Kinderboeken

Hoeveel kans heb je op een dode vader?

De vader van Kiek is vermist. Hij is dokter in oorlogsgebied en heeft al een tijd niets meer van zich laten horen. Kiek maakt zich zorgen. Ze probeert zichzelf gerust te stellen: hoeveel kinderen kent ze met een dode vader? Een maar. De kans op een dode vader is dus heel klein. En ze kent al helemaal geen kinderen met een dode vader én een dode muis. Laat staan een kind met een dode vader én een dode muis én een dode hond. Dus wil Kiek, om de kans op een dode vader zo klein mogelijk te maken, heel graag een kind met een dode muis en een dode hond worden.

Marjolijn Hof: "Een kleine kans"

Een kleine kans, het geslaagde romandebuut van Marjolijn Hof, beschrijft met oog voor detail de tijd tussen vertrek en terugkomst van de vader en is geschreven vanuit het perspectief van het meisje Kiek. Dat levert mooie observaties op (“Zoveel aardigheid was gewoon niet leuk meer. Hoe aardiger iedereen deed, hoe erger alles leek') en maakt de lezer tot een ingewijde omdat die vaak wél snapt wat de volwassenen in het boek niet begrijpen (“Waar ben jij eigenlijk mee bezig?', zegt bijvoorbeeld de jongen in de dierenwinkel als Kiek om een oude, zieke hond vraagt).

Maar Hof maakt van Kiek ook een meisje dat - ondanks haar magische gedachten - heel goed over zichzelf kan nadenken. Bijvoorbeeld: “Ik schrok niet. Ik werd niet eens misselijk. Misschien was er geen schrik meer over. Misschien had ik de hele voorraad opgemaakt. Ik was moe. Verschrikkelijk moe.' Doordat Kiek de dingen zo goed benoemen kan, blijft ze een beetje op afstand en is het ook moeilijk te geloven dat dit doorgaans zo verstandige meisje echt een hond over de railing van de brug houdt. Met wat minder volwassen emotioneel en sociaal verstand was Kiek wel gebaat geweest.

Hof is vooral sterk in het beschrijven van de relatie tussen moeder en dochter die elkaar in hun bezorgdheid liefdevol ontwijken. “Het komt allemaal goed', zei mijn moeder. “Ze gaan hem zoeken. Misschien is er helemaal niets aan de hand.' “Ga je de kamer echt veranderen?, vroeg ik. “Krijgen we echt zo'n rare kast?' Mijn moeder haalde haar schouders op. “Ik weet het niet', zei ze.

Marjolijn Hof: Een kleine kans. 10+. Querido, 95 blz. 12,50

Hoogstads hond wil weg, maar kan niet van huis

Bolder wil wat veel jongetjes willen: de wereld rondvaren. Een walvis in de IJszee zien, doorvaren tot waar de hemel de zee raakt, gevaarlijke rotsen passeren, veel regen krijgen en net zo lang varen totdat je bij het eiland van de dieren bent. En dan een brief naar huis sturen.

Bolder - een stoere hond met een flinke snor en een matrozenshirt - is de held in Bolder en de boot van illustratrice Alice Hoogstad, het eerste prentenboek dat zij zowel schreef als tekende.

Hoogstad maakt in dit boek subtiel gebruik van collage-techniek. Wat ze knipt en plakt had ze ook gewoon op hetzelfde vlak kunnen schilderen, maar omdat ze knipt en plakt heeft Bolders boot bijvoorbeeld net wat meer scherpte tegen de achtergrond van golven, wolken of rotsen. De langgerekte huizen en het sfeervolle kleurgebruik (veel zeegroen, roze luchten en diepblauwe nachten) geven het boek iets dromerigs.

De beste prentenboeken hebben aan weinig woorden genoeg. In de tekeningen valt veel te beleven (omdat die informatie geven die niet in de tekst staat) en ze hebben een sterk verhaal. Bolder en de boot is zo'n prentenboek. Hoogstad is spaarzaam met woorden. “Voor zo'n lange reis moet ik veel meenemen', laat ze Bolder zeggen. En de kijker kan vervolgens zien dat Bolder veel meeneemt, maar wat er in al die dozen, tassen en flessen aan boord zit, dat mag hij weer zelf bedenken. En Bolder en de Boot heeft een ijzersterk thema: weg willen, maar niet van huis kunnen.

Bolder komt uiteindelijk niet verder dan de vuurtoren. “Het is al donker als Zep de brief krijgt. ,,Lieve Zep, ik ben bij de vuurtoren. Het is hier erg stil. Ik mis je. Morgen ben ik weer thuis. Bolder.'' '

Alice Hoogstad: Bolder en de boot. 3+. Pimento, 32 blz. 11,95 (inclusief bouwplaat van Bolder en zijn boot)

Max Velthuijs' laatste kikker bleef zwartwit

Het is onmogelijk om Kikker in de wind, Het schetsboek van Max Velthuijs te lezen als zomaar een schetsboek van Max Velthuijs. Kikker in de wind is het laatste schetsboek van Max Velthuijs. Hij overleed een jaar geleden aan longkanker en kon deze schetsen niet afmaken tot een kleurrijk prentenboek.

En nu staat Kikker - die wordt gezien als het literaire alter ego van Velthuijs - daar dus in die luxe uitgave met linnen kaft heel erg onaf te wezen. Hij ziet er ook zo naakt uit, zonder kleuren. Een beetje alleen ook. De lijnen van zijn lijfje zijn soms bibberig getrokken. En dan zit hij ook nog opgesloten in zijn huisje omdat er door de storm een boom voor zijn deur is gevallen. Natuurlijk komen zijn vrienden hem redden en wordt het uiteindelijk nog heel gezellig met taart en slagroom en chocola. Maar toch: “Toen alles op was, moest Kikker een beetje huilen', schreef Velthuijs in zijn vloeiende handschrift onder het laatste plaatje. ““Nu ben ik mijn mooie boom kwijt“, zei hij verdrietig. “Komop“, zei Rat, “we hebben nu volop brandhout om de hele winter de kachel te stoken. En morgen planten we een nieuwe boom'.“

Als we aannemen dat de schetsen al in een redelijk laat stadium verkeerden, dan zou Kikker in de wind niet het beste boek van Velthuijs zijn geworden. Het thema is wat onduidelijk (natuurgeweld? veiligheid? vriendschap?) en er had misschien nog wat gepingpongd moeten worden met de eindredactie. Want als Kikker, hangend in de vensterbank van zijn raam, zegt: “Nu kan ik nooit meer buitenspelen met mijn vriendjes', dan zal een beetje vindingrijk kind denken: “dan klim je toch door het raam naar buiten'.

Maar Kikker in de wind is natuurlijk vooral een eerbetoon aan Velthuijs en een afscheid van de ontroerende kikker die over de hele wereld bekend is.

Voor kinderen is dit boek ook een kleine oefening in omgaan met sterfelijkheid: “Mam, waarom heeft Kikker geen kleuren?' “Omdat de tekenaar het boek niet heeft kunnen afmaken. Hij ging dood.' “Komt er nu dan nooit meer een nieuwe Kikker?' “Nee, nu komt er nooit meer een nieuwe Kikker.' “Mag ik de plaatjes inkleuren?'

Kikker in de wind, Het schetsboek van Max Velthuijs. Leopold, 32 blz. 14,95

Verder verschenen:

In het nieuwe prentenboek van Annemarie van Haeringen, De Koningin die niet kon kiezen, maken de tekeningen als altijd heel vrolijk, maar het verhaal overtuigt dit keer niet (waarom zou een koningin die nooit kiezen kan, wel trefzeker haar beeld uit graniet kunnen hakken?) (Leopold, 13,50).