Meester van de krulstijl

Een van de vele bouwkunstige rampen die Brussel na de Tweede Wereldoorlog heeft getroffen, is de afbraak van het Volkshuis. Dit arbeiderspaleis uit 1895, ontworpen door Victor Horta (1861- 1947), was een hoogtepunt van de Art Nouveau-architectuur, maar werd in de jaren zestig gesloopt. In Horta. Architect van de art nouveau, een overzicht van Horta's werk, staan dan ook slechts een paar oude zwart-wit foto's van het Volkshuis. Maar de rest van Horta's oeuvre is, op enkele ook gesloopte gebouwen na, vertegenwoordigd met vele, mooie, precieze foto's waarop, zoals het hoort bij architectuurfotografie, geen mens te bekennen is.

Horta's Volkhuis werd afgebroken in een tijd dat de reputatie van Art Nouveau zich op een dieptepunt bevond. Brussel treurde in ieder geval nauwelijks, toen Horta's volkshuis werd afgebroken, schrijft Françoise Aubry in Horta. Art Nouveau werd toen gezien als een aberratie uit het decadente fin de siècle, een doodlopend zijpad van de rechte weg naar het modernisme.

Veertig jaar later heeft de Art Nouveau een rehabilitatie ondergaan. Horta's woonhuizen zijn niet alleen geliefd bij een groot publiek maar worden nu ook door architectuurhistorici beschouwd als een hoogtepunt van de Belgische bouwkunst. Veel van Horta's gebouwen zijn inmiddels dan ook gerestaureerd.

Aubry geeft een overzicht van Horta's hele gebouwde oeuvre. Van elk woonhuis, warenhuis, villa, museum, ziekenhuis en spoorwegstation beschrijft zij de totstandkoming, van de wensen van de opdrachtgevers tot de uiteindelijke uitvoering van de ontwerpen. Aan het overzicht gaat een korte, zakelijke biografie vooraf. Tussen de hoofdstukjes over de afzonderlijke gebouwen door heeft Aubry verschillende intermezzo's geschreven over het meubilair van Horta en over Horta's verhouding tot Japonisme, Arts and Crafts en de Franse architect en theoreticus Viollet-le-Duc.

Vooral het intermezzo over zijn verhouding tot Viollet-le-Duc is verrassend. Horta blijkt zeer te zijn beïnvloed door de opvattingen over “waarheid' en “eerlijkheid' in de architectuur van de Franse neogoticus. Hierdoor blijkt hij toch verwant met de latere modernisten die weliswaar gruwden van zijn werk maar zich ook lieten leiden door de theorieën van Viollet-le-Duc.

Horta's Art Nouveau met zijn organische vormen en ornamenten duurde slechts vijftien jaar, nauwelijks lang genoeg om een stijl te kunnen worden genoemd. Al tijdens zijn leven moest Horta meemaken dat zijn werk als achterlijke slaolie-gebouwen werd afgedaan. Verbitterd over de miskenning vernietigde Horta in 1939 en 1945 bijna al zijn tekeningen. Maar ook toen de Art Nouveau uit de mode was geraakt, bleef Horta actief. Nadat hij de Eerste Wereldoorlog grotendeels in de Verenigde Staten had doorgebracht, kreeg hij, terug in België, een aantal grote opdrachten zoals het Centraal Station en het Paleis van Schone Kunsten in Brussel. Deze late werken laten een retour à l' ordre zien: de uitbundige krullen van de Art Nouveau hebben plaatsgemaakt voor de rechte lijnen van een curieuze mengeling van Art Deco en classicisme.

Over de oorzaak van deze wending heeft Aubry niet zo veel te zeggen. In de Verenigde Staten was Horta tot het inzicht gekomen dat het tijdperk van de machine waarin hij leefde niet goed verenigbaar was met de ambachtelijk vervaardigde krullen van de Art Nouveau - veel meer steekt er niet achter Horta's stijlwending. Maar wel meldt Aubry dat ook deze merkwaardige werken sinds kort aan een herwaardering toe zijn. “Pas op het einde van de 20ste eeuw werden ook de werken uit het tweede deel van zijn carrière naar waarde geschat. Het Paleis voor Schone Kunsten wordt vandaag volop gerestaureerd en opnieuw als meesterwerk erkend.'

    • Bernard Hulsman