello; wereldsterren die allang zijn doodgeïnterviewd, en die voor journalisten slechts te spreken zijn in marathonsessies waarin ze steeds weer hetzelfde monoloogje afdraaien. Vaak willen ze het ook alleen maar over hun nieuwste cd hebben, werk dat doorgaans niet in de schaduw kan staan van hun meesterwerken uit de jaren zeventig. In de krant zijn dit soort stukken best aardig: de sterren zijn beroemd genoeg en het is bijzonder dat Kamer tot ze weet door te dringen, maar in boekvorm slaan deze interviews dood, niet in de laatste plaats omdat de cd die de aanleiding was, allang vergeten is. Wat ook niet helpt is dat Kamer een weinig begaafd stilist is, en de muziek die hij bewondert nauwelijks in woorden kan vangen. Toch interessant zijn de interviews met beroemde kluizenaars als Tom Waits en Brian Wilson van de Beach Boys, omdat ze tegen Kamer meer loslaten dan tegen anderen.

Hoe obscuurder de popmuzikant, des te boeiender zijn verhaal. Zo blijkt uit Hart tegen Hart, een bundel reportages die Leon Verdonschot voor Nieuwe Revu maakte. Verdonschot kreeg vrijdag terecht de Pop Pers Prijs voor zijn werk. In Hart tegen Hart heten de helden geen Reed of Nick Cave, maar Richard Bruinen en Peter van Elderen. De Nederlandse rock “n' roll is zijn jachtgebied, en dat neemt hij ruim op. Ook volkszangers Gordon, Frans Bauer en Jacques Herb, alsmede dichter Jules Deelder en cabaretier Theo Maassen staan in de bundel. Met een kwartiertje praten op de bank, zoals Kamer doet, neemt Verdonschot geen genoegen, dagenlang gaat hij met zijn werkverslaafden op stap, wat prachtige reportages oplevert.

Verdonschot wordt aangetrokken door het leven op tournee: het gehang in busjes en kleedkamers, de eindeloos lange weg naar de roem die nooit komt. Hij is het beste thuis in de anti-burgerlijke stoeremannenwereld van obscure lawaaibands als Peter Pan Speedrock, De Heideroosjes en The Spades, bands die geloven in de rock “n' rollromantiek: groots en meeslepend leven naast de maatschappij, bijna uit principe een rotzooi maken van je privéleven, alles opofferen voor de muziek, op de Walk of Fame spugen op de ster van Sting. Juist in het streven en het dromen, het nooit echt doorbreken, het harde werken schuilt de ware romantiek.

Een typisch Nederlandse smaak krijgen de verhalen doordat Verdonschots sterren zichzelf doorlopend relativeren. Verschillende van zijn bands proberen het in de Verenigde Staten, maar net als met het Nederlands Elftal weet je al hoe het gaat: je begint met grote verwachtingen maar eigenlijk weet je al dat het toch nooit wat wordt. En waarom zouden ze ook? Verdonschots lievelingsbands zijn ook stuk voor stuk te compromisloos om ooit door te breken, ze moeten en willen in de tegencultuur blijven. Een band als De Heideroosjes, die zijn Amerikaanse publiek begroet met: “Hallo doelgroep!“, zal nooit groot worden, maar krijgt een terechte plaats in Verdonschots monument voor het voetvolk van de rock “n' roll.

Leon Verdonschot: Hart tegen Hart: Rock 'n Roll Ontmoetingen. Thomas Rap, 252 blz. euro 14,90

Gijsbert Kamer: Pophelden. Meulenhoff, 172 blz.euro 10,-

    • Wiilfred Takken