Laat de bevolking van Uruzgan niet in de steek

In het Nederlandse debat over het sturen van troepen naar naar Uruzgan wordt te weinig rekening gehouden met wat de Afghanen willen, meent Robert Kluyver

Afghanistan is Irak niet. Afghanen steunen de internationale aanwezigheid, inclusief de militaire, omdat die hun land een zekere mate van stabiliteit en veiligheid geeft, waarin hun eigen regering nog niet kan voorzien. Ze zien dat hun land na 23 jaar isolatie, burgeroorlogen en fundamentalistische regimes weer deel uitmaakt van de internationale gemeenschap. Ze willen vrede, economische en sociale vooruitgang, normale betrekkingen met het buitenland, en wederopbouw. Dit zijn precies de redenen waarom de Afghaanse regering en de internationale gemeenschap hebben besloten om NAVO-troepen ook naar de meer onrustige en afgelegen gebieden te sturen, zoals Uruzgan.

Ik ben verscheidene keren in Uruzgan geweest. Het is ook naar Afghaanse maatstaven een economisch achtergebleven en sociaal conservatief gebied. Maar dat laat onverlet dat er jongerengroeperingen zijn, mensenrechtenactivisten, vrouwenbewegingen - en dat de dorpsouderen het betreuren dat er niet meer scholen voor meisjes zijn. Deze progressieve sociale krachten zoeken steun om Uruzgan weer op te bouwen en de verbreiding van het gezag van de centrale regering als een democratische en moderne rechtsstaat te bevorderen.

Ook meer in het algemeen is er een groeiende behoefte onder de bevolking van Uruzgan aan hervorming. Het bewijs daarvan wordt geleverd door de recente parlementaire verkiezingen: van de 19 kandidaten voor de drie voor Uruzgan beschikbare zetels verkoos de bevolking weliswaar een traditionele leider/krijgsheer, maar ook een progressieve Afghaan die uit ballingschap in Zweden is teruggekomen, en een vrouw die apotheker is en voor internationale organisaties gewerkt heeft. De tegelijkertijd verkozen provinciale raad kent ook enkele prominente progressieve figuren.

Dit biedt een vruchtbare basis voor de ontplooiing van een Nederlandse PRT (Provincial Reconstruction Team). Nederland leidt reeds een PRT in de noordelijke provincie Baghlan, dat zijn mandaat goed vervult - wat wordt geholpen door het feit dat de lokale situatie relatief gunstig is.

In Uruzgan is de situatie nu niet zo goed. Dat komt grotendeels door de provinciale gouverneur, Jan Mohammed. Deze beruchte vechtjas ontleent weliswaar zijn reputatie aan zijn strijd tegen de Talibaan, maar wakkert de vlammen van tribale conflicten aan door in plaats van onpartijdig te regeren systematisch de belangen van zijn eigen stam, de Popolzai, te bevoordelen. In plaats van het recht te handhaven, confisqueert hij terreinen van zijn rivalen, laat ze vermoorden als ze hem dwars liggen, en probeert hij drugshandelsroutes te monopoliseren. Ondanks het protest van de andere stammen in Uruzgan, is dit lang toegestaan door de centrale regering, onder andere omdat president Karzai zelf een Popolzai is en Jan Mohammed hem heeft ondersteund in kritische momenten toen Karzai tegen de Talibaan vocht. Nu echter, onder internationale druk in verband met de NAVO-uitbreiding naar Uruzgan, heeft Karzai besloten hem te vervangen. Dit is al een positief resultaat van de NAVO-uitbreiding voordat deze nog gerealiseerd is.

Deels door dit wanbeheer hebben de Talibaan hun invloed in de provincie onder de ontevreden bevolking kunnen versterken. Hoewel hun eigenlijke basis in Pakistan ligt, waar ze geholpen worden door inheemse fundamentalisten, facties van het Pakistaanse leger en Al-Qaeda, kunnen ze zich zonder veel moeite in Uruzgan en naburige provincies bewegen.

De bevolking steunt de Talibaan echter niet actief, en veroordeelt incidenten waarbij de Talibaan weer eens een meisjesschool verbranden, de geringe infrastructuur vernielen, of door hun aanwezigheid zware militaire acties van de VS aantrekken.

Het enige internationale antwoord hierop tot nu toe komt van de Amerikaanse coalitietroepen, die er hoofdzakelijk zijn om jacht te maken op Al-Qaeda en Talibaan. Zij hebben weliswaar ook een PRT gevormd, maar het lijkt noch bij het ethos van de betrokken Amerikaanse legereenheden, noch bij de doelstellingen van het Pentagon te passen om zich met ingewikkelde zaken als wederopbouw en het bevorderen van een rechtsstaat bezig te houden. Ze treden vaak op een cultureel ongevoelige en disproportioneel hardhandige wijze op, en raken nogal eens met de ingewikkelde lokale politiek verstrengeld, door als doelwit groepen te nemen die de gouverneur als Talibaan heeft aangewezen.

Het is duidelijk hoe een Nederlands PRT, met de volle steun die de Afghaanse regering in de voorbereidende onderhandelingsfase heeft toegezegd, op de welwillendheid van de bevolking en actieve deelname van progressieve groeperingen zal kunnen bouwen om de situatie in Uruzgan aanzienlijk te verbeteren. Het is daarbij niet zozeer zaak om tegen de Talibaan militair op te treden als om de voorwaarden te scheppen voor stabiliserende wederopbouw die steun voor hun activiteiten doet verminderen. Een Nederlands PRT kan hieraan bijdragen door Afghaanse legereenheden te vormen die wel militair kunnen optreden, de politie en het justitiële apparaat te trainen om tribale conflicten op te lossen en criminaliteit te bestrijden, en politiek toezicht te houden om verdere tribale spanningen te vermijden. Offensief militair engagement is hiervoor niet noodzakelijk. Daarnaast kan een Nederlands PRT, evenals in Baghlan, steun verlenen aan Afghaanse en buitenlandse hulporganisaties en lokale maatschappelijke bewegingen om de wederopbouw een flinke impuls te geven.

Het is wel zo dat de PRT soms het doelwit kan zijn van aanslagen door Talibaan en Al-Qaeda. De terroristen zijn heel duidelijk met een destabilisatiepolitiek bezig. Ze rekenen erop dat ze de NAVO PRT's (en daarbij de daadkracht van de Afghaanse overheid) met gerichte aanvallen zo niet kunnen wegjagen, dan tenminste voldoende angst kunnen aanjagen opdat deze zich niet buiten de grote steden en wegen zullen durven te begeven. Ze staan nu al te juichen als ze op internet lezen dat Nederland er zo'n moeite mee heeft om soldaten naar het 'gevaarlijke Uruzgan' te sturen.

Maar ik vraag me af of Nederland er wel goed aandoet om aan zulke chantage toe te geven en de Afghaanse regering en de bevolking van Uruzgan in de steek te laten.

Robert Kluyver woont in Kabul en werkt sinds maart 2000 in Afghanistan, onder andere voor de Verenigde Naties als politiek beleidsmedewerker. Nu is hij hoofd van de Foundation for Culture and Civil Society, een Afghaanse stichting die socio-culturele ontwikkeling bevordert.

    • Robert Kluyver